Deel dit artikel

Hervorming vennootschapsrecht: ook impact op de belastingheffing?

Met de recente implementatie van het Zomerakkoord is een karrenvracht aan nieuwe fiscale maatregelen ingevoerd in de vennootschapsbelasting. De aangekondigde wijzigingen van het vennootschapsrecht zijn in beginsel niet fiscaal. Toch hebben deze een aantal fiscale gevolgen. Hieraan wordt bij de voorbereiding van de nieuwe wetgeving tot nog toe echter nauwelijks aandacht besteed.   

Afschaffing van de kapitaalvereiste

Eén van de meest opvallende maatregelen is dat de BVBA, die in de toekomst BV zal heten, geen kapitaalvereiste meer zal hebben. Zij wordt “kapitaalloos”.
Nochtans is het kapitaal van een vennootschap voor een aantal fiscale maatregelen erg van belang. Hierna enkele voorbeelden.

  • De terugbetaling van kapitaal aan de aandeelhouder kan (onder voorwaarden) belastingvrij.
  • Een vennootschap die dividenden ontvangt van een andere vennootschap, geniet van de DBI-aftrek, onder meer indien zij een deelneming van minstens 10 % aanhoudt in het kapitaal van de uitkerende vennootschap (en daarnaast nog aan andere voorwaarden voldoet). Een vergelijkbare deelnemingsvoorwaarde geldt voor de vrijstelling van roerende voorheffing over interesten, royalty’s en dividenden.
  • Er is een belastingvermindering ingevoerd voor de verwerving van nieuwe aandelen op naam die zijn verworven met inbrengen in geld die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van een starter. Een vergelijkbare regeling geldt voor investeringen in groeibedrijven.
  • Interesten betaald aan aandeelhouders of bedrijfsleiders worden geherkwalificeerd in een dividend indien en in de mate dat het totaalbedrag van de leningen hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk en het gestort kapitaal op het einde van het belastbaar tijdperk.
  • Betaalde interesten zijn niet aftrekbaar indien en in de mate dat het totaalbedrag van de leningen hoger is dan vijf maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk en het gestort kapitaal op het einde van het belastbaar tijdperk.

Het moge duidelijk zijn dat de wetgever aandacht zal moeten besteden aan een herformulering van de fiscale wet.

De inbreng van nijverheid

De wetgever streeft ernaar dat de BV de meest populaire rechtsvorm zou worden. Deze kan in de toekomst opgericht worden, niet enkel door een inbreng in geld of in natura, maar ook door een inbreng van nijverheid. Dit betekent dat de vennootschap aandelen kan uitgeven in ruil voor te leveren arbeid. Hiermee schept de wetgever de kans aan minder kapitaalkrachtige personen om toch deel te nemen in de onderneming.

Op het eerste gezicht lijkt het echter duidelijk dat de uitgifte van aandelen voor te leveren arbeid leidt tot een belastbaar inkomen. Vanzelfsprekend kan dergelijke belastingheffing een belemmering vormen voor het welslagen van deze nieuwe mogelijkheid. Het is aangewezen dat gepaste begeleidende fiscale maatregelen worden genomen, waarbij bijvoorbeeld belastingheffing zou vervallen of minstens zou worden uitgesteld.

Ongelijke winstdeelname

Onder de nieuwe wetgeving is het mogelijk dat aandeelhouders van een BV over ongelijke winstrechten beschikken. Dit laat toe de uitkering van dividenden te sturen.

Vraag is of de fiscus dit zonder meer zal aanvaarden. Zo is bijvoorbeeld de toepassing van roerende voorheffing over dividenden afhankelijk van de hoedanigheid van de genieter. In de regel bedraagt de voorheffing 30 %, maar voor sommige aandeelhouders kan een lager tarief of zelfs een vrijstelling gelden. Ook op dit vlak is een fiscale verduidelijking wenselijk.

Het belang van de statutaire zetel voor onderwerping aan het Belgische vennootschapsrecht

Onder de huidige vennootschapswetgeving is het Belgische recht van toepassing als de vennootschap haar werkelijke zetel in België aanhoudt. Hiermee wordt in het algemeen bedoeld dat de Belgische wet geldt indien de vennootschap vanuit België wordt bestuurd, wordt geleid.
Ook op fiscaal vlak is de plaats van werkelijke leiding uiteindelijk het belangrijkste criterium om een vennootschap te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting.
In de toekomst zullen vennootschappen echter onderworpen zijn aan het Belgische vennootschapsrecht als hun statutaire zetel zich in België bevindt, ook al oefenen zij niet daadwerkelijk activiteiten uit in België of worden ze niet effectief vanuit België geleid. Naar verwachting zullen de spelregels om een vennootschap aan de Belgische vennootschapsbelasting te onderwerpen nochtans niet veranderen.

Ook al lijkt de statutaire zetel momenteel op fiscaal vlak minder belangrijk, toch geldt zij als een vermoeden dat de vennootschap aldaar ook feitelijk is gevestigd. In de meeste gevallen is een onderneming ook daadwerkelijk gevestigd op het adres van de statutaire zetel. Na de hervorming van het vennootschapsrecht, zal dit vermoeden veel minder kunnen spelen. Dit betekent dat de “substance”, de feitelijke ondersteuning van de beoogde vestigingsplaats, op fiscaal vlak aan belang zal winnen. Anders gezegd : een vennootschap die haar fiscale woonplaats al dan niet in België wil vestigen, moet er nog meer dan nu voor zorgen dat de feiten de woonplaats ondersteunen.

Grensoverschrijdende verrichtingen

In de praktijk komen internationale zetelverplaatsingen van vennootschappen regelmatig voor. De praktische werking ervan is voor wat België betreft op heden gebaseerd op oudere rechtspraak.

Onder de nieuwe wetgeving is hiervoor een procedure voorzien, zowel bij emigratie vanuit België naar het buitenland als bij immigratie naar ons land). Deze zou de vorm krijgen van een “grensoverschrijdende omzetting”, gelijkaardig aan de procedures zoals we die nu kennen voor omzetting van een vennootschap in een andere rechtsvorm.

Het is nu al duidelijk dat de procedure zwaarder en langer wordt dan in de huidige praktijk. Vennootschappen die het fiscale statuut willen doen aansluiten bij het vennootschapsrecht, moeten hier dus rekening mee houden.

Conclusie

Ongetwijfeld zal de praktijk nog wel meerdere fiscale vraagstukken voorgeschoteld krijgen naar aanleiding van de hervorming van het vennootschapsrecht. Hopelijk denkt de wetgever vooruit, en wordt hiermee proactief rekening gehouden bij de beoordeling van de bestaande fiscale wetgeving.

Publicatie datum: 27 maart 2018