Deel dit artikel

Vennootschapsbelasting in 2018: enkele aanpassingen en verduidelijkingen uit het Zomerakkoord

Enkele maanden geleden hebben wij u al bericht over de contouren en mogelijke impact van het Zomerakkoord op de vennootschapsbelasting in 2018 (zie artikel ‘Zomerakkoord: enkele eerste conclusies voor uw vennootschap’)

Intussen zijn eindelijk de ontwerpteksten ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van State. Deze heeft nu 30 dagen tijd om een advies te formuleren.

Graag overlopen wij enkele preciseringen en aanpassingen ten opzichte van hetgeen eerder werd gecommuniceerd.

1. Tariefdaling

Meest opvallend is en blijft natuurlijk de daling van het belastingtarief voor vennootschappen. Vandaag bedraagt dit in regel nog 33,99%. Het belastingtarief zal door de hervorming gefaseerd worden teruggebracht:

  • 29,58% in 2018 en 2019
  • 25% vanaf 2020

Het nieuwe tarief geldt vanaf aanslagjaar 2019 op voorwaarde dat het boekjaar niet voor 1 januari 2018 is aangevangen. Met wijzigingen van het boekjaar die vanaf 26 juli 2017 zijn doorgevoerd, wordt geen rekening gehouden.

2. Tarief voor KMO’s

KMO’s kennen onder voorwaarden een gunstiger tarief. Anderzijds verdwijnt het huidige verlaagd opklimmend tarief.

Het gunstiger tarief zal enkel gelden voor KMO’s in de zin van art. 15 Wetboek Vennootschappen en slechts tot een winst van € 100.000:

  • 20,40% in 2018 en 2019
  • 20% vanaf 2020

Als er een hogere winst is, betalen zij voor het meerdere ook het normale tarief. Dit betekent dat het maximale voordeel voor KMO’s gelijk is aan:

  • € 100.000 x (29,58% -20,4%) = € 9.180 voor 2018 en 2019
  • € 100.000 x (25% -20%) = € 5.000 vanaf 2020

De vandaag reeds bestaande voorwaarden voor het verlaagd opklimmend tarief vennootschapsbelasting blijven overigens behouden, behalve:

  • De beperking van uit te keren dividenden wordt geschrapt;
  • De minimumbezoldigingsvoorwaarde wordt verhoogd : de KMO moet aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een bezoldiging betalen van € 45.000 bruto op jaarbasis. Als de winst van de vennootschap lager is dan € 45.000, volstaat een bezoldiging die gelijk is aan de winst. Starters hoeven 4 jaar lang geen bezoldiging uit te keren.

3. Minimumsalaris

Het is daarnaast zoals bekend de bedoeling dat alle vennootschappen hoe dan ook aan minstens één bedrijfsleider een bezoldiging van € 45.000 zouden uitkeren (tenzij de winst lager is). Indien dit niet gebeurt moet een afzonderlijke belasting van 10 % (over max. € 45.000) worden betaald. De regeling wordt echter verfijnd:

  • Ook voor deze heffing geldt een uitzondering voor vennootschappen met een winst die lager is dan € 45.000 en voor starters.
  • De afzonderlijke belasting van 10 % wordt verlaagd tot 5 % voor 2018 en 2019.
  • In beginsel geldt de sanctie per vennootschap, ook in vennootschapsgroepen. Het ontwerp voorziet echter voor verbonden vennootschappen met slechts één bedrijfsleider dat de sanctie achterwege kan blijven ingeval deze ene bedrijfsleider in totaal een bruto-vergoeding van € 75.000 ontvangt.
  • De afzonderlijke aanslag is aftrekbaar.

4. Roerende voorheffing op kapitaalverminderingen

Eén van de meest ingrijpende hervormingen betreft de belastingheffing over kapitaalverminderingen. Deze worden vanaf 2018 immers proportioneel toegerekend aan het fiscale kapitaal, de belaste reserves in kapitaal, de belaste reserves en (soms) de vrijgestelde reserves in kapitaal.

In de mate van toerekening aan reserves geldt een tarief van 30%. Het gedeelte van de kapitaalvermindering toegerekend op het werkelijk gestort kapitaal blijft onbelast. In de mate van toerekening aan vrijgestelde reserves, is ook vennootschapsbelasting verschuldigd.

In de ontwerptoelichting bij de wet worden tal van rekenvoorbeelden gegeven. Het is niet de bedoeling deze hier te analyseren.  Graag geven wij wel enkele krachtlijnen mee:

  • De regeling inzake liquidatiebonus (interne liquidatie) blijft buiten schot
  • Er moet geen rekening worden gehouden met de niet in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves
  • De reserves opgebouwd in het kader van de liquidatiereserve of de bijzondere liquidatiereserve tellen evenmin mee
  • de wettelijke reserve wordt ten belope van het wettelijk minimum niet meegenomen.

Kapitaalverminderingen zullen in de toekomst alleszins ingewikkelder en minder voordelig zijn. Aangezien de nieuwe regeling geldt voor verrichtingen vanaf 2018, kan het zinvol zijn om nog dit jaar een kapitaalvermindering door te voeren.

5. DBI

Voorts bevat het ontwerp ook een niet eerder aangekondigde positieve maatregel. Vanaf 2018 zullen dividenden die voldoen aan de voorwaarden voor DBI-aftrek, voor 100 % vrijgesteld zijn. Tot op heden was dit maar ten belope van 95 %.

Hiermee kunnen ondernemingsgroepen hun interne financiering veel beter organiseren. Voorts wordt België aantrekkelijker voor internationale ondernemingen. Een compensatie voor het quasi volledig wegvallen van de notionele interestaftrek.

Publicatiedatum: 26 oktober 2017