Deel dit artikel

Flexibilisering binnen het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, deugdelijk bestuur en verslaggeving des te belangrijker

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) nadert stilaan de eindmeet. Bij de uitwerking van het ontwerp WVV ging veel aandacht uit naar de vereenvoudiging en flexibilisering van het Belgische vennootschaps- en verenigingsrecht. Ter bescherming van de vermogensrechten van derden worden de aansprakelijkheidsgronden terzake bestuurdersaansprakelijkheid uitgebreid, toepasselijk zowel voor de vennootschappen als verenigingen.
De naleving van de regelgeving en bijzondere procedures opgelegd door de wetgever dan wel de statuten, oftewel deugdelijk bestuur, zullen bijgevolg alleen maar aan belang winnen. Wat moet u onthouden van het nieuwe WVV?  

Bijzondere verplichtingen en bevoegdheden bestuur versus algemene vergadering

Wij zoomen in op de krachtlijnen van wettelijk geregelde procedures resp. bevoegdheden toepasselijk voor de NV en de nieuwe Besloten Vennootschap (afgekort BV) onder het WVV en de Insolventiewet. Overigens sluit de nieuwe Coöperatieve Vennootschap (afgekort CV) zo goed als integraal aan bij de BV op het vlak van organisatie en bestuur.

1. Alarmbelprocedure in geval van aanmerkelijke verliezen (gewijzigde procedure)

Voortaan zal het bestuursorgaan de algemene vergadering moeten bijeenroepen wanneer het netto-actief (zie hieronder) negatief dreigt te worden of is geworden. Zij heeft hiervoor een termijn van twee maanden nadat deze toestand werd of moest vastgesteld worden, met voorlegging van een omstandig verslag van het bestuursorgaan.

Eenzelfde regeling geldt indien het bestuursorgaan vaststelt dat de vennootschap redelijkerwijze niet meer in staat zal zijn haar opeisbare schulden te voldoen tijdens een periode van minstens twaalf maanden. De algemene vergadering is bevoegd om te beraadslagen over de ontbinding dan wel de voorgestelde herstructureringsmaatregelen ter vrijwaring van de continuïteit van de vennootschap. Deze procedure moet ten vroegste één jaar later opnieuw toegepast worden.

2. Procedure tegenstrijdigheid van belangen (gewijzigde procedure)

Onder het nieuwe WVV geldt een algemeen verbod op deelname aan de beraadslaging en stemming over een verrichting waarbij een bestuurder een tegenstrijdig rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft. Deze bestuurder moet voortaan de bestuursvergadering verlaten, verplicht op te nemen in de notulen van de bestuursvergadering.

Indien alle bestuurders een belangenconflict hebben, zal alleen de algemene vergadering bevoegd zijn (en niet langer meer de huidige lasthebber ad hoc binnen de BVBA).

Tenslotte zal voortaan “elke” belanghebbende de nietigheid van de besluitvorming kunnen vorderen, dus niet enkel meer de vennootschap.

3. Dubbele uitkeringstesten bij uitkering van dividenden, tantièmes en eerdere inbrengen

Het traditionele criterium, gelinkt aan het netto-actief, blijft in grote lijnen behouden voor de NV: het netto-actief mag niet dalen beneden het gestorte/opgevraagde kapitaal, vermeerderd met de wettelijke en statutaire reserves.

Voor de kapitaalloze BV is men noodgedwongen op zoek moeten gaan naar een andere graadmeter, met name twee financiële testen:

a) netto-actieftest (niveau algemene vergadering): het netto-actief mag niet negatief of kleiner worden dan eventueel statutair onbeschikbaar gesteld ingebracht eigen vermogen en eventuele wettelijke of statutair onbeschikbaar gestelde reserves
b) liquiditeitstest (niveau bestuursorgaan): de uitkering mag niet tot gevolg hebben dat de vennootschap haar opeisbare schulden niet meer kan betalen gedurende een periode van minstens twaalf maanden. Het bestuursorgaan moet hierbij rekening houden met de recente financiële toestand en redelijkerwijze te verwachten toekomstige ontwikkelingen die nog niet als dusdanig in de (tussentijdse) balans zijn gereflecteerd. Deze liquiditeitstest vereist een omstandig schriftelijk verslag van het bestuursorgaan,. Niet naleving van deze procedure kan resulteren in (hoofdelijke) bestuurdersaansprakelijkheid en strafsancties, ook al zou het bestuur moeten ingaan tegen de beslissing van de aandeelhouders.

4. Goedkeuring van de voorwaarden m.b.t. de uitoefening van enig bestuursmandaat

Alleen de algemene vergadering van (aandeelhouders of leden) is bevoegd om te beslissen over de vergoeding en andere voorwaarden waaronder een bestuurder dan wel enig lid van een bestuursorgaan zijn mandaat vervult. Dit geldt ook voor de afspraken inzake eventuele bijdragen tot verzekeringen, vervoer- en communicatiekosten e.d. Deze regel is van dwingend recht.

 5. Bijzondere aansprakelijkheidsgronden onder de Insolventiewet:

Eén van deze nieuwe aansprakelijkheidsgronden betreft de aansprakelijkheid wegens “wrongful trading” oftewel het ten onrechte verderzetten van een reddeloos verloren onderneming, waarbij:
(i) de betrokken bestuurder wist of behoorde te weten dat er geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden en een faillissement te vermijden; en,
(ii) hij niet heeft gehandeld zoals een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder geplaatst in dezelfde omstandigheden.

Waarneming bestuursmandaat als een goede huisvader onder het nieuwe WVV

Hoger vermelde selectie leert ons dat bestuursleden er voortaan alle belang bij hebben als een goede huisvader te handelen. Bestuurders zijn jegens de rechtspersoon aansprakelijk voor beslissingen en daden die zich kennelijk buiten de marge bevinden waarbinnen normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurders, geplaatst in dezelfde omstandigheden, redelijkerwijze van mening kunnen verschillen (marginale toetsing).

Alzo zal er binnen de beoogde uniforme bestuurdersaansprakelijkheidsregeling ruimte zijn voor verschillende situaties., Een onbezoldigde bestuurder van een lokale toneelvereniging die een toneelactiviteit organiseert om de VZW-kas te spijzen zal anders beoordeeld worden dan de bestuurder van een professionele organisator van massa-events.

De bestuurdersaansprakelijkheid zal in principe hoofdelijk zijn binnen éénzelfde bestuursniveau in geval van een collegiaal bestuursorgaan. Voor overtredingen van het WVV en/of de statuten zal de aansprakelijkheid steeds hoofdelijk zijn.

Men kan zich slechts aan deze hoofdelijkheid onttrekken indien men niet heeft meegewerkt aan een foute beslissing of aan een schending van het WVV of de statuten. Dit kan blijken uit het protest geuit op de vergadering, uitdrukkelijk opgenomen in de notulen. Een ander voorbeeld betreft de bestuurder die rechtmatig afwezig was op de desbetreffende bestuursvergadering, met melding hiervan aan het bestuursorgaan. Het bestuurslid dat een melding doet buiten een bestuursvergadering, heeft er om bewijsredenen alle belang bij om dit schriftelijk te doen.

Beperking bestuurdersaansprakelijkheid (caps)

De meest controversiële bepaling van het ontwerp WVV betreft de beperking van de bestuurdersaansprakelijkheid door de invoering van zogenaamde aansprakelijkheidsgrenzen. Dit zou concreet betekenen dat de aansprakelijkheid van de bestuurders onder de nieuwe regeling per feit of geheel van feiten beperkt zou worden tot een bepaald bedrag, met inbegrip van de bijzondere aansprakelijkheidsgronden ingevoerd door de Insolventiewet. Het bedrag zou variëren naargelang de grootte van de rechtspersoon in kwestie.

Hierover zijn reeds de nodige discussies gevoerd. Bovendien heeft de Raad van State de regering teruggefloten wegens discriminatie t.a.v. ondernemers-natuurlijke personen. Het al dan niet doorvoeren van deze beperking zal een politieke beslissing uitmaken. België zou zich in voorkomend geval als enig land met zulk een verregaande aansprakelijkheidsbeperking op de wereldkaart plaatsen. Wordt zeker vervolgd.

Algemene beschouwing

De bestuurdersaansprakelijkheid neemt fors toe, waarbij de impact ervan voor de VZW’s het grootst zal zijn. Anderzijds zou hoger vermelde aansprakelijkheidsbeperking de uitgebreidere bestuurdersaansprakelijkheid kunnen milderen.

Niet alleen de VZW’s (en Stichtingen) dienen hun organisatie en werking te evalueren en aan te passen, dit geldt eveneens voor de overige ondernemingen die ressorteren onder het WVV en de Insolventiewet. Voor de niet-beursgenoteerde bedrijven is deugdelijk bestuur eveneens een noodzaak geworden. Zij moeten hun organisatie en werking aanpassen en, voor zover nog niet bestaande, een verslaggevingscultuur ontwikkelen.
Uiteraard kan Van Havermaet u adviseren en begeleiden bij de hervormingen die daarmee zouden gepaard gaan.

Publicatie datum: 27 maart 2018