Deel dit artikel

Hervorming verenigingsrecht: is uw VZW klaar voor de toekomst?

Het verenigingsrecht zal weldra drastisch worden gewijzigd door de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV). Welke hervormingen staan uw VZW nu te wachten?  

Van VZW naar onderneming – Bestuurdersaansprakelijkheid

Een eerste belangrijke nieuwigheid is dat elke VZW onder de nieuwe regelgeving als een onderneming kwalificeert. Deze wijziging brengt enkele belangrijke implicaties met zich mee. Zo zullen onder meer het insolventierecht (het vroegere faillissementsrecht) alsmede de dwingende regelgeving aangaande de bestuurdersaansprakelijkheid voortaan van toepassing zijn op de VZW.

Dit houdt bijvoorbeeld in dat verenigingen in de toekomst failliet kunnen worden verklaard, zelfs indien ze geen economisch doel nastreven. De insolventiewet zal anderzijds ook nieuwe kansen bieden voor de VZW wanneer het minder goed gaat: de procedure van gerechtelijke reorganisatie staat voortaan eveneens open voor de VZW met betalingsmoeilijkheden waarbij aan de rechtbank bescherming tegen schuldeisers kan worden gevraagd.

Middels de aangekondigde wetswijzigingen zullen de gemeenrechtelijke principes en de verstrengde regels m.b.t. de bestuurdersaansprakelijkheid het verenigingsrecht binnensluipen. Zo zullen de bestuurders onder de toekomstige wetgeving hoofdelijk aansprakelijk zijn voor fouten die het bestuursorgaan als college begaat bij de uitoefening van het bestuur.

Indien men hieraan als bestuurder wenst te ontsnappen, zal de bestuurder in kwestie het bestuursorgaan erover moeten informeren dat hij niet heeft deelgenomen aan een welbepaalde foute handeling met vermelding hiervan in de notulen van de bestuursvergadering. Dit zal in de toekomst nog slechts de enige mogelijkheid zijn om te ontsnappen aan de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders.

Naast de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsgronden zullen bovendien ook enkele bijzondere aansprakelijkheidsgronden van toepassing worden op bestuurders van een VZW, zoals onder meer: de bijzondere bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijke grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement alsmede de nieuwe aansprakelijkheid “wrongful trading” wegens het voortzetten van een reddeloos verloren onderneming.

Om aan deze verstrengde bestuurdersaansprakelijkheid tegemoet te komen is de wetgever wel voornemens om de aansprakelijkheid voor bestuurdersfouten te beperken tot een bepaald bedrag en dit in functie van de omzet en het balanstotaal van de VZW. Hoe groter de omzet en het balanstotaal van de vereniging is, des te groter de eventuele bestuursaansprakelijkheid kan zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat voormelde beperking van de bestuurdersaansprakelijkheid momenteel nog ter discussie staat.

De gewijzigde regelgeving veronderstelt aldus een zekere vorm van professionalisering en is erop gericht derden te informeren en te beschermen. Het is dan ook van groot belang dat de VZW zich professionaliseert en het bestuursorgaan zich voldoende organiseert in functie van de aankomende wijzigingen. Een goedbedoelde vrijwilligersmentaliteit zal onder de nieuwe regelgeving bijgevolg niet meer voldoende zijn. Meer dan ooit is een goede verzekering tegen bestuurdersaansprakelijkheid van belang.

Onbeperkte economische activiteiten versus behoud uitkeringsverbod

Verder zullen VZW’s onder de nieuwe regelgeving onbeperkt economische activiteiten mogen verrichten. Het is momenteel nog afwachten hoe de fiscus en de ondernemingswereld hierop zullen reageren. Het staat immers vast dat dit een enorme impact zal hebben op de economische en fiscale context van de VZW’s.

Het valt daarenboven ook niet uit te sluiten dat in de toekomst meer stakingsvorderingen zullen worden ingesteld in het geval vennootschappen van mening zijn dat verenigingen zich schuldig maken aan oneerlijke concurrentie. Daarenboven moeten de vrijwilligerswetgeving, de specifieke sectorale reglementering (zoals o.a. de ziekenhuisreglementering) alsmede de subsidiewetgeving erop nagezien worden in het licht van deze aankomende belangrijke wijziging.

Het verdient dan ook de voorkeur dat de wetgever meer duidelijkheid schept alvorens de nieuwe wet in werking treedt.

Het onbeperkt verrichten van economische activiteiten impliceert echter niet dat de winsten hiervan zomaar mogen worden uitgekeerd aan de leden. Het uitkeringsverbod, zoals vandaag de dag ook reeds gekend, blijft onverminderd van toepassing. Zowel rechtstreekse als onrechtstreekse uitkeringen aan de leden en bestuurders blijven verboden. De winsten die de VZW maakt middels de economische activiteiten zullen enkel en alleen kunnen worden aangewend in het kader van het belangeloos doel van de VZW.

Welke maatregelen zal u moeten nemen indien de VZW in de toekomst dergelijke economische activiteiten wenst te ontplooien? Vooreerst moet het statutaire voorwerp van de VZW uitgebreid worden met de gewenste economische activiteiten. Verder moet elke VZW zich inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen vermits de VZW voortaan als een onderneming wordt beschouwd.

Modernisering verenigingsrecht

Daarnaast zal de wetgever ook enkele aanvullende regels uitwerken voor het geval de statuten geen andere regeling zouden voorzien. Zo bevat de nieuwe wet – naar analogie met het regime van de vennootschappen – een schriftelijke besluitvormingsprocedure voor het bestuursorgaan, de coöptatie van bestuurders wordt mogelijk en de algemene ledenvergadering moet voortaan de begroting niet meer jaarlijks goedkeuren. Let wel, dit wordt de zogenaamde aanvullende regeling die van toepassing wordt op de VZW indien u geen andere statutaire regeling heeft voorzien. U kan er dus ook voor opteren om een andere regeling uit te werken in de statuten.

Naast voormelde dwingende en aanvullende regels zal de wetgever ook enkele facultatieve bepalingen voorzien onder de nieuwe regelgeving. Hiervoor kan u optioneel kiezen in de statuten. Let wel, indien u hiervan gebruik wenst te maken, moet u deze wel verplicht opnemen in uw statuten. Zo zal onder meer de modernisering haar intrede vinden in het recht. Het wordt immers mogelijk om in de statuten zowel de website als het e-mailadres van de VZW op te nemen, alsook de e-mailadressen van de leden en de bestuurders. Dit betekent dan wel dat elke communicatie gericht aan de e-mailadressen vermeld in de statuten geacht zal worden rechtsgeldig te zijn gebeurd. Ook zal het mogelijk worden om onder de nieuwe regelgeving een reglement van interne orde op te stellen. Vandaag de dag hebben reeds verschillende verenigingen dergelijk intern reglement opgesteld. Het is aangewezen na te gaan of dit intern reglement rechtsgeldig werd opgesteld, zodat men dit als voorzorgsmaatregel nog tijdig kan laten bekrachtigen door de algemene ledenvergadering.

Tot slot geven wij u voor de volledigheid nog mee dat u rekening zal moeten houden met een uitgebreidere procedure in het geval u in de toekomst een bestaande VZW wenst te ontbinden en te vereffenen.

Overgangsregime

Zoals thans te verwachten is, zal het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen in werking treden vanaf een welbepaalde datum na publicatie in het Belgisch Staatsblad. De dwingende bepalingen zullen naar alle waarschijnlijkheid van kracht worden vanaf de 10e dag na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Voor de niet-dwingende bepalingen zal er voor bestaande VZW’s wellicht een overgangsregime van 10 jaar van toepassing zijn. Dit impliceert dat men gedurende een periode van 10 jaar de mogelijkheid heeft om de statuten aan te passen conform de nieuwe wetgeving. U dient er wel rekening mee te houden dat van zodra u nog maar één bepaling van de statuten wijzigt, na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad, de wet onmiddellijk in haar geheel van toepassing zal worden en u zodoende geen gebruik meer kan maken van het overgangsregime van 10 jaar.

U zal begrijpen dat het, gelet op het voorgaande, van cruciaal belang is dat de statuten in het licht van de nieuwe wetgeving worden (her)bekeken. Hebt u reeds een VZW of bent u voornemens om er één op te richten en wenst u daarbij gebruik te maken van de opportuniteit van het overgangsrecht? Van Havermaet adviseert u graag bij de verdere professionalisering van uw VZW zodat u klaar bent voor de toekomst.


Publicatie datum: 27 maart 2018