Deel dit artikel

Wettelijke interestvoet, alles wat u moet weten

Wettelijke interestvoet

Het percentage van de wettelijke interestvoet, van toepassing in burgerlijke en in handelszaken? Dat bedraagt voor 2017 2% op jaarbasis. Maar er bestaan ook andere regimes, wanneer u bijvoorbeeld aan of van de vennootschap leent, zijn er belangrijke regels om rekening mee te houden. We zetten ze graag even voor u op een rijtje.    

De wettelijke interestvoet is van toepassing in burgerlijke zaken en in handelszaken. Deze geldt voor burgerlijke zaken tussen natuurlijke personen of rechtspersonen en voor transacties tussen handelaars en particulieren. Het percentage van de wettelijke interestvoet bedraagt 2% op jaarbasis. Uiteraard bestaan hier uitzonderingen op de regel. Valt u onder een ander regime, dan informeren we u hier graag over.

Tegen wettelijke interestvoet lenen

Wilt u ook tegen wettelijke interestvoet lenen aan uw vennootschap? Dat kan! Indien u als bedrijfsleider een tegoed heeft op uw rekening-courant, dan kan de vennootschap daarop fiscaalvriendelijke interesten betalen. Deze interesten moeten niet gelijk zijn aan de wettelijke interestvoet, maar u zorgt er best voor dat de interest ook niet meer bedraagt dan de ‘marktrente’. Interesten die uw vennootschap betaalt op een geldlening die u haar als vennoot of bestuurder toegestaan heeft, worden immers geherkwalificeerd in dividenden voor zover ze hoger zijn dan de marktrente. Vanaf AJ 2018 bedraagt het tarief 30% op roerende inkomsten, zowel voor dividenden als intresten. Voor u zal er dus weinig veranderen aangezien de roerende voorheffing zowel voor interesten als voor dividenden 30% bedraagt. Voor de vennootschap kan een herkwalificatie daarentegen wel nare gevolgen hebben. Let wel, in tegenstelling tot betaalde interesten, zijn dividenden niet aftrekbaar als beroepskosten. Daarnaast kan de vennootschap ook het verlaagde belastingtarief verliezen indien het totaal van de uitgekeerde dividenden meer bedraagt dan 13% van het gestort kapitaal.

De marktrente

Maar hoe bepaalt u nu die marktrente? Volgens de wet mag u hierbij rekening houden met de concrete omstandigheden (risico, financiële toestand van de vennootschap, looptijd, …). U doet er goed aan om een rente aan te rekenen die een bank in dezelfde omstandigheden zou vragen op een gelijkaardige lening. Even langsgaan bij uw bankier kan zeker geen kwaad.

Lenen van de vennootschap

In het omgekeerde geval, namelijk wanneer u geld leent van de vennootschap, let u ook best even op de interestvoet. Indien u een rekening-courantschuld heeft en u betaalt daarop slechts lage interesten of zelfs helemaal geen interesten dan zal u privé belast worden op een voordeel van alle aard. De wettelijke rentevoet is ook hier niet van belang. Het belastbaar voordeel van alle aard is gelijk aan het verschil tussen de referentierentevoet, die per type lening verschilt, en de rentevoet die aan de ontlener wordt aangerekend. Deze referentievoeten worden elk jaar door de overheid forfaitair vastgelegd. Zo moet bijvoorbeeld voor het aanslagjaar 2017 een gewone (niet-hypothecaire) lening zonder vaste looptijd terugbetaald worden met 9,27% interest om niet belast te worden op voordeel alle aard.

Wilt u graag meer weten over de wettelijke interestvoet voor uw bedrijf? Of over het lenen van of aan een vennootschap? Wij staan steeds voor u klaar met duidelijk advies op uw maat!