Deel dit artikel

Gebeurtenissen na afsluitingsdatum van het boekjaar: vermelden in de jaarrekening of niet?

Wat verstaan we onder ‘gebeurtenissen na balansdatum’? En hoe moeten deze gebeurtenissen worden opgenomen in de jaarrekening van uw onderneming? 

Definitie

Er is geen wettelijke definitie. Volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen omvat dit begrip elke gunstige of ongunstige gebeurtenis tussen de afsluitingsdatum van het boekjaar en de datum van de vergadering waarin het bestuursorgaan is overgegaan tot vaststelling van de jaarrekening.

Welke gebeurtenissen zijn relevant? Zij die minstens één van volgende factoren van de vennootschap beïnvloeden:

  • Het vermogen
  • De economische positie
  • De financiële positie
  • Het resultaat

De Commissie deelt deze gebeurtenissen op in drie categorieën.

Categorie 1: Gebeurtenissen na afsluitingsdatum van het boekjaar die bijkomende informatie geven over de evaluatie van één of meerdere activa- of passivabestanddelen zoals ze bestonden op de afsluitingsdatum van het boekjaar

De eerste categorie gaat over op informatie die ontstaan is in het afgesloten boekjaar. Maar pas gekend is ná de afsluitingsdatum van het betreffende boekjaar en vóór de jaarrekening wordt vastgesteld door het bestuursorgaan.

Het bestuursorgaan moet rekening houden met deze al dan niet materiële gebeurtenissen en desgevallend de balans en/of resultatenrekening van het afgesloten boekjaar aanpassen.

Bovendien vindt de Commissie dat het beginsel van het getrouwe beeld vereist om in de toelichting de aanpassingen aan de balans en resultatenrekening uit te leggen die te wijten zijn aan materiële gebeurtenissen die zich na balansdatum voordeden. Deze informatie moet in de toelichting van de jaarrekening worden vermeld onder de rubriek “Andere in de toelichting te vermelden inlichtingen”.

Voorbeelden
In haar ontwerpadvies geeft de Commissie enkele voorbeelden van deze type gebeurtenissen:

  • De minnelijke schikking voor een geschil ontstaan tijdens het afgesloten boekjaar of een vorig boekjaar, die zich voordeed na afsluiting van het betrokken boekjaar, bevestigt dat de vennootschap een bestaande verplichting had bij de afsluitingsdatum van het betrokken boekjaar. Het bestuur moet desgevallend een voorziening boeken voor het hangende geschil of de bestaande voorziening verhogen. Indien uit de minnelijke schikking blijkt dat de vennootschap geen enkele bestaande verplichting had bij de afsluitingsdatum van het boekjaar, vindt de Commissie dat, rekening houdend met het voorzichtigheidsbeginsel en het beginsel van een getrouw beeld, de voorziening toch behouden moet blijven. Deze informatie wordt vermeld in de toelichting van de jaarrekening.
  • De bepaling na afsluiting van het boekjaar van het bedrag met betrekking tot de werknemersparticipatie in de winst van de vennootschap, in de bonussen en/of winstpremies met betrekking tot het afgesloten boekjaar.
  • Een aanslag met betrekking tot inkomstenbelastingen over vorige boekjaren ontvangen na afsluiting van het boekjaar. Indien de vennootschap deze aanslag betwist, moet het bestuursorgaan voor het afgesloten boekjaar een bedrag provisioneren dat de vermoedelijke fiscale schuld zo goed mogelijk inschat.
  • Het vonnis van faillietverklaring van een klant dat werd uitgesproken na afsluiting van het boekjaar. En dat bevestigt dat de klant insolvent was bij de afsluitingsdatum van het betreffende boekjaar. In deze situatie moet het bestuursorgaan een (bijkomende) waardevermindering boeken in de jaarrekening van het afgesloten boekjaar.

Categorie 2: Gebeurtenissen na afsluitingsdatum van het boekjaar die informatie geven over de evaluatie van één of meerdere activa- of passivabestanddelen zoals ze bestaan na de afsluitingsdatum van het boekjaar

Deze tweede categorie omvat de informatie die ontstaan is na de afsluitingsdatum van het betrokken boekjaar. En die pas gekend is ná deze datum maar vóórdat de jaarrekening wordt vastgesteld door het bestuur.

Deze gebeurtenissen geven geen aanleiding tot een aanpassing van de balans of de resultatenrekening van het afgesloten boekjaar. Maar wel tot een vermelding van hun aard en de financiële gevolgen in de toelichting van de jaarrekening.

Kunnen de financiële gevolgen niet worden ingeschat? Dan moet het bestuursorgaan dit verantwoorden in de toelichting. Indien ze belangrijk zijn, moeten de gebeurtenissen bovendien ook worden vermeld in het jaarverslag.

Bovenstaande laat het bestuur echter niet toe om onbestaande risico’s op de afsluitingsdatum van het boekjaar te provisioneren. Dit door zich te baseren op een feit ontstaan tussen de afsluitingsdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening werd vastgesteld.

Categorie 3: Gebeurtenissen die informatie geven over de evaluatie van één of meerdere activa- of passivabestanddelen die plaatsvinden tussen het ogenblik waarop de jaarrekening wordt vastgesteld door het bestuursorgaan en de datum van de algemene vergadering die de jaarrekening moet goedkeuren

De laatste categorie bestaat uit materiële gebeurtenissen die plaatsvinden tussen het ogenblik waarop de jaarrekening door het bestuur wordt vastgesteld en de datum van de algemene vergadering die wordt samengeroepen om de jaarrekening goed te keuren. In dit geval moet het bestuur de jaarrekening opnieuw vaststellen. Indien dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld omdat de jaarrekening al werd meegedeeld aan de vennoten/aandeelhouders), zal het bestuur deze gebeurtenissen mondeling toelichten tijdens de algemene vergadering. En wordt er melding van gemaakt in het verslag van de algemene vergadering.

Ten slotte

Daarnaast haalt de Commissie aan dat de materiële gebeurtenissen na afsluitingsdatum van het boekjaar in het bestuursverslag opgenomen moeten worden. Het bestuursverslag vermeldt de weerslag die deze gebeurtenissen hebben op de opbrengsten of kosten. En of ze al dan niet aanleiding geven tot een aanpassing van de balans en/of de resultatenrekening van het afgesloten boekjaar.

Publicatie datum: 28 juni 2018