Beste klant of relatie, onze kantoren zijn weer open voor gebruik. We hebben voldoende beschermingsmaatregelen genomen om uw en onze veiligheid te garanderen. Graag tot snel & onze gezonde wensen voor u & uw naasten.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) publiceerde haar definitieve advies over niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Wat moet u weten over dit advies?

Voor de toepassing van de btw maakt het een groot verschil of een onderneming in België is gevestigd of niet. Heeft men een vaste inrichting in België, dan is men gevestigd in België. Vandaar het belang te weten wat een “vaste inrichting” voor btw-doeleinden inhoudt.

OUDE DEFINITIE

De regeling welke van toepassing is op de niet in België gevestigde belastingplichtigen wordt uitvoerig uiteengezet in de circulaire nr. 4/2003 van 04.03.2003. Destijds ging de administratie er nog vanuit dat een belastingplichtige over een vaste inrichting hier te lande beschikt wanneer de volgende drie voorwaarden samen vervuld zijn:

  1. de belastingplichtige heeft in België een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een opslagplaats of enige andere vaste inrichting, met uitsluiting van de bouwwerven [De bouwwerven worden niet aangemerkt als vaste inrichtingen welke ook de duur van de werken is.];
  2. De in 1) bedoelde inrichting wordt beheerd door een persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten;
  3. de in 1) bedoelde inrichting verricht op geregelde wijze handelingen bedoeld in het BTW-Wetboek: leveringen van goederen of dienstverrichtingen [De handelingen mogen zonder enig onderscheid in het buitenland of in België plaatsvinden en effectief aan de belasting zijn onderworpen dan wel zijn vrijgesteld.].

RECENTERE DEFINITIE

Onder invloed van Europese rechtspraak is men wat afgestapt van die oude definitie en vandaag vinden we in de officiële Btw-handleiding volgende drie voorwaarden voor het bestaan van een vaste inrichting:

  1. de belastingplichtige heeft in België een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een magazijn, een kantoor, een laboratorium, een inkoop- of verkoopkantoor, een depot of enige andere vaste inrichting maar met uitzondering van bouwwerven (ongeacht de duur van de werken);
  2. die inrichting wordt gekenmerkt door een voldoende graad van bestendigheid en een aangepaste structuur in termen van menselijke en technische middelen; de fiscus veronderstelt dat dit het geval is wanneer die inrichting beheerd wordt door een persoon die bekwaam is om de belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten; in het tegenovergestelde geval, is het de verantwoordelijkheid van de buitenlandse belastingplichtige om aan te tonen dat aan deze voorwaarde voldaan is;
  3. de menselijke en technische middelen beoogd in punt b) staan die inrichting toe goederen te leveren of diensten te verstrekken, op regelmatige wijze en in de zin van het Wetboek, waar deze activiteit ook plaatsvindt en zonder onderscheid te maken of deze handelingen inderdaad aan de belasting onderworpen worden of vrijgesteld zijn.

WAAROM IS DAT ONDERSCHEID BELANGRIJK?

De belastingplichtige van wie de zetel van economische activiteit of woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats niet gevestigd is in België, wordt voor de toepassing van het btw-Wetboek beschouwd als een niet in België gevestigde belastingplichtige. Voor de meeste handelingen die hij in België verricht, zal hij de btw kunnen c.q. moeten verleggen naar de in België gevestigde btw-plichtige afnemer. Als hij al btw verschuldigd is, zal hij zich voor btw moeten registreren bij het ‘Centrum Buitenland’ (het vroegere Centraal BTW-Kantoor voor de Buitenlandse Belastingplichtigen).

De buitenlandse belastingplichtige met vaste inrichting in België bevindt zich voor de handelingen die worden verricht door deze vaste inrichting in dezelfde toestand ten aanzien van de Belgische btw als de belastingplichtige wiens woonplaats of maatschappelijke of statutaire zetel zich wel in België bevindt. Hij heeft dezelfde rechten en is gehouden tot dezelfde verplichtingen. Veelal zal hij dus wel btw in rekening moeten brengen op zijn uitgaande handelingen en hij moet zich daarvoor registreren bij het Beheer Team (het vroegere btw-controlekantoor) dat bevoegd is voor de plaats waar de vaste inrichting is gelegen.

RECHTSPRAAK

Ook de rechtspraak volgt voormelde definitie. Zo bevestigde het Hof van Beroep te Gent onlangs dat een Nederlandse transportfirma een Belgische vaste inrichting had. Dit omdat uit de feiten bleek dat zij op haar locatie te Lochristi op bestendige wijze personeel en technische middelen ter beschikking had voor de uitvoering van transporten. Aldus had deze onderneming aan haar Belgische klanten Belgische btw moeten aanrekenen in plaats van gebruik te maken van de verleggingsregel van artikel 51, §2, 5° W.BTW.

WAARSCHUWING

Ook Belgische afnemers moeten waakzaam zijn wanneer zij handelen met buitenlandse firma’s. Als deze laatsten daadwerkelijk niet in België gevestigd zijn, zullen zij veelal terecht de btw verleggen naar de Belgische afnemer. Die mag vervolgens met een gerust hart die btw in aftrek brengen in zijn btw-aangifte.

Wanneer de ‘buitenlandse onderneming’ daarentegen over een Belgische vaste inrichting beschikt en deze laatste verricht de handeling, dan zal de voormelde verleggingsregel niet meer opgaan. En strikt genomen is de ‘verlegde btw’ dan ook niet aftrekbaar bij de Belgische afnemer.

Publicatiedatum: 30 juni 2017

Gepubliceerd door Jiri Convents

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2020