Beste klant of relatie, we raden zoveel als mogelijk aan om digitaal te werken, maar indien nodig: onze kantoren blijven open voor gebruik. We hebben voldoende beschermingsmaatregelen genomen om uw en onze veiligheid te garanderen. Graag tot snel & onze gezonde wensen voor u & uw naasten.

Dividenden soms toch lager belast dan 27%?

Nieuwe kapitaalinvesteringen in KMO’s worden fiscaal aangemoedigd. Want ook al worden bepaalde tarieven opgetrokken en verdwijnen sommige voordelen, toch kan u in een aantal gevallen genieten van een verlaagde roerende voorheffing op dividenden. We zetten het graag even voor u op een rijtje. 

Voorwaarden

Vanaf 1 januari 2016 is het tarief van de roerende voorheffing op dividenduitkeringen opgetrokken van 25% naar 27%. Nochtans betekent dit niet dat alle dividenden nu belast worden tegen 27%. Per 1 juli 2013 werd immers voorzien in verlaagde roerende voorheffing op dividenden van 15%. U kan hiervan genieten, niet enkel voor de oprichting van een nieuwe vennootschap, maar ook bij een kapitaalverhoging in uw bestaande vennootschap. Het zou zonde zijn dit voordeel te laten liggen.

Niet te verwarren met liquidatiereserve

Voor alle duidelijkheid: dit regime zoals van toepassing vanaf 1 juli 2013, mag niet verward worden met het regime waar dividenden uitgekeerd worden uit de aanleg van een (bijzondere) liquidatiereserve. De aanleg van deze (bijzondere) liquidatiereserve biedt ook de mogelijkheid om dividenden aan een verlaagde voorheffing uit te keren (op voorwaarde althans dat u 5 jaar kan wachten na de aanleg ervan).

Voor welke vennootschappen?
De roerende voorheffing van 15% geldt enkel voor dividenden uitgekeerd door kleine vennootschappen. Om na te gaan of uw vennootschap als ‘klein’ beschouwd kan worden, moeten de criteria van art. 15 van het Wetboek vennootschappen getoetst worden in het jaar van kapitaalinbreng. Indien uw vennootschap nadien in de ‘grote’ sfeer zou vertoeven, doet dit geen afbreuk aan het behoud van het 15%-tarief.

  • Aandelen op naam met volstorting in geld: de aandelen moeten op naam en volledig volstort zijn. De aandelen mogen geen recht geven op een preferent dividend. De inbreng moet in geld gebeuren. Een inbreng in natura van bv. een rekening-courant, handelsfonds of aandelenpakket komt niet in aanmerking.
  • Opgelet bij overdracht van aandelen: de aandeelhouder moet ononderbroken volle eigenaar blijven van de vennootschap. Enkele uitzonderingen zijn voorzien ingeval van erfenis of reorganisatie van vennootschappen. Bij een overname van een bestaande vennootschap, verliest u spijtig genoeg het voordeel van de lagere roerende voorheffing. De aandelen zijn dan namelijk niet in bezit vanaf de kapitaalinbreng. Een kapitaalverhoging met uitgifte van nieuwe aandelen is dan mogelijks fiscaal opportuun.
  • Ook dividenden van buitenlandse vennootschappen: enkele minder gekende vennootschapsvormen komen ook in aanmerking. Het gaat om de commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma en coöperatieve vennootschap met onbeperkte hoofdelijke aansprakelijkheid. Zij moeten bijkomend voldoen aan een minimum kapitaalvereiste. Dividenden uitgekeerd door buitenlandse vennootschappen genieten eveneens van het voordeel, voor zover aan dezelfde voorwaarden wordt voldaan. De statuten van de buitenlandse vennootschap moeten hierbij onder de loep worden genomen.
  • Geduld is een deugd: Om te vermijden dat uw vennootschap onmiddellijk na oprichting of kapitaalverhoging zou overgaan tot dividenduitkering aan het verlaagd tarief, heeft de regering een wachttermijn voorzien. Om dividenden uit te keren aan het 15%-tarief, wordt vier jaar geduld gevraagd. Indien de inbreng nog in het boekjaar 2016 zou gebeuren, kan u een verlaagde voorheffing van 20% toepassen in 2019 en van 15% vanaf 2020.

Niet alles kan en mag
Zoals de traditie het wil, werden enkele antimisbruikbepalingen ingevoerd. De fiscus verzet zich onder meer tegen zogenaamde ‘accordeon operaties’, waarbij een kapitaalvermindering onmiddellijk wordt gevolgd door een kapitaalverhoging door eenzelfde of verbonden vennootschap. Het verlaagd tarief wordt in deze niet toegestaan voor de nieuw uitgegeven aandelen.

De inbreng mag overigens niet voorkomen uit belaste reserves, die in het kader van de ‘interne liquidatie’ werden uitgekeerd aan het voordelig 10%-tarief en onmiddellijk ‘vastgeklikt’ in het kapitaal. Hoe hoger de kapitaalverhoging, hoe meer u netto overhoudt van het dividend. Het verdient evenwel steeds de voorkeur enkele geldige bedrijfseconomische redenen te voorzien voor de bijkomende kapitaalbuffer. Indien de kapitaalverhoging louter fiscaal geïnspireerd is, loert de algemene antimisbruikbepaling steeds om de hoek.

Tenslotte bestaat via de aanleg van de (bijzondere) liquidatiereserve ook de mogelijkheid om aan een verlaagd tarief van roerende voorheffing dividenden uit te keren. Gelet op de verschillende toepassingsvoorwaarden van beide regimes, verdient het aanbeveling beide tegenover elkaar te leggen en de voor- en nadelen van elk regime af te wegen.

Hebt u vragen over dividenduitkeringen of wilt u graag meer weten? Wij staan steeds voor u klaar met professioneel advies.

Gepubliceerd door Stijn Janssens

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2021