Deel dit artikel

Beurstaks nu ook als u in het buitenland belegt! (en andere items voor beleggers)

Sinds 1 januari 2017 zijn er weer een aantal wijzigingen te noteren inzake Belgische beleggingsfiscaliteit.

Wij zetten deze even op een rijtje

1. Uitbreiding beurstaks – Ook voor beleggingen via buitenlandse tussenpersoon

Een eerste belangrijke nieuwigheid is de uitbreiding van de zogenaamde taks op beursverrichtingen per 1 januari 2017.

De beurstaks is verschuldigd op de aankoop en verkoop van aandelen, vastgoedcertificaten, obligaties, staatsbons, participaties in beleggingsfondsen en ETF’s of trackers. Voor verrichtingen die in België worden aangegaan of uitgevoerd is de Belgische tussenpersoon de schuldenaar van de taks. Deze tussenpersoon zal dan ook rechtstreeks de beurstaks betalen, zonder dat de opdrachtgever nog verdere actie moet ondernemen.

In het verleden kon aan de beurstaks worden ontsnapt door te werken met een buitenlandse bank of makelaar. Vanaf 1 januari is het toepassingsgebied van de beurstaks uitgebreid en is de beurstaks ook verschuldigd van zodra het order (verkoop of aankoop) rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gegeven aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in België of door een rechtspersoon voor rekening van een zetel of een vestiging ervan in België.

De inning van de beurstaks kan gebeuren via inhouding aan de bron door de buitenlandse makelaar (zoals bij een Belgische tussenpersoon). De buitenlandse tussenpersoon is evenwel niet verplicht de beurstaks in te houden en door te storten. Indien de buitenlandse tussenpersoon nalaat de beurstaks te betalen is de belegger verplicht zelf aangifte te doen en de beurstaks af te dragen.

De aangifte heeft steeds betrekking op de belastbare verrichtingen gedurende een kalendermaand. Volgens de geldende regelgeving moeten aangifte en betaling gebeuren binnen de maand die volgt op de verrichting. Indien de opdrachtgever evenwel zelf moet instaan voor de aangifte en het betalen van de taks bedraagt de termijn volgens de nieuwe regelgeving twee maanden. De eerste aangifte moet dus ten laatste einde maart 2017 worden ingediend.

Bij een laattijdige indiening is een boete voorzien van € 12,50 per week vertraging in de periode tot 30 juni 2017. Voor de periode 1 juli 2017 tot en met 31 december 2017 bedraagt de boete € 25,00 per week. Vanaf 2018 wordt dit € 50,00 per week vertraging. De boete kan wel niet meer bedragen dan het bedrag dat na 52 weken vertraging verschuldigd is. Bij niet tijdige betaling zijn er ook nalatigheidsinteresten verschuldigd.

Een aangifteformulier is er nog niet, maar zal eerstdaags in het Belgisch Staatsblad verschijnen. Uiteraard kan Van Havermaet voor de nodige begeleiding zorgen bij het indienen van deze aangiftes.

2. Winst bij verkoop van aandelen – Speculatiebelasting weer afgevoerd

De speculatiebelasting werd ingevoerd vanaf 1 januari 2016 en voorzag in een belastingheffing van 33% over de meerwaarde die werd gerealiseerd bij de verkoop van beursgenoteerde aandelen, opties, warrants en andere beursgenoteerde financiële instrumenten gebaseerd op aandelen indien de verkoop gebeurde binnen de zes maanden na de aankoop. Deze speculatiebelasting was ook van toepassing indien de meerwaarde wordt gerealiseerd binnen het normaal beheer van het privé-vermogen.

Per 1 januari 2017 is de speculatiebelasting al weer afgeschaft zodat deze enkel van toepassing is op de verkopen die gebeurd zijn in 2016. Vanaf 1 januari 2017 zijn meerwaarden gerealiseerd bij de verkoop van aandelen in beginsel belastingvrij tenzij de gerealiseerde meerwaarde wordt geacht te zijn gerealiseerd buiten het normale beheer van privé-vermogen.

3. Belastingtarief – Verhoging roerende voorheffing van 27% naar 30%

Ten slotte werd ook het belastingtarief dat van toepassing is op dividenden en interesten per 1 januari 2017 verhoogd van 27% naar 30%.
Publicatiedatum: 19 januari 2017