Deel dit artikel

Bijna helft minder belasting op woning van de vennootschap

Factor 2 of 3,8 voor ‘de firmawoning’? Het einde van de discussie lijkt in zicht. Tijdens de laatste begrotingsonderhandelingen werd beslist dat de berekeningsformule voor het voordeel van de woning in ‘alle gevallen’ de vermenigvuldigingsfactor 2 gebruikt.

Het voordeel van alle aard

Enkele extra-legale voordelen worden niet op hun werkelijke, maar op een forfaitaire waarde belast. Denk aan de berekeningswijze voor het voordeel van een bedrijfswagen. Ook voor de privéwoning die een bedrijfsleider van zijn vennootschap gratis of voor een lage prijs ter beschikking gesteld krijgt, bestaat er zo’n bijzondere formule.

Voor de berekening van het belastbaar voordeel van de privéwoning wordt een onderscheid gemaakt. Naargelang de woning aangeboden wordt door een rechtspersoon of door een natuurlijk persoon.

Discriminerend

De gratis woning wordt veel zwaarder belast indien dit voordeel wordt verleend door een vennootschap in plaats van een natuurlijke persoon. De progressieve tarieven lopen op tot 50%.

Onder het bewind van Di Rupo vergrootte het verschil van factor 2 naar 3,8. Weliswaar bleef een lagere factor van 1,25 gelden, indien het KI niet hoger was dan 745 EUR.

Dat er geen rechtvaardigingsgrond bestaat voor het onderscheid, werd bevestigd door zowel het Hof van Beroep van Gent (Gent 24 mei 2016) als door het Hof van Beroep te Antwerpen (Antwerpen 24 januari 2017). Want het voordeel van de woning blijft hetzelfde voor de genieter. Of de woning nu door een vennootschap, dan wel door een natuurlijk persoon ter beschikking wordt gesteld.

De fiscus hield eerst het been stijf. Maar in een Circulaire van 15 mei 2018 liet de fiscale administratie weten dat ze zich neerlegt bij de rechtspraak. Voor het inkomstenjaar 2017 (aj. 2018) mocht hierdoor het VAA van de gratis ‘firmawoning’ in alle gevallen berekend worden volgens de gunstige formule. Meer bepaald: geïndexeerd KI x 100/60. Dus zónder de vermenigvuldigingsfactor 3,8.

Van Havermaet-tip: indien u nog een aanslagbiljet heeft over inkomstenjaren 2016 of 2017 dat niet ouder is dan 6 maanden, dan kan u de belasting op het nadelig berekende (ongrondwettelijke) VAA via de bezwaarprocedure aanvechten. Het is zelfs verdedigbaar om de procedure van ambtshalve ontheffing te voeren. Hiermee kan u 5 jaar terug.

Factor 2

Natuurlijk zou die voordelige formule niet eeuwig blijven gelden. Omdat de schatkist te veel schade zou lijden. Aan de minister van Financiën om een nieuwe niet-discriminerende regel uit te werken. Die regel moest enerzijds aanleunen bij de marktwaarde van een woning en anderzijds de begroting niet te zeer uit balans brengen.

Tijdens de begrotingsronde van juli werd een compromis bereikt. Het belastbaar voordeel van de gratis woning zal in elke situatie gelijk zijn aan 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen, verhoogd met de vermenigvuldigingsfactor 2. Ongeacht of het voordeel verstrekt wordt door een rechtspersoon dan wel door een natuurlijke persoon.

Terug naar ons voorbeeld. Nieuw resultaat: het belastbaar voordeel wordt haast gehalveerd in vergelijking met de oude formule.

Vanzelfsprekend pakt de wijziging nadelig uit voor panden

  • ter beschikking gesteld door privé personen
  • met een KI gelijk aan of lager dan € 745

Vanaf wanneer?

Mag de ‘voordelige formule’ zonder vermenigvuldigingsfactor gebruikt worden voor het inkomstenjaar 2018? Dat hangt af van de snelheid van onze wetgever.

Indien de wetswijziging nog dit jaar in het Belgisch Staatsblad verschijnt, kan de formule probleemloos terugwerken vanaf 1 januari 2018.

Het is niet al goud wat blinkt

De belasting op een ‘firmawoning’ mag dan wel dalen, toch denkt u beter twee keer na voor u uw gezinswoning via de vennootschap aankoopt. Niet enkel wordt u op een gegeven moment geconfronteerd met een meerwaardebelasting op de woning. Het voordeel van de kostenaftrek van een privéwoning (bijvoorbeeld aankoopkosten, verbouwing, onderhoud,…) door de vennootschap, is al langer een doorn in het oog van de fiscus.

De fiscus voert vandaag een grondig onderzoek naar de kosten die een vennootschap aftrekt met betrekking to (privé)woningen. Of ze deze nu in volle eigendom heeft of in vruchtgebruik. Ook al betreft het kosten gemaakt aan een woning die de vennootschap als een ‘bezoldiging’ ter beschikking stelt aan een zaakvoerder, dan moet u nog steeds het beroepsmatige karakter van deze kosten kunnen verantwoorden. Helaas wordt het strenge standpunt in veel gevallen ook gevolgd door de rechtbanken.

Publicatie datum: 26 oktober 2018