Deel dit artikel

Het lot van de ‘valse hybrides’ eindelijk bekend

Terwijl momenteel op het befaamde autosalon in Frankfurt een ongezien aantal elektrische en hybride wagens (én zelfs een model aangedreven op waterstof) wordt voorgesteld, heeft onze regering van lopende zaken vandaag haar tactiek in de strijd tegen de ‘nephybrides’ weer iets duidelijker gemaakt.

Even opfrissen. In het licht van de hervorming van de vennootschapsbelasting (het zgn. ‘zomerakkoord’ uit 2017) werd er tot niemands verbazing opnieuw gemorreld aan de regels van de autofiscaliteit. Kort gezegd komt het erop neer dat vervuilende wagens vanaf 2020 zwaarder fiscaal afgestraft worden. (zie Regering sleutels alweer aan de autofiscaliteit)

Voor volledig elektrische wagens (denk aan de Tesla’s) of voor hybride voertuigen blijft echter een fiscaal gunstig regime bestaan. Althans voor wat betreft de hybride wagens waarvan de batterij voldoende ‘groot’ is. De regering vermoedde dat enkele fiscaal-vriendelijke plug-ins louter aangekocht werden voor hun fiscale voordelen en dat men ze amper aan de stekker legt omdat het elektrisch rijbereik toch te klein zou zijn…

Om dergelijke vermeende misbruiken te voorkomen heeft de overheid een specifiek stelsel ingevoerd om het gebruik van zgn. ‘valse hybrides’ te bestrijden. Wanneer een hybride plug-in voertuig niet aan bepaalde criteria voldoet, zal er voor de berekening van het voordeel van alle aard (VAA) én voor de aftrek van de beroepskosten abstractie worden gemaakt van de elektrische batterij. M.a.w., voor de fiscus zal de stekkerhybride geen batterij hebben, maar wel een volledige brandstofmotor en een CO2-uitstoot die gelijk is aan een ‘overeenstemmend voertuig’.

Criteria valse hybride:

• Aankoop of leasingcontract vanaf 1 januari 2018 (oudere hybrides blijven genieten van fiscale gunstregels);
• Elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kg wagengewicht, of;
• Een uitstoot van meer dan 50 gram CO2 per kilometer.

We hadden er het raden naar wat verder moest verstaan worden onder een ‘overeenstemmend voertuig’. Een en ander zou nog verduidelijkt worden in een nieuw besluit. Wel, dat (Koninklijk) Besluit is nu verschenen en bevat de regels om te bepalen welke wagen uit de catalogus gelijkgesteld moet worden met de valse hybride.

Gelijkvormigheidsattesten vergelijken

Volgens het besluit zullen de gegevens uit het gelijkvormigheidsattest (‘COC’; Certificate of Conformity) van de wagens doorslaggevend zijn voor vaststelling van het overeenstemmende model. Het zal er dus op aankomen de gegevens op het gelijkvormigheidsattest van de “valse hybride” te vergelijken met de gegevens op het gelijkvormigheidsattest van gelijkaardige modellen op de markt. Op die manier moet duidelijk worden welk model de valse hybride het dichtst benadert. Volgende criteria zullen hiervoor in aanmerking komen.

Het overeenstemmende voertuig:
• Heeft een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof als het hybride model (COC, rubriek nr. 26);
• Is van hetzelfde merk (COC, rubriek nr. 0.1);
• Heeft hetzelfde model (COC, rubriek nr. 0.2.1.);
• Heeft hetzelfde koetswerktype (COC, rubriek nr. 38) (bijvoorbeeld berline, break, SUV,…),
• Heeft een vermogen (kW) dat in verhouding met het vermogen van het hybride model het dichtst de ‘1’ benadert, en mag slechts schommelen tussen 0,75 en 1,25.

Indien geen enkel voertuig aan deze voorwaarden zou voldoen, wordt de uitstoot van de valse hybride vermenigvuldigd met 2,5 om de uitstoot voor fiscale doeleinden te bepalen. Deze regel was ons reeds bekend. Ze gaat ervan uit dat het gewone brandstofmodel gemiddeld 2,5 keer zoveel CO2 uitstoot als het hybride voertuig.

Stel dat er volgens deze criteria meerdere voertuigen in aanmerking komen om als overeenstemmend voertuig gekwalificeerd te worden, dan zal u het voertuig met de hoogste CO2-uitstoot (!) als overeenstemmend voertuig moeten aanmerken. De twijfelachtige reden hiervoor is volgens het besluit ‘de strijd tegen valse hybrides’ en om de aankoop van dergelijke voertuigen zoveel mogelijk te ontmoedigen.

Huiswerk voor de autofabrikanten

Maar hoe kan de eigenaar van een valse hybride wagen in ’s hemelsnaam zicht krijgen op de gegevens van de gelijkvormigheidsattesten van andere modellen? Deze attesten zijn immers uniek per voertuig en al zeker niet publiek beschikbaar.

Om het ons gemakkelijk te maken, legt de regering de verplichting bij de autofabrikanten (of indien deze niet in België is gevestigd, bij de auto-invoerder) om de vergelijkingen met overeenstemmende voertuigen te maken en alle noodzakelijke technische gegevens over te maken aan de FOD Financiën wanneer een nieuwe valse hybride op de markt geïntroduceerd wordt.

Het valt evenwel te betwijfelen dat de FOD Financiën nog veel post zal krijgen van de autoconstructeurs over nieuwe valse hybrides. De grote automerken hebben immers de (fiscale) boodschap inmiddels ook begrepen, waardoor er nog maar weinig hybride wagens met een te kleine batterij worden uitgebracht. De autoconstructeurs zullen natuurlijk wel nog steeds hun huiswerk moeten maken voor de valse hybride wagens die nu al op de weg rondrijden. De gegevens van de overeenstemmende modellen zullen ze ten laatste op 20 april 2020 aan de FOD Financiën moeten bezorgen.

Wanneer ze over alle nodige gegevens beschikt, zal de FOD Financiën op haar “webstek” een lijst bekendmaken met de valse hybrides en hun evenknieën. Slechts dan zal dus duidelijk worden welk fiscaal lot de valse hybrides zullen ondergaan : hoeveel bedraagt het correcte (hogere) VAA en welke (kleinere) kostenaftrek is van toepassing?

Een voorbeeld

De regering maakt de nieuwe regels duidelijk in enkele eigen voorbeelden. We nemen er even één over. We controleerden niet of de technische gegevens die de regering gebruikt, correct zijn.

Range Rover Sport
De Range Rover Sport (P400e SE) stoot meer dan 50 gram CO2 per kilometer uit (71 g/km).
We zoeken dus het overeenstemmende voertuig onder deze van hetzelfde merk (Land Rover), het zelfde model (Range Rover), hetzelfde koetswerktype (SUV), en voorzien van een motor die uitsluitend gebruikt maakt van dezelfde brandstof (benzine).

Drie andere benzine aangedreven Range Rovers komen in aanmerking:
a) Range Rover Sport (2.0 Si4 S)
b) Range Rover Sport (3.0 I6 P400 MHEV HST)
c) Range Rover Sport (5.0 V8 Supercharged HSE Dynamic)

De verhoudingen tussen het vermogen van deze voertuigen en het vermogen van het hybride voertuig, uitgedrukt in kW, zijn als volgt:
a) 1,00
b) 0,75
c) 0,57

Het derde voertuig wordt uitgesloten, aangezien zijn ratio niet begrepen is tussen 0,75 en 1,25. Van de overige twee voertuigen zal het overeenstemmende voertuig datgene zijn waarvan de ratio het dichtst de één benadert, namelijk de Range Rover Sport (2.0 Si4 S).

En wat betekent dit nu concreet?

U moet in dit geval dus de CO2-uitstootwaarde van de Range Rover Sport (2.0 Si4 S) gebruiken om het VAA te waarderen en de beroepskosten te bepalen van de valse hybride die de Range Rover Sport (P400e SE) is.

De uitstoot wordt op die manier verhoogd van 71 gr CO2/km naar 218 gr CO2/km.

Stel dat de (fiscale) cataloguswaarde van de valse hybride Range Rover Sport 95.000,00 EUR bedraagt, dan zal het belastbare VAA vanaf 1/01/2020 in beginsel stijgen naar 13.517,14 EUR. Terwijl dit volgens de lage uitstoot maar 3.257,14 EUR was!. Tel hierop een belastingtarief van 50% en de valse hybride Range Rover Sport zal volgend jaar ongeveer 5.000,00 EUR meer kosten in de personenbelasting.

De mate waarin u de autokosten (afschrijving, huur, leasing,…) kan aftrekken, wordt eveneens bepaald op basis van de CO2-uitstoot. Vanaf 2020 geldt er een nieuwe formule om dit aftrekpercentage te berekenen (zie Regering sleutelt alweer aan de autofiscaliteit). Wanneer we de verhoogde CO2-uitstoot in de formule invoeren, dan zal de wagen voortaan slechts genieten van een aftrek van 40%. Minder dan de helft van de kosten wordt dus nog fiscaal aanvaard, terwijl dit op basis van de CO2-uitstoot van 71 gr/km nog 86% zou bedragen! Stel dat de jaarlijkse kost voor de hybride Range Rover Sport (excl. brandstof) 20.000,00 EUR bedraagt, dan zal voortaan nog maar 8.000,00 EUR fiscaal aftrekbaar zijn in plaats van 17.200,00 EUR. Dit betekent een gemiste belastingbesparing in de vennootschapsbelasting tegen een tarief van 29,58% van ongeveer 2.700,00 EUR.

Het einde is nog lang niet in zicht

De autofiscaliteit is meer dan eens een hot topic (‘WLTP’, ‘salariswagens’, ‘kilometerheffing’, …) en het valt te verwachten dat het dat nog wel een tijdje zal blijven. Hoewel de vernieuwde regels over de autofiscaliteit nog in werking moeten treden vanaf 1 januari 2020, lijkt het bovendien meer dan waarschijnlijk dat de toekomstige regering er opnieuw haar eigen draai aan zal geven. Wellicht zal het te vullen gat in de begroting hier wel toe bijdragen.

Staat u of uw bedrijf voor een belangrijke aankoop en zijn de regels nu echt wel te complex geworden? We staan u graag bij met het juiste advies.

Publicatiedatum: 17 september 2019