Deel dit artikel

Wordt niet-voorafbetalen nu écht gesanctioneerd?

Zelfstandigen en vennootschappen die hun belastingen niet of onvoldoende voorafbetalen krijgen steeds een belastingverhoging aangerekend. De fiscus wil immers de werknemers niet benadelen die verplicht hun belastingen “vooraf betalen” via de bedrijfsvoorheffing en dus niet zo lang van al hun inkomsten kunnen genieten. Door een nieuwe wet loont het nu de moeite om dit ook effectief te doen.

VOORBIJE JAREN

Het verhogingspercentage wordt al jaren berekend op basis van de rentevoet die de Europese Centrale Bank hanteert op 1 januari van het belastbaar tijdperk. Deze rentevoet ligt tegenwoordig zo laag dat de boete bij onvoldoende voorafbetaling nauwelijks 1,125% bedraagt.

Als gevolg van het lage percentage vonden weinig zelfstandigen en vennootschappen het nog de moeite om de staatskas op voorhand te spijzen. Ze behielden hun opbrengsten en wachtten de belastingberekening gewoonweg af, die meestal pas een jaar na het einde van het boekjaar zou volgen.

VERDUBBELING VOOR 2017

Ter aanmoediging van de voorafbetalingen werd vorig jaar door de Regering beslist dat het vermeerderingspercentage voor aanslagjaar 2018 (inkomsten 2017) niet lager kan liggen dan 2,25%. Met andere woorden, het tarief van de laatste twee jaar verdubbelt zonder dat er nog rekening wordt gehouden met de lage interesten van de Europese Centrale Bank.

Deze belastingvermeerdering kan u vermijden door voldoende vooraf te betalen. Iedere voorafbetaling gaat gepaard met een ‘bonificatie’ die de boete vermindert. Voor een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar 2017 gelden volgende uiterste betaaldata:

Het zal niet lukken om de boete te ontlopen door in het laatste kwartaal nog snel een deel van de geraamde belastingschuld te betalen. De boodschap is dus: hoe vroeger u voorafbetaalt, hoe minder u moet betalen om de verhoging te neutraliseren.

Wij stippelen graag samen met u de beste tactiek uit!


Publicatiedatum: 6 april 2017