Beste klant of relatie, we raden zoveel als mogelijk aan om digitaal te werken, maar indien nodig: onze kantoren blijven open voor gebruik. We hebben voldoende beschermingsmaatregelen genomen om uw en onze veiligheid te garanderen. Graag tot snel & onze gezonde wensen voor u & uw naasten.

Tax Shelter anno 2016: nieuwe regels, opportuniteiten en valkuilen

Het investeringsklimaat rond de Belgische filmindustrie is de voorbije jaren ongetwijfeld in steile opmars dankzij de ‘tax shelter’ financiering. Belgische (en buitenlandse) vennootschappen genieten met name een lucratieve belastingvrijstelling voor hun investeringen in de audiovisuele sector. Voor raamovereenkomsten aangegaan vanaf 1 januari 2015, is het fiscaal kader drastisch gewijzigd. Het regime is eenvoudiger en veiliger geworden, maar voorziet naast het investeerderspotentieel ook in een aantal valkuilen. Er werd inmiddels een nieuw boekhoudkundig kader gecreëerd. Recentelijk werden ook enkele nuttige verduidelijkingen gepubliceerd.

Belastingvrijstelling van 310%

De investeerder geniet nog steeds van een ‘eenvoudige’ belastingvrijstelling, hetwelk aangevuld kan worden met een interestvergoeding. Er is bijgevolg geen sprake meer van vorderingsrechten op de filmproduct, noch van een directe deelneming in de filmopbrengsten. Deze bleken met name aanleiding te geven tot een aantal misbruiken. Onder het nieuwe regime sluiten de investeerder en producent een raamovereenkomst waarin de investeerder zich verbindt een bepaalde som te storten met het oog op het verkrijgen van een tax shelter-attest.

De belastingvrijstelling bedraagt maximaal 310% van de gedane tax shelter investering. Rekening houdende met een belastingdruk van 33,99% in de vennootschapsbelasting, gaat het dus om een belastingvoordeel van 105,37% van de investering. Het fiscaal voordeel volstaat dus op zich om een positief rendement te behalen van minimaal 5,37%. Heeft uw vennootschap € 100.000 geïnvesteerd in een bepaalde filmproductie, dan verkrijgt zij een vrijstelling van € 310.000 of een belastingvoordeel van € 105.370. Dit leidt dus tot een netto voordeel van € 5.370.

Absoluut maximum in functie van ‘belastbare gereserveerde winst’

Als belastingvrijstelling geldt een absoluut maximum van 50% van de ‘belastbare gereserveerde winst’ (dit is de fiscaal gecorrigeerde boekhoudkundige winst). Rekening houdende met de vrijstelling van 310%, betekent dit dat slechts 16% van de belastbare gereserveerde winst in aanmerking komt voor het ‘tax shelter’ voordeel. Heeft uw vennootschap een gereserveerde winst van € 100.000, dan kan maximaal 50% of € 50.000 van de winst vrijgesteld worden. Dit kan middels een (beperkte) investering van € 16.130 (x 310% = € 50.000). Het minimum belastingvoordeel bedraagt dan € 2.685 (€ 50.000 x 5,37%).

Niet voor elke vennootschap fiscaal opportuun

Uw vennootschap moet bijgevolg absoluut over voldoende (belastbare) winsten beschikken, om van de ‘tax shelter’ vrijstelling gebruik te kunnen maken. Voor bepaalde vennootschappen, menen wij dat dit geen geschikte fiscale belegging uitmaakt. Indien de vrijstelling niet (volledig) benut kan worden, dreigt een negatief rendement, dan wel het kapitaal van de investering grotendeels verloren te gaan. Indien uw vennootschap niet belast wordt aan het reguliere 33,99% belastingtarief, maar wel aan de lagere verminderde tarieven, kan dit eveneens leiden tot een sterk gereduceerd (of zelfs negatief rendement).

De vrijstelling houdt voorts rekening met een maximaal plafond op basis van voormelde ‘belastbare gereserveerde winst’. Hierbij worden op de boekhoudkundige winst een aantal fiscale correcties losgelaten. Zo kan een dividenduitkering ertoe leiden dat een positief boekhoudkundig resultaat alsnog omgebogen wordt naar een negatieve ‘belastbare gereserveerde winst’. De ‘tax shelter’ investering gaat in dergelijk geval teloor. Voorts kunnen overige fiscale correcties (terugname van belaste voorzieningen, afschrijvingsexcedenten, belastingvrije meerwaarden op aandelen, enz.) een belangrijke impact hebben op het uiteindelijk rendement van uw ‘tax shelter’ portefeuille. Bij onvoldoende belastbare winst, blijft een overdracht van de vrijstelling wel nog mogelijk. Dergelijke overdracht is beperkt tot 4 jaar. De timing van ontvangst en indiening van de ‘tax shelter’ eindattesten bij het lokaal belastingkantoor moet in deze nauwkeurig opgevolgd worden, om (in het verleden vaak voorkomende) ‘accidents de parcours’ te vermijden.

Optimaliseer uw ‘tax shelter’ investering

Door toepassing van de ‘tax shelter’ vrijstelling, gaan overige fiscale gunstregimes mogelijks verloren. Denken we aan de notionele interestaftrek (niet overdraagbaar ingeval van onvoldoende belastbare winst). Sinds kort kunnen KMO vennootschappen ook hun winst overboeken naar een ‘bijzondere liquidatiereserve’, om de winst na 4 jaar fiscaal voordelig uit de vennootschap te halen (aan het gunstig 15% i.p.v. 25% tarief). Een ‘tax shelter’ investering kan deze piste minstens enige vertraging doen opleveren.

Uw vennootschap beschikt mogelijks over overgedragen fiscale verliezen of notionele interestaftrek. Dit heeft op zich geen impact op de benutbare ‘tax shelter’ vrijstelling. U dient wel rekening te houden met de beperkte overdraagbaarbaarheid van de notionele interestaftrek (in principe 7 jaar), om te vermijden dat u een deel van het rendement alsnog verliest. De boodschap blijft dus om een ‘tax shelter’ investeringsproject op fiscaal vlak goed te laten begeleiden, om zo nodig verder te anticiperen en optimaliseren.

‘Plichten’ van de filmproducent

De filmproducent moet zelf aan een aantal voorwaarden voldoen om uw belastingvoordeel te vrijwaren. Uw rendement ligt dus grotendeels in handen van de filmproducent. Vooreerst moet de producent of tussenpersoon over een specifieke erkenning beschikken, en is zij onderworpen aan de prospectuswet. Daarnaast dienen o.a. de Belgische productie- en exploitatie uitgaven voor minstens 70% rechtstreeks met de productie verbonden te zijn, om een negatieve correctie van de waarde van het attest te vermijden. In de praktijk zou dit in principe geen problemen mogen opleveren. Uw belastingvoordeel hangt overigens af van de waarde van een ‘tax shelter’ attest. De belastingvrijstelling die alle investeerders samen in een bepaalde productie genieten, mag maximaal 150% van de waarde van het ‘tax shelter’ attest uitmaken. De filmproducent is dus beperkt in het aantrekken van financiering.

Blijkt nadien dat hier niet aan wordt voldaan, dan kan uw belastingvoordeel of zelfs uw kapitaalinleg (gedeeltelijk) verdampen als sneeuw voor de zon. Bovendien zou hierop een nalatigheidsinterest verschuldigd zijn. De praktijk zal moeten uitwijzen of de filmproducten steevast aan alle voorwaarden kunnen voldoen om het rendement voor haar investeerders te kunnen garanderen. Zij dienen daarom hun verplichtingen realistisch te begroten.

Grondig nazicht van de raamovereenkomst

Wellicht zullen hiertoe ook contractuele garanties (moeten) gesteld worden aan haar investeerders. Het is slechts toegelaten een waarborg te geven van afwerking van de filmproductie en (tijdige) aflevering van het fiscale attest. Als investeerder zou u dus het verloren gelopen belastingvoordeel (hopelijk met nalatigheidsinterest) kunnen terug claimen. De interestvergoeding (zie hierna) mag evenwel nooit gegarandeerd worden, wegens niet toegelaten door de wet. De productievennootschap is geenszins verplicht om waarborgen aan te bieden. Men doet er dus goed aan de raamovereenkomst aan een grondig nazicht te onderwerpen!

Interestvergoeding

Aangezien de investeerder even moet wachten, alvorens hij het belastingvoordeel mag verzilveren (op basis van een definitief attest), wordt in een interestvergoeding voorzien. Deze wordt door de fiscale wetgever beperkt op basis van de EURIBOR op 12 maanden, verhoogd met 450 basispunten. De interestvergoeding voor een investering die in augustus 2015 is gebeurd, zou bijgevolg maximaal 4,66% (0,16% + 450 BP) mogen bedragen. Dergelijke interestvergoeding kan voor maximaal 18 maanden worden toegekend.

Attractief rendement?

Het rendement dat men kan behalen op dergelijke investering ligt in lijn met het rendement onder de vorige regeling. Indien de filmproducent alsook de investeerder aan de diverse voorwaarden voldoen, zal de vennootschap een rendement van 5,37% ontvangen op de tax shelter vrijstelling zelf. Afhankelijk van de termijn van voorfinanciering, kan een bijkomende interestvergoeding bv. 4% bedragen. Het totaal rendement zou in dit voorbeeld 9,37% bedragen. Uiteraard een mooi rendement in vergelijking met de opbrengsten op de huidige spaardeposito’s.

Het uiteindelijk rendement dat u zal behalen op uw tax shelter investering, zal evenwel niet enkel afhangen van de sterkte van de filmproductie zelf. Het bedrag van de investering dient fiscaal op maat bepaald te worden, en ingekleed te worden binnen een ruimere optimalisatie oefening. Tenslotte is de ‘tax shelter’ investering nog steeds enkel interessant voor vennootschappen met een voldoende hoge belastbare winst, en die bij voorkeur geen recurrente dividendpolitiek voor ogen hebben.

Nieuw boekhoudkundig kader

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen staat in haar advies van 13 mei 2015 stil bij het gewijzigde boekhoudkundige kader voor tax shelter raamovereenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2015. Zo moet de investeerder op datum van ondertekening van de raamovereenkomst gebruik maken van een wachtrekening (499), totdat duidelijk is welke voordelen de tax shelter investering daadwerkelijk met zich zal meebrengen. Op afsluitdatum van de boekhouding moet het bestuursorgaan vervolgens oordelen in welke mate er voldoende winst zal zijn om tijdens het boekjaar het voorlopige belastingvoordeel te kunnen verkrijgen. Desgevallend mag de wachtrekening overgeboekt worden naar een kostenrekening ‘geraamde belastingen’ (6702). Deze boekhoudkundige verwerking dient te vertalen dat de tax shelter investering in economisch opzicht een soort ‘voorafbetaling van belastingen’ uitmaakt.

Heeft de investeerder tijdens het lopende boekjaar onvoldoende winst, dan moet gebruik gemaakt worden van een specifieke overlopende rekening (49X). Heeft de investeerder in een ‘worst-case’ scenario waarschijnlijk ook de volgende jaren onvoldoende winst om de vrijstelling te kunnen benutten, dan moet de investering als een uitzonderlijke kost worden geboekt (664). Het advies staat tenslotte ook stil bij de diverse boekingen die moeten gebeuren op het moment van voorlopige en definitief tax shelter vrijstelling, dan wel indien de voorwaarden niet zouden worden voldaan. Hieruit mag blijken dat de nieuwe tax shelter regelgeving ook op boekhoudkundig vlak absoluut maatwerk zal vereisen.

Graag begeleidt Van Havermaet u op fiscaal, boekhoudkundig en juridisch vlak bij uw keuzes in tax shelter investeringen en verdere optimalisatie mogelijkheden.

Gepubliceerd door Jonas Derycke

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2021