Deel dit artikel

Loonadministratie Q2 – 2019

1. Vakantiegeld

Het weer doet soms anders vermoeden, maar de zomermaanden komen eraan.
Ook uw werknemers bereiden zich waarschijnlijk al voor op hun vakantie, maar wanneer bent u verplicht om hun vakantiegeld uit te betalen?
Voor de bedienden gebeurt de uitbetaling in principe op het ogenblik dat zij hun hoofdvakantie nemen, in de meeste gevallen zal de uitbetaling echter plaatsvinden in de loop van de maand mei of juni. De arbeiders ontvangen het vakantiegeld van hun vakantiekas doorgaans in de maand mei.

Heeft uw werknemer geen of slechts een beperkt aantal wettelijke vakantiedagen? Dan bestaat er nog een reeks aan vrijblijvende alternatieven zoals onder andere jeugd- en seniorvakantie of Europese vakantie. Wenst u bijkomende uitleg over deze alternatieven? Neem contact.

2. Ecocheques – Jaarlijkse brutopremie

Enkele jaren geleden stonden de ecocheques nog ter discussie. Intussen zijn zij alom gekend. De regeling van de ecocheques is nog steeds vastgelegd op sectorniveau. Zo moeten werkgevers van Paritair Comité 200 (aanvullend paritair comité voor de bedienden) in juni ecocheques ter waarde van 250 EUR overhandigen aan werknemers die gedurende de referteperiode voltijds hebben gewerkt.

Diezelfde werkgevers binnen PC 200 moeten in juni ook de jaarlijks bruto premie betalen. Deze bedraagt in 2019 263,02 EUR. Een nieuwe werkgever kan er wel voor kiezen om in plaats van deze bruto premie een gelijkwaardig voordeel toe te kennen. Ben je een nieuwe werkgever en dien je dit voor het eerst te betalen? Wij informeren je graag over de mogelijkheden tot invoering van een gelijkwaardig voordeel.

De werkgevers van Paritair comité 124 (bouwbedrijf) moeten de ecocheques dan weer in mei te overhandigen. U houdt dus best de sectorale richtlijnen in de gaten.

3. Mobiliteitsbudget

Eindelijk is het er… sinds 1 maart 2019 is het mobiliteitsbudget dan toch een feit.
Maar wat betekent het voor u en uw werknemers?

Het mobiliteitsbudget kan een gamma aan alternatieven bieden voor de klassieke bedrijfswagen. U kan als werkgever ervoor kiezen om een mobiliteitsbudget in te voeren van zodra u minstens 36 maanden ononderbroken bedrijfswagens aanbiedt. Maar u bent ook vrij om hieraan extra voorwaarden te verbinden. Zo kan u bijvoorbeeld beslissen om medewerkers pas te laten instappen wanneer het huidige leasecontract afloopt.

In tegenstelling tot de mobiliteitsvergoeding (het zogenaamde ‘cash for cars’ ) waarbij uw werknemer zijn wagen inruilt voor een maandelijks brutobedrag, kan uw werknemer met het mobiliteitsbudget het voordeel behouden van een bedrijfswagen. Die wagen moet echter wel voldoen aan strengere milieunormen.

Hoeveel bedraagt het mobiliteitsbudget?

De reële jaarlijkse werkgeverskost van de huidige bedrijfswagen (of waarvoor men in aanmerking komt) – de zogenaamde total cost of ownership- bepaalt de grootte van het mobiliteitsbudget.

Waaraan kan uw werknemer het mobiliteitsbudget besteden?

Het budget kan worden besteed aan drie pijlers met elk een eigen sociale en fiscale behandeling:

4. Aanpassing maximumbedrag fortaitaire bureaukosten

Presteren uw medewerkers regelmatig uren van thuis uit ? Dan kan u hen een onkostenvergoeding uitkeren die de kosten dekt voor onder andere verwarming, elektriciteit en klein bureaugereedschap. Het forfaitaire bedrag hiervoor is recentelijk verhoogd naar 126,94 EUR/maand.

Andere aangepaste bedragen zijn:

  • Woon-werkverplaatsingen en beroepsverplaatsingen met de fiets: 0,24 EUR/km
  • Kledijkosten (aankoop en onderhoud): 1,74 EUR/dag

Publicatiedatum: 28 maart 2019