Deel dit artikel

Loonadministratie Q3 – 2019

1. VRIJWILLIGE OVERUREN: TOT 120 UREN PER JAAR

Werknemers hebben reeds de mogelijkheid om jaarlijks 100 vrijwillige overuren te presteren. Recent is deze grens opgetrokken tot 120 overuren per jaar. Via een sector-cao kan deze grens zelfs worden verhoogd tot 360 uur per jaar (bv. horeca).

Vrijwillige overuren verschillen van de normale overuren, meer bepaald:

  • Vrijwillige overuren hebben een vrijwillig karakter;
  • Er is geen inhaalrust verschuldigd;
  • Er dient geen toestemming van een intern of extern orgaan te worden gevraagd;
  • De eerste 25 gepresteerde vrijwillige overuren tellen niet mee voor de interne overurengrens.

Zoals eerder reeds gemeld, is het verplicht om vóór de prestatie van deze overuren een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer op te maken. Deze overeenkomst is maximum 6 maanden geldig.

2. MEER FLEXIBILITEIT BIJ DE OPNAME VAN OUDERSCHAPSVERLOF EN MEDISCHE BIJSTAND

Voltijdse werknemers kunnen vanaf 1 juni 2019 maximaal 40 maanden 1/10 ouderschapsverlof nemen. Praktisch betekent dit dat ze wekelijks een halve dag of een volledige dag om de twee weken kunnen nemen.

De opnamemodaliteiten van voltijds en halftijds ouderschapsverlof zijn ook gewijzigd. Halftijds ouderschapsverlof kan nu per maand aangevraagd worden. Voltijds ouderschapsverlof (en bij uitbreiding voltijdse medische bijstand) kan nu ook in weken worden opgenomen. Vier weken schorsing staat hierbij gelijk aan 1 maand voltijdse schorsing.

Deze bijkomende flexibilisering is echter geen recht! De werkgever dient akkoord te gaan. Bij weigering moet de werkgever deze beslissing schriftelijk meedelen aan de werknemer.

3. RISICO OP NIEUWE BIJDRAGE BIJ HET TEWERKSTELLEN VAN ONVRIJWILLIG DEELTIJDSE WERKNEMERS

Onvrijwillig deeltijdse werknemers zijn werknemers die voltijds wensen te werken, maar in afwachting van een gepaste voltijdse job reeds deeltijds aan de slag gaan. Deze werknemers kunnen van de RVA een aanvullende werkloosheidsvergoeding ontvangen.

Het doel is om deze werknemers zo snel mogelijk een voltijdse tewerkstelling aan te bieden. Daarom moet hun werkgever, telkens hij bijkomende uren beschikbaar heeft, dit aanbod bij voorrang doen aan zijn onvrijwillig deeltijdse werknemers.

De RSZ en de RVA zullen voortaan gegevens van de onvrijwillige werknemers en hun werkgevers bezorgen aan de controle diensten. Wanneer er uit controles blijkt dat de werkgever geen dergelijk aanbod doet, is er een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd aan de RSZ. Deze bijdrage bedraagt 25 EUR per maand per onvrijwillig deeltijdse werknemer die effectief een inkomensgarantie-uitkering ontvangt en wordt geïnd vanaf april 2020.

4. AFSPRAKEN JAARLIJKSE VAKANTIE IN DE ZOMERPERIODE

De verlofperiode komt eraan. Als werkgever wil je natuurlijk voorkomen dat iedereen gelijktijdig vakantie neemt. Het wetgevend kader is op dit vlak minder uitgewerkt en beperkt zich tot het stellen dat werknemers met schoolgaande kinderen bij voorkeur vakantie toegekend krijgen tijdens de schoolvakanties.

Je kan op ondernemingsniveau deze problematiek aanpakken. Via het arbeidsreglement kan je zelf een kader creëren. Zo kan je bijvoorbeeld per afdeling het minimum aantal werknemers dat aanwezig moet zijn bepalen of zorgen voor een betere verlofspreiding door te stellen dat een aantal vakantiedagen voor een bepaalde termijn moet worden opgenomen. Let er wel op dat je werknemers recht hebben op twee weken aaneensluitende vakantie tussen mei en oktober. (Voor minderjarige werknemers geldt een periode van 3 weken.)

Indien u vragen heeft omtrent de inhoud van deze nieuwsflash of bijstand wenst bij de opmaak van bv. de verplichte overeenkomst inzake de vrijwillige overuren of de aanpassing van uw arbeidsreglement, kan u ons uiteraard steeds contacteren.

Publicatiedatum: 18 juni 2019