Deel dit artikel

Uw loonadministratie Q1 – 2020

1. Sociale verkiezingen en de occulte periode

Moet u sociale verkiezingen organiseren in 2020 en overweegt u om iemand te ontslaan? Wees dan zeker voorzichtig omwille van de occulte periode.

De occulte periode is een periode van 65 dagen waarin werknemers beschermd kunnen zijn tegen ontslag zonder dat de werkgever hiervan op de hoogte is. Dit komt doordat de vakbonden hun kandidatenlijsten pas dienen kenbaar te maken op dag X+35 (valt tussen 17 maart en 30 maart 2020). De ontslagbescherming van de werknemers die op deze lijsten staan, gaat echter al in op dag X-30 (valt tussen 12 en 25 januari 2020).

In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld wanneer er een beroepsprocedure tegen de kandidatenlijst werd ingediend) kan de occulte periode zelfs duren tot dag X+76 (die uiterlijk op 10 mei 2020 valt).

De beschermingsvergoeding kan u twee tot acht jaar loon kosten.

Samengevat betekent dit dus dat u best vermijdt om een werknemer te ontslaan na 11 januari 2020 aangezien de betrokken werknemer zich wel eens kandidaat zou kunnen stellen zonder dat u hiervan op de hoogte bent.

2. Loopbaansparen

Het nieuwe jaar komt eraan. Dit betekent dat de vakantierechten voor de medewerkers opnieuw worden berekend.

Bedrijven die vallen binnen het toepassingsgebied van de P.C. 200 bediendensector, één van de belangrijkste sectoren in België, kunnen vanaf nu ook loopbaansparen invoeren.

Door loopbaansparen kan een werknemer bijvoorbeeld beslissen om zijn extralegale vakantiedagen of bepaalde overuren op te sparen om ze later op een geschikt moment in zijn loopbaan op te nemen met behoud van loon.

Om loopbaansparen in te voeren moet de werkgever een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) op het niveau van de onderneming opstellen. In deze CAO moet onder andere worden bepaald:

  • welke dagen de werknemers kunnen sparen. (wettelijke vakantie en ADV dagen zijn niet overdraagbaar en komen daarom niet in aanmerking)
  • binnen welke termijn ze kunnen worden gerecupereerd
  • de wijze van opname van deze dagen
  • de waardering van het spaartegoed
  • het beheer en de garanties voor de werknemer
  • de vereffening

Het invoeren van dit loopbaansparen is dus niet zo eenvoudig, maar kan een belangrijke troef zijn voor het aantrekken en behouden van werknemers.

3. Wijzigingen in kortingen op loonkost van de werkgever

Doelgroepenbeleid – korting op werkgeversbijdrage sociale zekerheid

Voor bepaalde categorieën van werknemers geniet de werkgever kortingen op of vrijstellingen van de betaling van de werkgeversbijdragen aan de RSZ (doelgroepverminderingen).

In haar nieuw ontwerp van programmadecreet sleutelt de Vlaamse regering aan de doelgroepverminderingen voor oudere en jongere werknemers. Deze wijzigingen zullen in principe ingaan op 1 januari 2020. Enerzijds wordt de startleeftijd voor de toekenning van deze doelgroepvermindering opgetrokken van 55 naar 58 jaar. Anderzijds kan de werkgever voor jonge middengeschoolde werknemers geen doelgroepvermindering meer krijgen. De Vlaamse regering heeft tevens overgangsmaatregelen voorzien waardoor geen enkele werkgever plots het lopende voordeel van een vermindering verliest.

De bij uitstek meest gunstige doelgroepvermindering is de doelgroepvermindering ‘eerste aanwerving’. Een nieuwe werkgever die overgaat tot aanwerving van een eerste werknemer geniet immers een volledige kwijtschelding van de basis sociale bijdragen ten laste van de werkgever. Deze kwijtschelding is van onbepaalde duur indien het een aanwerving betreft voor 31 december 2020. Overweegt u om uw eerste werknemer in dienst te nemen? Dan is 2020 het laatste jaar om dit extra voordelig te doen.

Gedeeltelijke vrijstelling bij doorstorting bedrijfsvoorheffing bij werken in onroerende staat

Voor werknemers die werken in onroerende staat verrichten op werven kan de werkgever, onder bepaalde voorwaarden, vrijgesteld worden van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing voor deze werknemers, en zo aanzienlijk besparen op de loonkost.

Dit vrijgesteld gedeelte wordt berekend als een percentage van de bruto belastbare bezoldiging van al de betrokken werknemers die in aanmerking komen. In 2020 wordt dit bedrag gevoelig verhoogd van 6% naar 18%.

Laat u werknemers werken in onroerende staat uitvoeren op werven, dan loont het in 2020 zeker om na te gaan of u in aanmerking komt voor deze lastenverlaging.

Heeft u nog geen gebruik gemaakt van deze lastenverlaging in 2018 (3%) en 2019 (6%)? Deze korting kan alsnog retroactief toegepast worden indien u aan de voorwaarden voldoet.

4. Evolutie van de arbeidsongevallenwet

Het aantal stage-, leer- en ervaringsovereenkomsten is de laatste jaren enorm gestegen. Velen van hen (o.a. personen in de nieuwe vormen van werkplekleren) zijn niet onderworpen aan de Arbeidsongevallenwet (AOW) terwijl ze toch dezelfde risico’s lopen als hun collega’s.

Per 1 januari 2020 worden dergelijke overeenkomsten gebundeld in de ‘kleine statuten’ en eveneens onderworpen aan de AOW. Fedris heeft een overzicht gepubliceerd van de leerwerkovereenkomsten die als ‘kleine statuten’ beschouwd dienen te worden.

In dit overzicht wordt ook steeds verduidelijkt wie de werkgeversverplichtingen t.a.v. die persoon in opleiding dient na te komen, nl. de gebruikende onderneming of de organiserende instelling.
Met werkgeversverplichtingen worden bedoeld:

  • het verrichten van een Dimona aangifte. Dit is verplicht vanaf 1 januari 2020 voor alle ‘kleine statuten’, ongeacht op welke datum de opleiding aanvangt, en eveneens voor reeds lopende contracten;
  • het afsluiten van een arbeidsongevallenverzekering die de personen in opleiding tegen de risico’s van arbeids(weg)ongevallen verzekert;
  • de aangifte van de arbeids(weg)ongevallen.

5. Nieuwe loongrenzen 2020

De loonbedragen die in aanmerking genomen moeten worden voor de toepassing van enkele arbeidsvoorwaarden voor arbeiders en bedienden worden in 2020 opnieuw aangepast.

Deze loonbedragen zijn relevant voor de toetsing van de geldigheid van en/of de uitwerking van:

  • een niet-concurrentiebeding : in een niet-concurrentiebeding verbindt de werknemer zich ertoe om bij zijn vertrek uit de onderneming geen gelijkaardige activiteit uit te oefenen, zij het door zelf een onderneming uit te baten, zij het door in dienst te treden bij een concurrent.
  • een arbitragebeding : in een arbitragebeding verbinden de werknemer en de werkgever zich vooraf ertoe om de geschillen die zouden voortvloeien uit de overeenkomst te onderwerpen aan arbitrage.
  • een scholingsbeding : in een scholingsbeding verbindt een werknemer, die tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een opleiding mag volgen op kosten van de werkgever, zich ertoe om een deel van de opleidingskosten aan deze laatste terug te betalen, indien hij de onderneming verlaat voor het verstrijken van een overeengekomen periode.

Vanaf 1 januari 2020 zullen volgende bedragen van toepassing zijn op:

  • het niet-concurrentiebeding, met uitzondering van de handelsvertegenwoordigers: 71.523 euro
  • het niet-concurrentiebeding van toepassing op de handelsvertegenwoordigers: 35.761 euro
  • het arbitragebeding: 71.523 euro
  • het scholingsbeding: 35.761 euro

6. Wat als u teveel loon uitbetaald hebt?

Volgens het huidige artikel 1376 BW is iemand die een onverschuldigde betaling ontvangt, verplicht deze terug te geven. Indien het gaat om een betaling van onverschuldigd loon door de werkgever, dient de werknemer dit dus terug te betalen. Er bestaat onduidelijkheid over de vraag of hij dan het bruto- of het nettobedrag moet terugbetalen.

Recent heeft het Hof van Cassatie beslist dat de werknemer enkel het nettoloon en de ingehouden bedrijfsvoorheffing dient terug te betalen. De ten onrechte ingehouden werknemersbijdragen dient de werkgever zelf terug te vragen aan de RSZ.

Publicatiedatum: 18 december 2019