Beste klant of relatie, onze kantoren zijn weer open voor gebruik. We hebben voldoende beschermingsmaatregelen genomen om uw en onze veiligheid te garanderen. Graag tot snel & onze gezonde wensen voor u & uw naasten.

Uw loonadministratie Q2 – 2020

1. Coronavirus

Het Coronavirus slaat toe in België en wordt beschouwd als een pandemie. De kans dat dit voor u een economische impact zal hebben is reëel. De federale regering heeft een aantal maatregelen goedgekeurd ter ondersteuning van bedrijven die getroffen worden door de gevolgen van het coronavirus. Zo kan er gebruik worden gemaakt van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht en wordt er voorzien in methoden voor de spreiding, uitstel en vrijstelling van betaling van sociale bijdragen, voorheffing en andere sociale en fiscale heffingen voor ondernemingen. Wenst u meer informatie te ontvangen over de ondersteuningsmaatregelen? Wij helpen u graag verder!

Lees meer: actualiteit inzake de Coronacrisis

2. Vakantiegeld

Door het sombere weer kunnen onze gedachten weleens afdwalen naar vakantie, ook die van uw werknemers. Voor een duwtje in de rug om hen een onvergetelijke vakantie te bezorgen kunnen ze rekenen op vakantiegeld, maar wanneer moet u als werkgever het vakantiegeld uitbetalen?

Voor de bedienden gebeurt de uitbetaling in principe op het ogenblik dat zij hun hoofdvakantie nemen, in de meeste gevallen zal de uitbetaling echter plaatsvinden in de loop van de maand mei of juni. De arbeiders ontvangen het vakantiegeld van hun vakantiekas doorgaans in de maand mei.

Heeft uw werknemer geen of slechts een beperkt aantal wettelijke vakantiedagen? Dan bestaat er nog een reeks aan vrijblijvende alternatieven zoals onder andere jeugd- en seniorvakantie of Europese vakantie. Wenst u bijkomende uitleg over deze alternatieven? Neem contact op.

3. Ecocheques

Een werkgever kan jaarlijks aan zijn werknemers vrijwillig ecocheques toekennen ter waarde van maximaal 250 EUR. In een aantal sectoren is deze toekenning verplicht. De toekenningsmodaliteiten hiervan worden vastgelegd in een sectorale cao.

Werknemers kunnen deze cheques gebruiken voor de aankoop van bepaalde ecologische producten en diensten. Het betreft een extralegaal voordeel waarop in principe geen belastingen of sociale lasten verschuldigd zijn. Deze ecocheques zijn niet aftrekbaar als beroepskost in hoofde van de werkgever.

Binnen verschillende paritaire comités dienen er in het tweede kwartaal ecocheques (gedeeltelijk) uitbetaald te worden. Dit is ondermeer het geval voor PC 112, 124, 149.04, 200 en 201.

4. Bruto premie (PC 200)

De werkgevers binnen PC 200 moeten in juni ook de jaarlijkse bruto premie betalen. In 2020 bedraagt deze maximaal 265,12 EUR. In geval van deeltijdse tewerkstelling of een onvolledige tewerkstellingsperiode wordt voormeld bedrag geproratiseerd.

5. Jaarverslag interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Elke werkgever dient jaarlijks voor 1 april het jaarverslag op te maken. In dit verslag wordt er teruggekeken naar de bedrijfsactiviteiten van het voorafgaande jaar (2019). Het brengt alle gegevens met betrekking tot de veiligheid en gezondheid van de werknemers binnen de onderneming in kaart.

Het verslag dient ondertekend te worden door de bestuurder en de interne preventieadviseur van de onderneming. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers kan de bestuurder zelf de interne preventieadviseur zijn. In andere onderneming dient een werknemer deze functie te bekleden. Let wel: de interne preventieadviseur geniet een bijzondere ontslagbescherming.

Het volstaat dat de werkgever dit verslag ter beschikking houdt van de met toezicht belaste ambtenaren van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk. Het moet niet meer naar hen verzonden worden. Wanneer dit verslag niet opgesteld wordt kan dit een strafrechtelijke sanctie opleveren.
De verschillende soorten formulieren voor het jaarverslag over 2019, met uitleg, kunt u downloaden van de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

6. Sociaal verzekerd in woonland zonder substantiële tewerkstelling? Overgangsmaatregel loopt af per 1/05/2020.

De Europese Verordening 883/2004 die op 1 mei 2010 in werking is getreden, vervangt Verordening 1408/71 en regelt onder meer welk sociaal zekerheidsstelsel van toepassing is wanneer personen werkzaam zijn in meerdere lidstaten van het grondgebied van de EER en Zwitserland.

Om te voorkomen dat er door de invoering van Verordening 883/2004 personen werden benadeeld, werd er in een overgangsregeling voorzien. Deze bepaalt dat personen onder de oude Verordening blijven zolang hun woon/werksituatie niet verandert of zij niet uitdrukkelijk om de toepassing van Verordening 883/2004 hebben gevraagd. Deze overgangsregeling loopt dit jaar af, namelijk op 30 april 2020.

Voor personen die onder de oude Verordening 1408/71 sociaal verzekerd waren in hun woonland, maar daar geen “substantiële” werkzaamheden verrichten zoals vereist onder de nieuwe Verordening 883/2004, vindt er op 1 mei 2020 een wijziging plaats met betrekking tot het land waar ze sociaal verzekerd zijn en sociale bijdragen dienen te betalen. Dit is uiteraard enkel het geval voor zover hun situatie sinds 1 mei 2010 niet is veranderd en niet eerder om de toepassing van de nieuwe Verordening 883/2004 werd gevraagd.

Wilt u weten wat het aflopen van de overgangsregeling voor uw situatie betekent? Van Havermaet helpt u graag verder!

7. Huisarrest in de horeca (PC 302)

Horecawerknemers die ziek zijn en een arbeidsongeschiktheid hebben van minstens vijf dagen, maar toch het huis mogen verlaten, hebben automatisch medisch huisarrest.

Dit betekent concreet dat de werknemers zich tijdens de eerste drie werkdagen van de periode van arbeidsongeschiktheid voor een periode van vier uur beschikbaar moeten houden voor een eventueel bezoek van de controlearts. Voor deeltijdse werknemers wordt het aantal uren geproratiseerd.

Indien de werknemer niet thuis is tijdens de periode van het medisch huisarrest, is de werkgever niet verplicht om gewaarborgd loon te betalen en dit zelfs vanaf de eerste dag van het medisch attest.

8. Afschaffing mobiliteitsvergoeding

Het Grondwettelijk Hof heeft met een arrest van 23 januari 2020 de mobiliteitsvergoeding of ‘cash for cars’-regeling afgeschaft. Deze regeling werd ingevoerd door een wet van 30 maart 2018 om werknemers aan te sporen hun bedrijfswagen in te ruilen voor een vergoeding in geld. De vergoeding werd gezien als een ‘groen’ alternatief voor de bedrijfswagen.

Waarom werd deze regeling afgeschaft?
Deze regeling wordt afgeschaft omdat ze in strijd is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Volgens het Hof bestaat er een ongelijke behandeling tussen enerzijds de werknemers die een laag belast loon ontvangen omdat ze hun bedrijfswagen hebben ingeruild en, anderzijds, de werknemers die geen bedrijfswagen hadden en dus ook geen fiscaal voordelig loon ontvangen aangezien hun loon het normale parafiscaal regime volgt. Er bestaat echter geen zekerheid dat deze regeling erin slaagt om het nagestreefde doel (het aantal wagens op de weg verminderen) te bereiken.

Wat met de personen die genieten van een mobiliteitsvergoeding?
De regeling blijft in zijn huidige versie bestaan tot 31 december 2020. De werkgevers en werknemers die al gebruik maken van de mobiliteitsvergoeding kunnen deze vergoeding nog ontvangen tot uiterlijk 31 december 2020. Er kunnen echter geen nieuwe mobiliteitsvergoedingen meer bijkomen. Nadien kan er in een alternatief voordeel voorzien worden ter vervanging van de afgeschafte mobiliteitsvergoeding, zoals het mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget is een budget dat de werknemer ontvangt van de werkgever ter compensatie van het inleveren van de bedrijfswagen waarover hij beschikte of waarop hij aanspraak kon maken. De werknemer kan dit budget vrij besteden aan een duurzaam alternatief zoals een milieuvriendelijkere wagen of een aantal duurzame vervoersmodi (bijvoorbeeld de fiets, het openbaar vervoer, …). Het saldo van het budget dat overblijft na aftrek van de eventuele bestedingen wordt in geld uitbetaald. De wet van 17 maart 2019 inzake het mobiliteitsbudget voorziet expliciet in de mogelijkheid om een mobiliteitsbudget toe te kennen ter vervanging van een mobiliteitsvergoeding.

Publicatiedatum: 16 maart 2020

Gepubliceerd door Jan Vaes

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2020