Deel dit artikel

Vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW): nieuw… maar ook nuttig?

De federale regering keurde het wetsontwerp goed tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Maar waar gaat het eigenlijk over? En voor welke werknemers is deze nieuwigheid interessant?

Voor wie?
Elke werknemer komt in aanmerking voor dit VAPW, indien:

  • die nog geen aanvullend pensioen opbouwde ;
  • die  enkel een aanvullend pensioen opbouwde dat minder dan 3% van het referentieloon of minder dan 1.600 EUR/jaar bedraagt.

Vanaf wanneer?
Het is de bedoeling dat het VAPW in werking treedt vanaf 2019. Het wetsontwerp voorziet evenwel een inwerkingtreding van 3 maanden na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat geeft verzekeringsinstellingen voldoende tijd  om zich te organiseren.

Hoe?
De werknemer neemt het initiatief en sluit rechtstreeks met de pensioeninstelling een overeenkomst.

De werknemer bezorgt alle nodige gegevens aan de werkgever. Die heeft dan twee maanden om zich administratief in orde te stellen. De werkgever houdt de meegedeelde premies in op het nettoloon van de werknemer en stort deze door aan de pensioeninstelling.

Wilt de werknemer de betalingen stopzetten? Dan dient hij de werkgever minstens twee maanden op voorhand te verwittigen.

Hoeveel?
Het bedrag is vrij te kiezen door de werknemer. Maar er is een minimum van 1.600 EUR (in 2019) en een maximum van 3% van het referentieloon.

Wat is dat referentieloon? Dit is de totale bruto jaarbezoldiging, onderworpen aan RSZ, door de werknemer verkregen in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin de premies moeten worden afgedragen.

De werknemer kan zich baseren op zijn individuele rekening om zijn referentieloon te kennen.

Neemt de werknemer al deel aan een aanvullend pensioenplan? Dan moeten de in die referentieperiode opgebouwde pensioenrechten in mindering worden gebracht van het mogelijk te storten bedrag.

Taxatie van de premies?
Er is door de werknemer een premietaks van 4,4% verschuldigd. De pensioeninstelling int deze taks rechtstreeks.

Wel geniet de werknemer een belastingvermindering van 30% op de betaalde premies.
Deze vermindering wordt onmiddellijk toegepast bij de maandelijkse loonverwerking.

Taxatie van de uitkering?
Ingeval het gespaarde bedrag wordt uitgekeerd bij pensionering van de werknemer of bij het overlijden van de werknemer vanaf 60 jaar, dan worden zowel de RVP-bijdrage van 3,55% als de solidariteitsbijdrage van 0 tot 2% in mindering gebracht en wordt het belastbaar bedrag belast aan 10%.

Indien het gespaarde bedrag op een eerder moment wordt opgenomen, dan is deze vergoeding onderworpen aan een belasting van 33%.

Nuttig?
Werknemers die momenteel niet kunnen genieten van een groepsverzekering met aanvullende pensioenopbouw, kunnen nu op een fiscaal vriendelijke manier sparen voor hun oude dag.

Cijfervoorbeeld
Stel dat de werknemer 1.600 EUR per jaar spaart, en dit gedurende 20 jaar en ik   ga ervan uit

  • dat er geen rendement is,
  • en dat de werknemer het bedrag dat hij spaarde, uitgekeerd krijgt.

Bedrag per jaar =   1.600 EUR
Aantal jaren =    20
Totaal gespaard bedrag = 32.000 EUR

Belastingvermindering over de volledige periode =
30% op 32.000 EUR = 9.600 EUR

Ingeval van uitkering bij pensionering

Totale ‘belastingdruk’ = +/- 4.800 EUR.

De werknemer betaalt dus wel nog een kleine 5.000 EUR aan belastingen op het ogenblik dat hij de uitkering bij pensionering ontvangt. Maar hij geniet in het totaal van een belastingvermindering van 9.600 EUR gedurende die 20 jaar. Daarom kan het financieel toch interessant zijn om in te stappen in de VAPW.

Publicatie datum:  12 december 2018