Uw loonadministratie Q1 2023

12.01.2023

Het einde van 2022 werd gekenmerkt door héél wat sociaalrechtelijke nieuwigheden. Welke daarvan een impact hebben op uw loonadministratie, hebben we hieronder voor u samengevat.

1. INDEXATIES NAAR ONGEKENDE HOOGTEN

België kent een automatische loonindexering. In verschillende sectoren werden de lonen op 1 januari 2023 geïndexeerd. Doorgaans betreft het een indexatie van alle reële lonen, doch in sommige sectoren heeft de indexatie enkel betrekking op de minimumlonen.

Houd hier zeker rekening mee in uw loonadministratie en contacteer ons gerust indien u hierover vragen zou hebben.

2. WARME OPROEP: AANPASSING ARBEIDSREGLEMENT

In het kader van de vele wetswijzigingen, dient iedere onderneming het arbeidsreglement aan te passen. In het bijzonder wijzen we graag op twee naderende deadlines: enerzijds omtrent het invoeren van het recht op deconnectie (voor werkgevers met meer dan 20 werknemers – 1 april 2023) en anderzijds het invoeren van een opleidingsplan (voor werkgevers met meer dan 20 werknemers – vóór 31 maart 2023).

3. VERHOGING THUISWERKVERGOEDING

Aan werknemers die op regelmatige basis en structureel aan thuiswerk doen (minstens één dag per week), kan de werkgever een forfaitaire nettovergoeding toekennen voor de kosten verbonden aan dit thuiswerk.

Deze thuiswerkvergoeding wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd tot 148,73 EUR per maand.

Weet dat u de toepassing van dit forfait moet kunnen verantwoorden. Wij raden daarom aan om een telewerkpolicy op te stellen waarin het thuiswerken met zijn concrete modaliteiten, inclusief de toekenning van de telewerkvergoeding wordt vastgelegd. Uiteraard kunnen wij u helpen met het opstellen van deze policy en het uitwerken van een thuiswerkbeleid.

We raden aan om in de arbeidsovereenkomst of policy te voorzien dat het bedrag van de thuiswerkvergoeding steeds automatisch zal worden verhoogd, in lijn met de administratieve instructies van de RSZ, dan wel om te voorzien dat dit niet het geval zal zijn. Zo vermijdt u veelvuldige aanpassingen en latere discussies.

4. GEWIJZIGDE WETGEVING EN VERHOGING KILOMETERVERGOEDING

Nieuwe wetgeving over de kilometervergoeding voor woon-werkverkeer en beroepsverplaatsingen voorziet voortaan in een driemaandelijkse herziening van het bedrag van de kilometervergoeding. Voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2022 bedroeg de vergoeding 0,4201 euro/km.

Op het moment van publicatie van deze nieuwsbrief was het bedrag voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 nog niet officieel bekendgemaakt.

5. ZATERDAG BLIJFT EEN WERKDAG (IN HET SOCIAAL RECHT)

Vanaf 1 januari 2023 zal, door een wijziging van het Burgerlijk Wetboek, zaterdag niet langer beschouwd worden als een werkdag. Hierover informeerde wij u al in onze vorige kwartaalnieuwsbrief (Q4 – 2022).

Op de laatste werkdag van 2022 werd echter in het Belgisch Staatsblad een wet gepubliceerd die die wijziging van het Burgerlijk Wetboek neutraliseert voor de bepalingen inzake de arbeidsverhouding, de sociale zekerheid en de sociale bijstand.

Wanneer u na 1 januari 2023 op woensdag kennis krijgt van een dringende reden, heeft u met andere woorden steeds nog tot zaterdag de tijd om tot ontslag om dringende reden over te gaan (in plaats van tot de maandag erop). Ook de gewone opzegbrieven kunnen dus nog steeds op woensdag vertrekken opdat de opzegtermijn de volgende maandag reeds van start kan gaan.

6. GEBOORTEVERLOF VOOR VADERS EN CO-OUDERS, ADOPTIEVERLOF EN PLEEGOUDERVERLOF

Vanaf 1 januari 2023 verhoogt:

  • het geboorteverlof voor vaders en co-ouders van 15 naar 20 dagen. De werknemer kan deze dagen, vrij te kiezen, opnemen binnen de vier maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling;
  • het bijkomend krediet van het adoptieverlof (te verdelen onder de adoptieouders) van twee naar drie weken;
  • het bijkomend krediet van het pleegouderverlof (te verdelen onder de pleegouders) van twee naar drie weken.

Tijdens de eerste drie kalenderdagen van het geboorteverlof, het adoptieverlof of het pleegouderverlof behouden werknemers hun loon, betaald door de werkgever, daarna vallen ze terug op een uitkering betaald door de mutualiteit.

7. LOONGRENZEN

Bij het herbekijken van de loonadministratie Q1 2023 worden traditiegetrouw de loongrenzen voor bepaalde clausules in de arbeidsovereenkomst opnieuw aangepast.

Deze loongrenzen zijn relevant voor de toetsing van de geldigheid van en/of de uitwerking van:

  • een niet-concurrentiebeding: in een niet-concurrentiebeding verbindt de werknemer zich ertoe om bij zijn vertrek uit de onderneming geen gelijkaardige activiteit uit te oefenen, zij het door zelf een onderneming uit te baten, zij het door in dienst te treden bij een concurrent.
  • een arbitragebeding: in een arbitragebeding verbinden de werknemer en de werkgever zich vooraf ertoe om de geschillen die zouden voortvloeien uit de overeenkomst te onderwerpen aan arbitrage.
  • een scholingsbeding: in een scholingsbeding verbindt een werknemer, die tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een opleiding mag volgen op kosten van de werkgever, zich ertoe om een deel van de opleidingskosten aan deze laatste terug te betalen, indien hij de onderneming verlaat voor het verstrijken van een overeengekomen periode.

Vanaf 1 januari 2023 zullen deze clausules maar geldig zijn indien volgende loongrenzen worden gerespecteerd:

  • het niet-concurrentiebeding: 39.353,00 EUR (indien sectoraal voorzien of in geval van handelsvertegenwoordigers) en 78.806,00 EUR;
  • het arbitragebeding: 78.806,00 EUR;
  • het scholingsbeding: 39.353,00 EUR.

8. VERMINDERING/UITSTEL RSZ-BIJDRAGEN

Door het mechanisme van de automatische indexering neemt de loonkost in België in tijden van een hoge inflatie sneller toe dan in de buurlanden, waar zo een automatisch systeem niet bestaat.

De wetgever wenst deze stijging tijdelijk te temperen door enerzijds te voorzien in een vermindering van RSZ-bijdragen en anderzijds in een spreiding van de betaling van een deel van de RSZ-bijdragen. Er worden twee steunmaatregelen voorzien:

  • voor het eerste en tweede kwartaal van 2023: een uitzonderlijke vermindering van de netto globale werkgeversbijdragen met 7,07%. Het betreft een werkelijke (eenmalige) vrijstelling, zodat deze vermindering niet op een later tijdstip moet worden ingehaald;
  • voor het derde en vierde kwartaal van 2023: een uitstel van betaling ten belope van 7,07% van de netto globale werkgeversbijdragen. Deze uitgestelde bijdragen zullen vervolgens in 2025 in vier gelijke schijven geïnd worden.

9. CO2-REFERENTIEWAARDEN BEDRIJFSWAGEN EN AFBOUW GUNSTREGIME PLUG-IN HYBRIDES

De CO2-referentiewaarden voor de berekeningen van het voordeel alle aard voor de bedrijfswagens voor 2023 zijn bekend. De waarden zullen afnemen, waardoor het voordeel alle aard in 2023 opnieuw zal stijgen.

Vanaf 1 januari 2023 bedraagt de referentie-CO2-uitstoot:

  • voor benzine, LPG of aardgasvoertuigen: 82 g/km;
  • voor dieselvoertuigen: 67 g/km.

Vanaf 1 januari 2023 zijn de diessel- of benzinekosten van nieuw aangekochte plug-in hybrides nog maximaal 50% fiscaal aftrekbaar.

10. RESPONSABILISERINGSBIJDRAGE LANGDURIG ZIEKEN

Sinds 1 januari 2022 is de regeling van kracht die werkgevers die, in vergelijking met andere bedrijven, een bovenmatige instroom langdurig zieke werknemers hebben, een bijkomende RSZ-bijdrage laat betalen (de zogenaamde “responsabiliseringsbijdrage”).

Deze wetgeving voorzag echter in een referteperiode van 4 kwartalen, zodat de RSZ deze bijkomende bijdrage pas vanaf dit jaar effectief zal kunnen innen. Indien uw bedrijf een risico loopt op deze responsabiliseringsbijdrage, heeft u in principe reeds een “waarschuwingsbrief” ontvangen. De bijdrage bedraagt 2,5%/jaar, i.e. een verhoging van 0,625% op het totaal van de kwartaallonen.

Een recent gepubliceerde wet van 20 november 2022 verduidelijkt de manier waarop het begrip “bovenmatige instroom” moet begrepen worden. Zo zal er gekeken worden naar de verhouding van de instroom van werknemers in invaliditeit ten opzichte van andere ondernemingen uit de sector, alsook ten opzichte van de private sector in het algemeen. In elk geval zijn werkgevers met minder dan 50 werknemers in het bewuste kwartaal uitgezonderd van deze wetgeving en bijgevolg vrijgesteld van de betaling van deze bijdrage.

11. KOOPKRACHTPREMIE

Bedrijven die in de loop van het jaar 2022 goede of uitzonderlijke resultaten hebben geboekt, krijgen de mogelijkheid om hun werknemers een eenmalige premie toe te kennen van maximaal 500 EUR (of in geval van uitzonderlijk hoge winsten, tot maximaal 750,00 EUR).

Deze premie zal alleen toegekend kunnen worden tot en met 31 december 2023 en zal geldig zijn tot en met 31 december 2024. Fiscaal zal ze vrijgesteld zijn van belasting en op het vlak van sociale zekerheid zal er enkel een bijzondere werkgeversbijdrage verschuldigd zijn van 16,5%.

Deze koopkrachtpremie zal kunnen toegekend worden op sectoraal, dan wel op bedrijfsniveau, door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst of op basis van een individueel akkoord.

Bovenstaande is onder voorbehoud van wijzingen en van de effectieve publicatie in het Belgisch Staatsblad. Op het moment van publicatie van deze nieuwsbrief waren noch de wet houdende maatregelen inzake het loonoverleg voor de periode 2023-2024, noch het koninklijk besluit betreffende de koopkrachtpremie reeds gepubliceerd.

12. SOCIALE VERKIEZINGEN 2024

In onze vorige kwartaalnieuwsbrief (Q4-2022) lieten we u alvast even stilstaan bij de sociale verkiezingen van 2024. Toen bevonden we ons immers aan de start van de referteperiode en het loont als werkgever dan zeker de moeite om uw personeelsbeleid te evalueren met het oog op een eventuele verplichte organisatie van sociale verkiezingen in uw onderneming (of beter gezegd: in uw technische bedrijfseenheid!).

We kunnen u meedelen dat er tussen de sociale partners in de NAR een unaniem akkoord bereikt werd over de data waarop de sociale verkiezingen zullen georganiseerd worden, nl. in de periode tussen 13 mei 2024 en 26 mei 2024.

Afhankelijk van de gekozen verkiezingsdatum betekent dat dat de echte pre-electorale fase zal aanvangen in de periode tussen 15 december 2023 en 28 december 2023. Dan zal u als werkgever de eerste officiële mededelingen moeten doen in het kader van de sociale verkiezingen. Uiteraard houden we u nog verder op de hoogte zodra deze periode nadert.

Voorlopig is het aangewezen om na te denken over de organisatie en samenstelling van uw technische bedrijfseenheid. Onze juridische adviseurs kunnen u hierin bijstaan.

13. RESPONSABILISERINGSBIJDRAGE VOOR OPEENVOLGENDE DAGCONTRACTEN UITZENDKRACHTEN

Ondernemingen die regelmatig gebruik maken van dagcontracten voor uitzendkrachten, zullen vanaf 1 januari 2023 een responsabiliseringsbijdrage moeten betalen.

Het gaat om overeenkomsten voor uitzendarbeid bij eenzelfde onderneming, gesloten voor een periode van maximaal 24 uur en elkaar onmiddellijk opvolgen.

De responsabiliseringsbijdrage is niet verschuldigd in het kader van flexijobs, uitzendkrachten die een rustpensioen of overlevingspensioen genieten, noch voor gelegenheidswerknemers bij een onderneming die behoort tot het paritair comité voor de landbouw (PC 144), het tuinbouwbedrijf (PC 145) of het hotelbedrijf (PC 302).

De bijdrage varieert tussen 10,00 EUR en 40,00 EUR, vermenigvuldigd met het totale aantal opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid. Indien er uitzonderlijke omstandigheden worden aangetoond die het gebruik van opeenvolgende uitzendcontracten van zeer korte duur kunnen verantwoorden, kan de bijdrage worden teruggevorderd.

14. NIEUWE REGELS BEDRIJFSVOORHEFFING

Ook op fiscaal vlak zijn er wat nieuwigheden vanaf 1 januari 2023. De meest opvallenden zijn de nieuwe regels van de berekening van de bedrijfsvoorheffing, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, de zogenaamde ‘Bijlage III’.

Werknemers zullen door deze nieuwe berekening hun nettoloon in het nieuwe jaar beduidend zien stijgen, nu de bedrijfsvoorheffing is aangepast aan de hoge inflatie. Daarenboven wordt de bedrijfsvoorheffing voortaan berekend aan de hand van ‘glijdende’ tarieven. Dit houdt in dat het belastbare loon niet meer wordt verlaagd naar een lager veelvoud van 15 zoals voorheen wel werd gedaan.

Samen met bijlage III is ook de sleutelformule gepubliceerd. Via de bedragen, vermeld in de sleutelformule, kan de automatische berekening gebeuren van de maandelijkse bezoldigingen van lonen, SWT en de pensioenen.

Voorgaande jaren werden ook steeds de ‘belastingschalen’ gepubliceerd: een overzicht van de belastbare lonen en het bedrag van de bedrijfsvoorheffing wat hier tegenover staat. Dit steeds voor ‘schaal I’, ‘schaal II’ en ‘schaal III’. Vanaf 2023 worden deze ‘schalen’ niet meer gepubliceerd en wordt er derhalve ook niet meer gesproken van ‘belastingschalen’.

Ook is de bijlage III vanaf 2023 voorzien van een inhoudstafel en is er meer duiding van de verschillende begrippen. Ten slotte zijn er ook nog duidelijke afzonderlijke hoofdstukken voor de ‘gewone bezoldigingen’ en ‘vervangingsinkomen’.

15. TIJDELIJKE WERKLOOSHEID ENERGIE VERLENGD

Sinds 1 oktober 2022 kunnen energie-intensieve bedrijven gebruik maken van de zogenaamde ’tijdelijke werkloosheid energie’. Dat tijdelijk stelsel werd initieel ingevoerd tot eind 2022, maar werd verlengd tot 31 maart 2023. De verplichtingen voor de onderneming blijven dezelfde: het is vereist dat de werkgever bij RVA een formulier C106A-Energie indient. Als het formulier reeds werd ingediend, wordt de einddatum aangepast naar 31 maart 2023.

16. VACCINATIEVERLOF VERLENGD

Vanaf 1 oktober 2022 had elke werknemer die zich wou laten vaccineren tegen het coronavirus opnieuw het recht om afwezig te zijn van het werk, met behoud van loon en dit gedurende de tijd die nodig was voor de vaccinatie.

Dat vaccinatieverlof werd initieel ingevoerd tot eind 2022, maar werd nu met een koninklijk besluit van 26 december 2022 verlengd tot 31 maart 2023.

17. NIEUWE SECTOREN VOOR FLEXIJOBS

De flexijobs waren reeds mogelijk in de volgende sectoren:

  • het paritair comité voor de handel in voedingswaren (119);
  • het paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel (201);
  • het paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren (202);
  • het paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven (202.01);
  • het paritair comité voor het hotelbedrijf (302);
  • het paritair comité voor de grote kleinhandelszaken (311);
  • het paritair comité voor de warenhuizen (312);
  • het paritair comité voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen (314);
  • het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de bakkerij, banketbakkerij en consumptiesalons bij een banketbakkerij, opgericht in de schoot van het paritair comité voor de voedingsnijverheid (118), subsector voor industriële broodbakkerijen;
  • het paritair comité voor de uitzendarbeid, indien de gebruiker valt onder een van de hierboven vermelde paritaire comités of onder het hierboven vermelde Waarborg- en Sociaal Fonds.

Met een programmawet van 26 december 2022, wordt het toepassingsgebied sinds 1 januari 2023 uitgebreid tot werknemers en werkgevers van de volgende paritaire comités:

  • paritair comité voor de sport (223);
  • paritair subcomité voor de exploitatie van bioscoopzalen (303.03);
  • paritair comité voor het vermakelijkheidsbedrijf (304), behalve voor artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies die activiteiten omvatten zoals bedoeld door de wet van 16 december 2022 tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers;
  • paritair comité voor gezondheidsinrichtingen en -diensten (330) of van openbare instellingen en diensten van de publieke zorgsector met als NACE-code 86101, 86102, 86103, 86104, 86109, 86210, 86901, 86903, 86905, 86906, 86909, 87101, 87109, 87301 en 87302, behalve voor functies die taken omvatten die behoren tot het materiële toepassingsgebied van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

De evenementensector kan bij koninklijk besluit worden toegevoegd.

18. QUOTUM STUDENTENARBEID TIJDELIJK VERHOOGD

Sinds 1 januari 2023 kunnen studenten maar liefst 600 uren, in plaats van 475 uren, per jaar werken zonder dat er sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op het loon. Er is uiteraard wel een solidariteitsbijdrage van 8,13% verschuldigd, waarvan 2,71% ten laste van de student. De verhoging geldt voorlopig enkel voor 2023 en 2024.

 

Katrien Raymaekers

Julie Van Kerckhoven

Publicatiedatum: 09.01.2023

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2023

Wij maken gebruik van cookies of gelijkaardige technologieën (bv. pixels of sociale media plug-ins) om o.a. uw gebruikservaring op onze website zo optimaal mogelijk te maken. Daarnaast wensen wij analyserende en marketing cookies te gebruiken om uw websitebezoek persoonlijker te maken, gerichte advertenties naar u te verzenden en om ons meer inzicht te geven in uw gebruik van onze website.

Gaat u ermee akkoord dat we cookies gebruiken voor een optimale websitebeleving, opdat wij onze website kunnen verbeteren en om u te kunnen verrassen met advertenties? Bevestig dan met "OK".

Wenst u daarentegen specifieke voorkeuren in te stellen voor verschillende soorten cookies? Dat kan via onze cookie policy. Wenst u meer uitleg over ons gebruik van cookies of hoe u cookies kan verwijderen? Lees dan onze cookie policy.