Deel dit artikel

Nieuwe vennootschapswetgeving vanaf 1 mei 2019!

Na een traject dat startte in 2017 werd gisteren, 28 februari 2019, de tekst van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”) goedgekeurd.

Het is de meest grondige hervorming van het Belgische vennootschaps- en verenigingsrecht sinds 1935.

De doelstelling van de wet is tweeledig: enerzijds het moderniseren, vereenvoudigen en flexibiliseren van het vennootschapsrecht, en anderzijds België aantrekkelijker maken als vestigingsland voor ondernemingen.

Modernisering, vereenvoudiging en flexibilisering

Verenigingen mogen winst nastreven. Maar niet uitkeren…
Het winstoogmerk, tot op vandaag gekend als onderscheidend criterium tussen vennootschappen en verenigingen, is niet langer doorslaggevend. Ook verenigingen mogen ten volle winsten nastreven. De bestemming van die winsten is echter fundamenteel anders. Vennootschappen beogen de verrijking van de aandeelhouders, daar waar verenigingen een belangeloos doel nastreven en geen winsten mogen uitkeren aan leden, bestuurders, oprichters of anderen, tenzij dit gebeurt ter verwezenlijking van het nagestreefde belangeloos doel. Het nieuwe onderscheidend criterium is dus de winstuitkering.

Beperking van het aantal vennootschapsvormen
In de loop der jaren ontstond er een veelheid aan vennootschapsvormen. Met de invoering van het WVV zullen er slechts vier basisvormen overblijven : de Besloten Vennootschap (‘BV’), de Naamloze Vennootschap (‘NV’), de Coöperatieve Vennootschap (‘CV’) en de Maatschap. Varianten van de Maatschap, die tevens behouden blijven onder het WVV, zijn de Vennootschap Onder Firma (‘VOF’) en de Commanditaire Vennootschap (‘Comm.V.’).
De CV moet worden opgericht door minstens drie oprichters, de maatschap door minstens twee. De BV en ook de NV kunnen onder het nieuwe WVV eenhoofdig zijn.

Bedoeling van de wetgever is om van de BV de standaard vennootschapsvorm te maken. Haar aantrekkelijkheid wordt vergroot door een grote flexibiliteit toe te laten in de statutaire bepalingen, en daarop aansluitend de aanvullende aandeelhoudersovereenkomsten. Zo wordt onder meer de huidige kapitaalvereiste vervangen door een andere techniek ter bescherming van het vermogen van de vennootschap, kunnen de aandelen vrij worden overgedragen indien men hiervoor zou opteren en is de gelijkheid tussen aandeelhouders (zowel naar stemrechten als naar winstdeelname) niet langer een absolute vereiste.

Voor de grote en beursgenoteerde ondernemingen zal de NV de aangewezen vennootschapsvorm zijn. Een belangrijke nieuwigheid voor de NV, behalve de reeds vermelde eenhoofdigheid, is de invoering van een meervoudig stemrecht. Omwille van Europese wetgeving blijft de kapitaalvereiste voor de NV behouden.

De CV wordt enkel nog mogelijk voor vennootschappen die daadwerkelijk het coöperatieve gedachtengoed nastreven, met name voldoen aan de behoeften van haar aandeelhouders dan wel derde belanghebbende partijen en/of hun economische en sociale activiteiten ontwikkelen. De ‘oneigenlijke coöperatieve vennootschappen’ zullen moeten omvormen, bij voorkeur naar een BV.

De Maatschap ten slotte, is de enige personenvennootschap en de enige vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. De varianten VOF (met een onbeperkte een hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennoten) en Comm.V. (met een beperkte aansprakelijkheid voor vennoten die niet deelnemen aan het beheer) geven de Maatschap dan weer wel rechtspersoonlijkheid.

De overige vennootschapsvormen, met uitzondering van de Europese vennootschappen, worden afgeschaft. De bestaande vennootschappen die deze vorm aannemen, zullen moeten omvormen naar één van de vennootschapsvormen die de nieuwe wet voorziet.

België als aantrekkelijk vestigingsland
Het WVV voert de statutaire zetelleer in. Een vennootschap zal dus worden onderworpen aan het Belgische vennootschapsrecht indien haar statutaire zetel zich in België bevindt, ook indien zij niet daadwerkelijk vanuit België wordt aangestuurd of geen activiteiten heeft in België. Dit is een fundamentele wijziging ten aanzien van de tot nu toe gekende leer van de werkelijke leiding, waarbij de plaats van het aansturen van de vennootschap wel doorslaggevend was.

Door te opteren voor de statutaire zetelleer kiest de wetgever voor rechtszekerheid (België kiezen in de statuten betekent toepassing van het WVV) en voor het creëren van een toegankelijk ondernemingsklimaat.

Verder voorziet het WVV ook in een procedure van grensoverschrijdende zetelverplaatsing, zowel voor het vertrek uit, als voor de komst naar België.

U heeft niet veel tijd. Of toch?
Het WVV treedt in werking op 1 mei 2019. Vanaf die datum kan u enkel nog de vennootschappen oprichten zoals voorzien in de nieuwe wet.

Op bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen zullen de dwingende bepalingen uit de nieuwe wet van toepassing zijn vanaf 1 januari 2020. Statutaire clausules in strijd met die dwingende bepalingen worden voor niet geschreven gehouden. Onder meer het volgestorte gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve in de BVBA zal worden omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. De aanvullende bepalingen uit het WVV zijn enkel van toepassing op de bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen, indien de statuten van die entiteiten niet anders bepalen.

Bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen kunnen er echter ook voor opteren om, d.m.v. een statutenwijziging, al voor 1 januari 2020 het WVV toe te passen. Indien bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen een statutenwijziging doorvoeren vanaf 1 januari 2020, betekent dit ook automatisch dat het WVV voor hen van toepassing wordt. Dergelijke aanpassing naar het WVV moet alleszins uiterlijk op 1 januari 2024 gebeurd zijn. De bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het ontbreken aan een tijdige aanpassing.

Op de vennootschappen die de vorm hebben van een van de verdwijnende vennootschapsvormen, is het bovenstaande eveneens van toepassing. Zij zullen zich bij een statutenwijziging moeten omvormen naar een van de overblijvende structuren. Indien zij niet uiterlijk op 1 januari 2024 het nodige hiertoe doen, zullen ze van rechtswege omgevormd worden. De bestuurders moeten dan bovendien, op straffe van persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid, binnen de zes maanden de algemene vergadering samenroepen om die omvorming ook statutair te bekrachtigen.

Wij zullen u een en ander graag uitgebreid verder toelichten in een van onze infosessies waarvoor u nog een uitnodiging zal ontvangen.

Publicatiedatum: 1 maart 2019