Deel dit artikel

Nieuwe wetgeving voor vennootschappen en verenigingen: enkele fiscale bedenkingen

Het zal u niet ontgaan zijn dat de vorige regering in extremis de wetgeving voor vennootschappen en verenigingen volledig heeft herschreven. Deze is nu gebundeld in één wetboek, het WVV.
Er zijn ook gevolgen voor de fiscaliteit. In dit artikel delen wij graag enkele bedenkingen hierover.

Afschaffing kapitaal voor de BV 

Uiterlijk per 1 januari 2020 spreken we voor BV(BA’s) niet langer van kapitaal: zij worden kapitaalloos. Nochtans is heel wat fiscale wetgeving hieraan gekoppeld. Meest bekend is waarschijnlijk de belastingvrije kapitaalvermindering. Maar ook tal van andere maatregelen zijn afhankelijk van de hoogte van het kapitaal.

De wetgever heeft dit opgelost door een parallelle bepaling op te nemen voor extern ingebracht vermogen. Het komt er eigenlijk op neer dat BV(BA’s) geen nadelige fiscale gevolgen ondergaan ingevolge de afschaffing van het kapitaal.

Voor de zogenaamde VVPRbis regeling pakt de nieuwe wetgeving zelfs gunstig uit. Dit is de regeling die kleine vennootschappen toelaat om dividenden uit te keren met een roerende voorheffing van 15 % i.p.v. 30 %. Zoals dat altijd gaat in de fiscaliteit, gelden hiervoor heel wat voorwaarden. In het verleden was één van de voorwaarden dat het minimumkapitaal zoals van toepassing voor de BVBA (€ 18.550) volstort moest zijn. De vereiste van een minimuminbreng vervalt nu. Wel blijft dat de regeling enkel geldt bij inbreng in geld. Dergelijke inbreng, hoe klein ook, zal u dus moeten blijven verrichten.

Inbreng van nijverheid

Nieuw is dat u in de BV ook inbrengen van nijverheid kan verrichten. U belooft arbeid te verrichten en verkrijgt in ruil aandelen van de vennootschap. Dit lijkt een mooie oplossing bijvoorbeeld voor de minder kapitaalkrachtige ondernemer die zijn krachten wenst te bundelen met een financieel sterkere partner.

Let wel op dat over dergelijke inbreng nog veel fiscale onduidelijkheid bestaat. Het enige dat we weten is dat deze inbreng fiscaal niet gelijkgesteld is met kapitaal. Maar houd er rekening mee dat de ontvangen aandelen bij u wel eens belast zouden kunnen zijn als beroepsinkomen. Het is ook nog onduidelijk hoe de vennootschap de ontvangen nijverheid moet verwerken. Daarom adviseren wij met dergelijke inbreng uiterst omzichtig om te gaan.

Statutaire zetelleer

Onder het nieuwe recht is het vennootschapsrecht van toepassing van de statutaire zetel van de vennootschap. In het verleden werd gekeken naar de plaats van werkelijke vestiging van de vennootschap. Deze wijziging heeft tot doel om vlotter deel te nemen aan het internationale rechtsverkeer : u kiest als ondernemer welk vennootschapsrecht u het best past, zonder dat dit een belemmering mag vormen voor activiteiten in andere landen.

Fiscaal blijkt alles echter bij het oude : de vennootschapsbelasting wordt daar geheven waar de vennootschap feitelijk is gevestigd. De statutaire zetel op zichzelf is hiertoe geen criterium meer. We zullen met zijn allen dus nog meer nauwgezet dan in het verleden moeten beoordelen welke de werkelijke vestigingsplaats van de vennootschap is.

VZW met ondernemingsactiviteit

Onder de nieuwe wetgeving mogen VZW’s en stichtingen onbeperkt ondernemingsactiviteiten uitvoeren. Hiertoe moeten zij wel eerst hun statuten aanpassen. Zoals bekend is het verschil met een vennootschap dat zij hun winsten echter niet kunnen uitkeren.

Graag wijzen wij erop dat in dergelijk geval de vennootschapsbelasting van toepassing is. Best dus toch meer dan twee maal nadenken vooraleer van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Publicatiedatum: 11 juni 2019