Deel dit artikel

Toenemende controles op buitenlandse dienstverrichters en hun werknemers

Wettelijk kader

Binnen de Europese Economische Ruimte kennen we vrijheid van dienstverrichting waardoor EER- ondernemers vrij zijn om in een andere lidstaat diensten te verrichten. Daartoe kunnen zij hun eigen werknemers tijdelijk naar de andere lidstaat uitsturen (detacheren) om er de werkzaamheden uit te oefenen die voor de dienstverrichting noodzakelijk zijn. De aldus gedetacheerde werknemers vallen onder de Richtlijn 96/71/EG en de wijzigende Richtlijn 2018/957 (omzetting in Belgisch recht tegen eind juli 2020) .

Deze richtlijnen leggen duidelijk omschreven basisarbeidsvoorwaarden en -omstandigheden vast die de dienstverrichter in het ontvangende land in acht moet nemen om een minimumniveau van bescherming van de werknemers te garanderen. De richtlijnen spelen ook een belangrijke rol bij het bevorderen van een klimaat van eerlijke concurrentie tussen alle dienstverrichters (ook die uit andere lidstaten).

Ook omtrent de toe te passen sociale zekerheid kent Europa regelgeving. De EG-Verordening 883/04 regelt immers in welk land (en voor welke duur) de gedetacheerde werknemers sociaalverzekerd zijn. Op de hoofdregel, werklandprincipe, kennen we twee grote uitzonderingen, zijnde detachering gedurende de volledige duur van de dienstverrichting naar een andere lidstaat enerzijds en afwisselend/gelijktijdig werken in twee of meer lidstaten anderzijds. Beide uitzonderingen kennen specifieke voorwaarden die moeten voldaan zijn om te kunnen worden toegepast.

Naast voormelde arbeidsrechtelijk- en sociale zekerheidsregels, die Europees geregeld worden, kennen we ook de dubbelbelastingverdragen. België heeft met meer dan 80 landen een dergelijk verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Het verdrag bepaalt o.a. in welke situaties er een vaste inrichting wordt gecreëerd en België belastingen mag heffen op het inkomen van de werknemers en van de buitenlandse onderneming. Kort samengevat kan zo’n vaste inrichting ontstaan in geval:

  • de vennootschap in België beschikt over een plaats van leiding, filiaal, kantoor, fabriek, werkplaats, agentuur, plaats voor de winning van natuurlijke rijkdommen, opslagplaats of goederenvoorraad met behulp waarvan de beroepswerkzaamheden van de vennootschap worden uitgeoefend;
  • de vennootschap een bouw- of constructiewerk heeft uitgevoerd waarvan de duur een ononderbroken periode van twaalf maanden overschrijdt;
  • de vennootschap handelsvertegenwoordigers heeft die werkzaam zijn in België en in die functie een belangrijke invloed uitoefenen bij de totstandkoming van het contract.

Handhaving in België

Uit de LIMOSA- en A1-databanken, Check In At Work (CIAW) en de unieke werfmelding, nemen de inspectiediensten zeer veel informatie omtrent de buitenlandse ondernemers, de gedetacheerde werknemers, de plaats van tewerkstelling, de sector, de Belgische klant, de periode van dienstverlening/tewerkstelling, enz…

Op basis van een doorgedreven datamining worden de bedrijven en clusters van bedrijven geselecteerd met de hoogste risico’s op fraude bij detachering. Gebruikmakend van deze gegevensbestanden worden de fraudegevoelige bedrijven uitgelicht en gecontroleerd.

Een greep uit de initiatieven en maatregelen

  • verstrenging van de wetgeving op de terbeschikkingstelling;
  • verhoging van de strafmaat voor het niet correct betalen van het loon, als dit in samenhang is met andere inbreuken op bijvoorbeeld arbeidsduur, wekelijkse rust, feestdagen,…;
  • verstrenging van de regelgeving op aangifte van werven en inhoudingen bij het werken met onderaannemers met sociale en fiscale schulden;
  • invoeren van de hoofdelijke aansprakelijkheid van loonschulden van de hoofdaannemer en opdrachtgever bij ernstige onderbetaling van de werknemers van de onderaannemers;
  • afsluiten van protocollen met de Regie der Gebouwen en gewestelijke overheden voor een betere informatie-uitwisseling inzake de aanpak van de sociale fraude op overheidswerven;
  • verhoging van de boetes in de transportsector voor het niet bijhouden van de rittenbladen en het niet respecteren van de wekelijkse rust;
  • aanstelling per gerechtelijk arrondissement van een referentie- magistraat bevoegd voor sociale dumping en het opstellen van specifieke richtlijnen van het College van Procureurs Generaal voor het vervolgbeleid bij sociale dumping;
  • verbetering van de samenwerking met de andere Europese inspectiediensten teneinde de uitwisseling van informatie te optimaliseren;
  • fiscale controles op de verschuldigde bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse werknemers;
  • fiscale controles inzake het bezitten van een vaste inrichting;
  • verruiming van het OESO model-dubbelbelastingverdrag om een ruimere bevoegdheid te geven om belasting te heffen. Met name de verruiming van de definitie van de personele en materiële vaste inrichting;
  • diverse aanpassingen aan het commentaar op het OESO modelverdrag teneinde misbruiken te bestrijden waarbij overeenkomsten op kunstmatige wijze worden gesplitst tussen nauw verbonden vennootschappen;
  • verkorting van de detacheringsperiode;

Voormelde controles werpen hun vruchten af. Er zijn toenemend meer buitenlandse ondernemers die zich beter informeren omtrent alle wettelijke verplichtingen en formaliteiten alvorens te contracteren met Belgische opdrachtgevers. Bovendien neemt ook het besef van hun Belgische opdrachtgevers toe dat een correcte prijssetting aan de basis moet liggen van hun samenwerking met buitenlandse ondernemingen, hun buitenlandse contractanten aldus toelatend hun werknemers correct te verlonen.

Immers maken de basisarbeidsvoorwaarden met inbegrip van loon- en tewerkstellingsvoorwaarden en -omstandigheden, vastgelegd in wettelijke en bestuursrechtelijke of conventionele bepalingen die strafrechtelijk worden beteugeld, dat de totale loonkost niet of slechts zeer beperkt afwijkt van de normale Belgische loonkosten.

Denk daarbij aan:

  • maximale werk- en minimale rustperioden;
  • minimum aantal betaalde vakantiedagen;
  • minimumlonen, inclusief vergoeding voor overwerk;
  • ten laste neming van kosten die gepaard gaan met detachering – huisvesting, transport, voeding;
  • voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers, inzonderheid door uitzendbedrijven;
  • gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;

Mede door de huidige evolutie waarbij ook de fiscus een ruimere bevoegdheid krijgt om belasting te heffen, o.a. vanwege de verruiming van de definitie van de personele en materiële vaste inrichting, maakt dat er nog weinig verschillen zijn tussen een Belgische en een buitenlandse onderneming qua kostenstructuur.

Op 12 december as., startend om 17:30, geven wij een infosessie omtrent dit onderwerp in ons hoofdkantoor in Hasselt, Diepenbekerweg 65.
Wij zullen ons daarbij vooral focussen op talrijke praktijkcases.
Eerstkomend kunt u zich inschrijven op onze website.

Publicatiedatum: 3 oktober 2019