Deel dit artikel

AOW-uitkering: belastbaar of niet?

Kan de Nederlandse AOW-uitkering beschouwd worden als een pensioenuitkering overeenkomstig de Belgische fiscale regelgeving of niet? Een vraag waarmee heel wat Nederlanders die in België wonen worstelen. Want dat maakt het verschil tussen niet-belastbaar of wel belastbaar. Wij scheppen duidelijkheid in het juridisch getouwtrek.

Al jaren procederen in België wonende Nederlanders tegen de personenbelasting op hun AOW-uitkering. Dit met wisselend succes. Er is dan ook onduidelijkheid over de vraag of een AOW-uitkering belastbaar is in België.

BAND MET BEROEPSWERKZAAMHEID 

Het Hof van Cassatie bevestigde in zijn arrest van 5 mei 2017 de “pro rata” belasting van de AOW-uitkering en voegde zo een bijkomend hoofdstuk toe aan deze discussie. Volgens het Hof van Cassatie is een AOW-uitkering slechts belastbaar in de mate dat er een band met een beroepswerkzaamheid is. Het deel van de uitkering dat is opgebouwd zonder deze band met een beroepswerkzaamheid, is niet belastbaar.

Het belangrijkste argument pro de niet belastbaarheid is dat er geen noodzakelijke band is met een beroepswerkzaamheid. Aangezien het recht op een AOW-uitkering ook wordt opgebouwd door een inwoner van Nederland die geen beroepswerkzaamheid uitoefent. Het louter inwoner zijn van Nederland volstaat om het recht op een AOW-uitkering op te bouwen.

VOORGESCHIEDENIS

De rechtspraak boog zich al verschillende keren over dit probleem. Al in 2007 besliste het Antwerps Hof van Beroep (Antwerpen dd. 27/11/2007) dat een AOW-pensioen niet belastbaar is als beroepsinkomen in hoofde van een “nooit-beroepsactieve”. Volgens het Hof verkrijgt iedere inwoner van Nederland deze uitkering. Ongeacht of hij ooit een beroepsactiviteit uitoefende. Zij is volgens het Hof van Beroep dan ook een sociale maatregel die geen verband houdt met de beroepsactiviteit.

Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen werd op 12 november 2009 evenwel door het Hof van Cassatie verbroken. Dit op grond van de “verkeerde uitlegging” die het Hof van Beroep te Antwerpen aan de Nederlandse sociale wetgeving gaf.

DE STRIJD GING VOORT

In een ander arrest van 17 maart 2009 bevestigde het Hof van Beroep te Antwerpen nogmaals de niet-belastbaarheid van het AOW-pensioen. Volgens het Hof van Beroep kan een AOW-uitkering niet als pensioen worden beschouwd aangezien een inwoner van Nederland deze kan genieten zonder er enige beroepswerkzaamheid te hebben verricht. Er is dan ook geen band met de beroepswerkzaamheid, zoals vereist door de Belgische wet. Dit arrest werd in eerste instantie verbroken door het Hof van Cassatie (Cassatie dd. 15.03.2013) en verzonden naar het Hof van Beroep te Gent.

ALLES OF NIETS

Het Hof van Beroep te Gent moest zich dan ook opnieuw over de zaak buigen. In afwachting ontstond de tendens dat de belastingvrijstelling enkel van toepassing was voor AOW-genieters die effectief nooit of in zeer geringe mate beroepsactief waren in Nederland. En hun AOW-rechten de facto opbouwden louter op basis van hun inwonerschap in Nederland.

Voor belastingplichtigen die in Nederland woonden en werkten, bleef de AOW-uitkering een in België belastbaar rustpensioen. Het was dus steeds alles of niets. De AOW-uitkering werd dus ofwel volledig als belastbaar pensioen ofwel volledig als een onbelastbare uitkering beschouwd.

PRO RATA BENADERING VAN HET HOF VAN BEROEP TE GENT

In een arrest van 17 februari 2015 kwam het Hof van Beroep te Gent op de proppen met een tussenoptie. In casu bouwde de belastingplichtige gedurende 10 jaar AOW-rechten op als Nederlands Rijksinwoner zonder er te werken. Gedurende de volgende 10 jaar woonde en werkte hij in Nederland, waarna hij 30 jaar lang niet meer woonde of werkte in Nederland. Gedurende deze laatste periode bleef de belastingplichtige vrijwillig premies betalen.

Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat de uitkering in die omstandigheden voor 4/5 belastingvrij is. Dit door het gebrek aan enige band met een beroepswerkzaamheid (Gent dd. 17.02.2015). En kwam aldus tot een pro rata belasting van het AOW-pensioen.

Volgens het standpunt van het Hof van Beroep te Gent is het AOW-pensioen slechts belastbaar in de mate dat er bij de opbouw een band is met een beroepswerkzaamheid.

BEVESTIGING DOOR HOF VAN CASSATIE

De fiscus kon zich niet vinden in deze tussenoplossing en bleef bij zijn standpunt dat de AOW-uitkering integraal als een belastbaar pensioen moet worden beschouwd. De fiscus tekende dan ook opnieuw cassatieberoep aan.

Op 5 mei 2017 stelde het Hof van Cassatie de fiscus in het ongelijk en bevestigt het arrest van het Hof van Beroep te Gent. Het Hof van Cassatie stelt dat het Hof van Beroep te Gent terecht oordeelde dat de AOW-uitkering slechts belastbaar is voor dat gedeelte dat werd opgebouwd tijdens de beroepswerkzaamheid. In casu betekende dit dus dat de AOW-uitkering voor 4/5 niet belastbaar is.

GEVOLGEN VOOR DE TOEKOMST?

Dit arrest heeft in de praktijk een groot belang. Iedere inwoner van Nederland begint immers vanaf zijn 15 jaar het recht op een AOW-uitkering op te bouwen. In regel zal de belastingplichtige op dat moment nog geen beroepswerkzaamheden verrichten.

Het gevolg? Dat een AOW-uitkering altijd minstens gedeeltelijk niet als pensioen kan worden beschouwd en gedeeltelijk onbelast zal zijn. Uiteraard zal de belastingplichtige wel moeten kunnen aantonen hoe de AOW-uitkering concreet werd opgebouwd. En welk deel dus als een niet belastbare uitkering kan worden beschouwd.

WAT ZEGT DE FISCUS?

Wat het verleden betreft, kan op basis van dit arrest bezwaar worden ingediend tegen aanslagen die minder dan 6 maanden geleden werden gevestigd. Het is evenwel nog even afwachten wat het standpunt van de fiscus zal zijn.

De fiscus heeft altijd het standpunt ingenomen dat de AOW-uitkering integraal als pensioen moet worden belast. Het is dan ook maar de vraag of de fiscus zich zal neerleggen bij dit arrest. Aldus is het zeer goed mogelijk dat de fiscus eventuele bezwaarschriften zal blijven afwijzen en de belastingplichtige dus verplicht is zijn gelijk te halen voor de rechtbank. Voor de toekomst is ook een wetgevend initiatief niet uit te sluiten.

Verder moet u opletten dat vrijstellingen in België niet leidt tot belastingheffing in Nederland. In sommige gevallen zou de vrijstelling van de AOW slechts een Pyrrusoverwinning zijn.

WIJ HOUDEN U OP DE HOOGTE

Het laatste woord over deze problematiek is dus nog niet gezegd. Wij volgen het uiteraard allemaal op en houden u op de hoogte.

Publicatiedatum: 30 juni 2017