Deel dit artikel

Hervorming van het erfrecht: tijd voor actie (of toch nog niet?)!

U heeft ongetwijfeld in de media vernomen dat ons erfrecht binnenkort grondig wordt hervormd. De krachtlijnen van de hervorming werden reeds in onze vorige nieuwsflashes uitvoerig besproken (zie artikel ‘Het nieuwe erfrecht anno 2017’ en artikel ‘Erfecht van de 21ste eeuw komt eraan’).
De nieuwe erfregels, die op 1 september 2018 in werking treden, hebben ook gevolgen voor schenkingen in het verleden. Als u wil vermijden dat de nieuwe erfregels op uw nalatenschap van toepassing zijn, kan u een verklaring van behoud afleggen. Benieuwd of zo’n verklaring ook in uw geval nuttig kan zijn? Wij geven u een praktisch overzicht van de komende hervorming. Herkent u deze concrete voorbeelden? Dan is het tijd voor actie!

Oude versus nieuwe regels

De hervorming van het erfrecht zorgt onder meer voor een belangrijke wijziging met betrekking tot de regels van inbreng en inkorting. Dit verdient een woordje uitleg.

Inbreng is een techniek die de gelijkheid tussen de kinderen waarborgt. Een kind dat reeds bij leven een schenking als voorschot op erfenis heeft ontvangen, zal deze schenking bij het openvallen van de nalatenschap terug moeten inbrengen en verdelen met de andere kinderen.

Inkorting laat kinderen toe om schenkingen die de erflater heeft gedaan geheel of gedeeltelijk terug te vorderen indien de schenker teveel geschonken heeft aan andere kinderen. Deze schenkingen moeten in principe in natura ingekort worden, zodat de benadeelde kinderen aanspraak maken op de geschonken goederen zelf.

De hervorming schaft de inbreng en inkorting in natura af en voorziet dat inbreng en inkorting voortaan in waarde moet gebeuren (behoudens enkele uitzonderingen). Dit heeft als grote voordeel dat het begiftigde kind het geschonken goed definitief zal mogen behouden. Ter compensatie zal hij minder ontvangen uit de nalatenschap of een vergoeding moeten betalen aan de andere kinderen.

Ook veranderen de waarderingsregels die gehanteerd worden bij inbreng en inkorting. In het nieuwe erfrecht worden schenkingen (zowel roerend als onroerend) in principe ingebracht of ingekort volgens de waarde op het moment van de schenking, evenwel geïndexeerd tot de dag van het overlijden van de schenker. Hierbij geldt het indexcijfer der consumptieprijzen. Dit betekent concreet dat het begiftigde kind de eventuele meerwaarde die ontstaan in tussen de schenking en een overlijden niet moet verdelen met de overige kinderen.

Een uitzondering op het principe van de indexatie zijn o.a. schenkingen gedaan met voorbehoud van vruchtgebruik. In dit geval wordt rekening gehouden met de waarde op datum van overlijden van de schenker. Hier komt een meerwaarde dus ten goede aan alle kinderen.

Verklaring van behoud 

Indien u onder de oude regels wil blijven vallen, zal u actie moeten ondernemen, want de tijd dringt! Via een verklaring van behoud kan u opteren voor de toepassing van de oude regels. Deze verklaring van behoud dient notarieel te gebeuren. Enkel de schenker kan deze verklaring afleggen. De instemming van de begiftigde is hierbij niet vereist. Opgelet: het is een alles-of-niets-verhaal. Het is niet mogelijk om voor de ene schenking de oude regels te handhaven en om een andere schenking toch onder de nieuwe regels te laten vallen. Indien u geen verklaring van behoud aflegt, zal u na 1 september 2018 automatisch onder het nieuwe erfrecht vallen.

In welke gevallen nuttig?

Een vroegere successieplanning die volgens het oude erfrecht werd uitgewerkt en volledig overeenstemt met de doelstellingen en wensen van de schenker, kan op basis van het nieuwe erfrecht ongewenste effecten teweeg brengen. Onderstaande voorbeelden illustreren dit:

  1. Marianne heeft aan elk van haar kinderen, Julie en Filip, een geldsom geschonken van
    € 100.000. De schenking aan Julie dateert van 2002. Filip heeft pas in 2016 een geldsom geschonken gekregen. Marianne is van mening dat elk kind een gelijk bedrag heeft gekregen en wenst dat dit ook zo blijft. Volgens het huidige erfrecht zullen de geschonken bedragen aan dezelfde nominale waarde worden ingebracht en worden de kinderen geacht evenveel te hebben gekregen. In het nieuwe erfrecht zal de inbreng echter gebeuren volgens de waarde van de schenking, evenwel geïndexeerd tot aan het overlijden van Marianne. Gezien de schenkingen op verschillende tijdstippen gebeurden en worden geïndexeerd, zullen de in te brengen bedragen niet meer gelijk zijn. Zo zal Julie een hoger bedrag moeten inbrengen (gezien zij reeds in 2002 € 100.000 geschonken kreeg) en dus ook een kleiner deel van de nalatenschap van Marianne ontvangen. Dit komt niet overeen met de wil van Marianne. Om dit te vermijden, kan Marianne een verklaring van behoud afleggen.
  2. Marcel was bedrijfsleider van een familiale vennootschap. Zijn zoon Thomas werkt al enkele jaren actief mee in de zaak. Zijn dochter Marie is niet betrokken bij het familiebedrijf. Marcel heeft in 2010 de aandelen van de familiale vennootschap geschonken aan Thomas onder toepassing van de fiscale gunstmaatregel, evenwel met voorbehoud van vruchtgebruik. De waarde die bij overlijden van Marcel moet worden ingebracht is volgens het oude erfrecht de waarde op het moment van de schenking. Op basis van het nieuwe erfrecht zal er rekening worden gehouden met de waarde op de dag van het overlijden van Marcel. Het kan als oneerlijk worden ervaren indien de waardestijging van de aandelen grotendeels het gevolg is van de inspanningen van Thomas en Marie hiervan ook mee kan profiteren. In dit geval kan Marcel een verklaring van behoud afleggen, waarbij de waarde van de vennootschap op datum van de schenking (2010) als waarderingsdatum geldt.

Of een verklaring van behoud wenselijk is of niet, hangt af van de specifieke omstandigheden van elke oude successieplanning. Doorgaans zal de hervorming van het erfrecht evenwel geen impact hebben op in het verleden gedane schenkingen indien eenzelfde goed werd geschonken aan alle kinderen samen op hetzelfde tijdstip. De waarderingswijze speelt in dit geval immers geen rol, gezien deze voor elk kind hetzelfde zal zijn.

De tijd dringt … of toch niet?

Momenteel is voorzien dat u een verklaring van behoud kan afleggen tot 31 augustus 2018. Er ligt een voorstel op tafel dat deze deadline verschuift naar 31 maart 2019 (en volgens goede bronnen zelfs naar 31 augustus 2019). Het is nog even afwachten welke deadline het nu zal worden. Uiteraard houden wij u op de hoogte. Men wil iedere burger die ooit reeds schenkingen heeft gedaan meer tijd gunnen om de juiste beslissing te nemen: oude of nieuwe erfregels?

Conclusie

De eventuele verlenging van de deadline geeft u misschien wat meer bedenktijd. Maar u kan best nu al de oefening maken, want één ding staat vast: bij een overlijden na 1 september valt u onder de nieuwe regels en komt een verklaring mogelijks te laat.

Het is dus van belang om uw oude successieplanning opnieuw onder de loep te nemen. Zo kan worden nagegaan of de initiële doelstellingen en concrete wensen van uw successieplanning bij een overlijden na 1 september 2018 nog steeds dezelfde zijn én of een verklaring van behoud al dan niet nodig is.

Indien u hieromtrent nog vragen heeft of u wenst verdere begeleiding, kan u steeds contact opnemen met één van onze Vermogensarchitecten.

Publicatie datum: 18 juni 2018