Terug naar overzicht Print

Uw personeelsadministratie in Q3/2017

VERHOGING LOONNORM 2017-2018

In maart 2017, hebben de sociale partners de loonnorm voor de periode 2017-2018 vastgelegd: een maximale marge voor de loonkostenontwikkeling van 1,1% werd voorzien.

Concreet kan deze marge ingevuld worden via onderhandelingen over de invulling van de loonmarge op sector- en/of ondernemingsniveau waarbij maximaal rekening moet worden gehouden met “de specifieke economische situatie van de sector en/of de onderneming, het behoud en de creatie van tewerkstelling en de concurrentiekracht”.

Ook moet rekening worden gehouden met de reële kostprijs van alle weerhouden maatregelen. De sociale partners verwijzen in dat verband naar het advies rond de geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden inzake aanvullende pensioenen.

Het niet respecteren van deze loonnorm kan resulteren in een boete van € 250 tot € 5.000. De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, met een maximum van 100 werknemers.

Als werkgever heeft u dus slechts beperkte mogelijkheden voor een individueel loonbeleid.

De volgende sectoren hebben de loonnorm reeds ingevuld:

  • PC 118 voor de voedingsnijverheid
  • PC 124 voor het bouwbedrijf
  • PC 140 voor het vervoer en de logistiek
  • PC 200 het aanvullend paritair comité voor de bedienden
  • PC 226 voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek
    De loonnormwet laat de indexering van lonen en vergoedingen, en de toepassing van de barema’s onverlet. Deze indexering en barema’s komen bovenop de 1,1% die de loonnorm wet voorziet.

VERHOGING KILOMETERHEFFING

Vanaf 1 juli 2017 kunnen de kilometervergoedingen voor beroepsverplaatsingen omhoog getrokken worden van € 0,3363 /km naar € 0,3460 /km.

Deze vergoeding wordt zowel door de fiscus als de RSZ aanvaard als terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever. De werknemer wordt er dus niet op belast en dient er ook geen RSZ-bijdragen op te betalen. Ook de werkgever dient hier geen RSZ op te betalen en mag deze bedragen zelfs in aftrek nemen.

De bedragen dienen vermeld te worden op de fiscale fiche.

STAND VAN ZAKEN MOBILITEITSBUDGET

Momenteel is er overleg binnen de Regering over de invoering van een mobiliteitsbudget. De Regering zal zich daarbij baseren op het voorstel van SD Worx en het advies van de sociale partners.

Wij houden u op de hoogte over de ontwikkelingen in dit dossier.

VLAAMSE AANWERVINGSINCENTIVE

Op 1 maart 2017 trad het besluit tot toekenning van aanwervingsincentives voor langdurig werkzoekenden met terugwerkende kracht (naar 1 januari 2017) in werking.

Het moet gaan om:

  • Tewerkstelling in het Vlaams Gewest;
  • Een werknemer van minimum 25 jaar en jonger dan 55 jaar oud (op het einde van het kwartaal van aanwerving);
  • Een werknemer die minstens twee jaar als niet-werkende werkzoekende was ingeschreven bij de VDAB (de werknemer mag hiervoor een bewijs vragen via tewerkstelling@vdab.be – de werkgever zal hier omwille van privacy redenen geen antwoord op krijgen);
  • Een arbeidsovereenkomst die ten vroegste op 01.01.2017 start.

De premie wordt door de VDAB in twee delen betaald:

  • Het eerste deel van € 1.250 na een voltijdse tewerkstelling gedurende drie maanden;
  • De tweede schijf van € 3.000 na een voltijdse tewerkstelling gedurende een jaar;
  • Vanaf 80% wordt men gelijkgesteld met een voltijdse tewerkstelling;
  • Voor deeltijdse tewerkstelling vanaf 30% tot 80% werken, gaat het om 60% van de premie (= respectievelijk € 750  tot € 1.800).

De premie moet u als werkgever zelf aanvragen via http://www.werk.be/awi binnen een termijn van drie maanden na de indiensttreding. Maar omdat de tool nog in opbouw is, kan dit voor de arbeidsovereenkomst die gesloten zijn van januari tot eind mei nog tot 1 augustus 2017. Voor de overeenkomsten die later zijn gesloten heeft u nog drie maanden tijd.