Terug naar overzicht Print

Vlaamse regering zet enkele puntjes op de ‘i’ inzake erfbelasting op levensverzekeringen

Vorig jaar heeft de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) een aantal betwistbare stellingen ingenomen inzake levensverzekeringen. Hetgeen het meest in het oog sprong, was ongetwijfeld het standpunt inzake de verzekeringsgift dat reeds uitvoerig werd toegelicht in onze vorige nieuwsflash van 25 november 2016. Daarnaast stuitten ook enkele andere standpunten op heel wat kritiek vanuit de praktijk. De Vlaamse Regering heeft intussen ingegrepen en heeft enkele fiscale ongerijmdheden van hogerhand bijgestuurd. In wat volgt zoomen we in op deze wijzigingen die reeds in werking zijn getreden.

VERZEKERINGSGIFT

In het kader van successieplanning via levensverzekeringen wordt vaak gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘verzekeringsgift’. Dit houdt in dat de persoon die een verzekeringspolis heeft afgesloten al zijn rechten als verzekeringnemer op die polis overdraagt aan een andere persoon. Meestal schenken ouders aan hun kinderen, al dan niet met betaling van 3% schenkbelasting.

Voorheen werd aangenomen dat een verzekeringsgift erfbelasting uitsluit, ofwel onmiddellijk mits registratie en dus betaling van 3% schenkbelasting, ofwel na een periode van drie jaar indien de schenking niet geregistreerd werd. Vlabel heeft nadien het controversiële standpunt ingenomen dat de uitkering bij een overlijden na 1 maart 2016 alsnog aan erfbelasting onderworpen wordt, zelfs al is schenkbelasting betaald.

Dit komt natuurlijk neer op een dubbele belasting. Gelukkig grijpt de Vlaamse Regering in om dubbele heffing te voorkomen. Het bedrag van de schenking waarop schenkbelasting is betaald, wordt later niet meer belast met erfbelasting. Fiscaaltechnisch heet dit dan: de belastbare grondslag waarop de erfbelasting is geheven, mag dus worden verminderd met de belastbare grondslag waarop schenkbelasting is betaald. Er is dus geen dubbele heffing meer. Over de eventuele “meerwaarde” bij latere uitkering zal men wel nog erfbelasting moeten betalen. In die zin blijft er wel sprake van een ongrondwettelijke discriminatie ten opzichte van een gewone schenking van effecten.

ANDERE WIJZIGINGEN

Niet alleen het standpunt inzake de verzekeringsgift werd aangepast. De Vlaamse Regering heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om in extremis ook enkele andere standpunten van Vlabel te counteren.

1. Levensverzekeringen op twee hoofden

Vaak sluiten twee personen samen een polis af. Echtgenoten sluiten dergelijke verzekering af waarbij er pas een uitkering is op het moment van overlijden van de langstlevende, de zogenaamde “configuratie laatststervende”:

De verzekeringsprestatie is pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende verzekerde. De uitkering gebeurt met andere woorden pas na het overlijden van beide ouders. Toch meende Vlabel bij het eerste overlijden reeds de helft van de afkoopwaarde van de polis te moeten belasten. Hierdoor betalen de begunstigden van de polis (kinderen) reeds erfbelasting bij het eerste overlijden, zonder dat zij evenwel een uitkering ontvangen.

Het feit dat de kinderen erfbelasting moeten betalen op iets dat ze niet krijgen, en misschien zelfs ook nooit zullen krijgen (bv. indien de langstlevende ouder de begunstigingsclausule aanpast), stuitte op veel protest.

De Vlaamse Regering heeft dan ook ingegrepen en enkele duidelijke principes uitgewerkt. Voortaan zal er pas erfbelasting verschuldigd zijn als er een effectieve uitkering is of als de polis vroegtijdig wordt afgekocht na het eerste overlijden.

2. Levensverzekering groutouder-kleinkind

Er zijn nog andere situaties waarin een levensverzekering (nog) niet tot uitkering komt bij het overlijden van een verzekeringsnemer. Hierbij denken wij onder meer aan verzekeringen afgesloten door een grootouder met zijn/haar kleinkind als begunstigde op een bepaalde leeftijd (ABBA-configuratie).

Indien de grootouder overlijdt en het kleinkind dan nog geen 25 jaar is, komt de polis niet tot uitkering. Voortaan is er bij dit overlijden nog geen erfbelasting verschuldigd. Dit zal slechts het geval zijn op het moment dat er later een effectieve uitkering gebeurt.

3. Echtgenoten gehuwd met gemeenschap van goederen

Een ander voorbeeld dat al langer tot heel wat uiteenlopende antwoorden leidt, is de volgende situatie:
Echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Mijnheer sluit een levensverzekering af, type AAB-polis. Hijzelf is verzekeringsnemer en verzekerde (A), mevrouw is begunstigde bij overlijden (B). De premies werden betaald met gemeenschapsgelden. Mevrouw (B) komt te overlijden. Moet mijnheer erfbelasting betalen op de polis die hij zelf onderschreef, maar die na het overlijden van zijn echtgenote gewoon verder loopt?

Volgens Vlabel tot voor kort alvast wel. Ondanks het feit dat er geen uitkering was op moment van het overlijden van mevrouw, wou Vlabel toch erfbelasting ontvangen op de helft van de afkoopwaarde aangezien de premies werden betaald met gemeenschapsgelden.

Wederom wordt Vlabel op dit punt teruggefloten. De Vlaamse Regering legt ook hier haar voormelde principes op. Voortaan moet mijnheer slechts in twee gevallen erfbelasting betalen:

1) Op het ogenblik waarop hij effectief een uitkering krijgt (op de helft van de uitkering);
2) Op het ogenblik wanneer hij de verzekering na het overlijden van mevrouw afkoopt (op de helft van de afkoopwaarde).

WAT BRENGT DE TOEKOMST?
Dankzij de nieuwe principes van dit decreet is er opnieuw wat meer fiscale rechtszekerheid. Toch blijft er volgens Vlaams minister Tommelein nood aan een grondige hervorming van een aantal wetsartikelen die niet meer aangepast zijn aan de huidige verzekeringsproducten. In het begin van dit nieuwe jaar kijken wij alvast opnieuw iets optimistischer naar de toekomst.

Publicatiedatum: 20 januari 2017