Deel dit artikel

Burgerlijke maatschap en schenking: nog steeds een goed huwelijk?

Sinds januari 2015 is de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) bevoegd inzake erf- en schenkbelasting. Het is algemeen gekend dat zij sindsdien haar eigen koers vaart en regelmatig afwijkende standpunten inneemt omtrent bepaalde fiscale planningstechnieken.

Over de populaire techniek van de schenking met behulp van een burgerlijke maatschap, heeft Vlabel recent voor wat meer (on)duidelijkheid gezorgd. In een artikel in “De Tijd” lezen wij zelfs: “Belasting vermijden met burgerlijke maatschap kan niet meer”. Tijd voor verduidelijking!

WAT VOORAFGING

Vóór 1 juni 2016 was het zonder discussie mogelijk om roerende goederen te schenken voor een Nederlandse notaris met voorbehoud van vruchtgebruik zonder daarop Belgische of Nederlandse schenkbelasting te betalen. Voorbehoud van vruchtgebruik betekent onder meer behoud van de inkomsten van hetgeen werd geschonken. Er diende wel rekening gehouden te worden met een zogenaamde risicoperiode. Indien de schenker komt te overlijden binnen een termijn van drie jaar na de schenking, dan betaalt men alsnog Vlaamse erfbelasting op de schenking. Overleeft men deze termijn, dan was de schenking vrij van schenk- en erfbelasting.

Vlabel heeft deze “kaasroute” met ingang van 1 juni 2016 afgesloten. Zij aanvaardt zogenaamde ‘gesplitste inschrijvingen’ van effecten en geldbeleggingen enkel maar indien deze het gevolg zijn van een schenking waarover schenkbelasting is betaald. Dit blijft een zwaar betwist standpunt. Wij hebben dit grondig besproken in onze nieuwsflashes van 12 en 28 april.

Gevolg is wel dat onbelaste schenkingen van effecten en geldbeleggingen voor een buitenlandse notaris met voorbehoud van vruchtgebruik volgens Vlabel sinds 1 juni 2016 niet langer mogelijk zijn zonder daarop later erfbelasting te betalen (ook ná het verstrijken van de periode van 3 jaar).

WAT IS ER NU GEWIJZIGD?

Vlabel heeft op 26 april 2017 dit standpunt verder aangevuld. Allereerst bevestigt Vlabel enkele bestaande principes van de maatschap: zij heeft geen rechtspersoonlijkheid en is fiscaal transparant. Wanneer er deelbewijzen van een maatschap worden geschonken, worden m.a.w. de achterliggende goederen overgedragen die tot deze maatschap behoren. Er moet dus als het ware ‘door de maatschap heen’ gekeken worden om na te gaan welke goederen overgedragen worden. Hierbij zal de aard van de goederen bepalend zijn voor de belastbaarheid.

Welnu, Vlabel zal alsnog erfbelasting heffen wanneer delen van de maatschap worden geschonken voor een buitenlandse notaris met voorbehoud van vruchtgebruik én de achterliggende activa effecten of geldbeleggingen zijn. Hieronder verstaat men onder andere aandelen van een vennootschap of een effectenrekening. Andere activa zoals kunst, oldtimers, enz. die via de maatschap met voorbehoud van vruchtgebruik worden geschonken, blijven buiten schot. Een maatschap waarin een kunstcollectie werd ingebracht, kan nog onbelast worden geschonken via Nederlandse notaris met voorbehoud van vruchtgebruik.

Deze toevoeging is van toepassing op alle gesplitste inschrijvingen vanaf 1 juni 2017.

WAT BETEKENT DIT VOOR UW SUCCESSIEPLANNING?

Wie al een maatschap heeft opgericht en de deelbewijzen hiervan heeft geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik, kan in principe op beide oren slapen. Het nieuwe standpunt is immers maar van toepassing op gesplitste inschrijvingen vanaf 1 juni 2017. Uiteraard dient er wel nog rekening gehouden te worden met de risicoperiode van drie jaar.

Bij schenkingen na 1 juni 2017, waarbij de deelbewijzen geschonken worden met voorbehoud van vruchtgebruik én de achterliggende activa effecten of geldbeleggingen zijn, moet u wel rekening houden met dit nieuwe standpunt. Om erfbelasting te vermijden, moet er volgens Vlabel schenkbelasting (3% of 7%) betaald worden. Vruchtgebruik dat door erfenis is ontstaan, wordt echter niet geviseerd.

WAT MET HET INKOMSTENBELEID VAN DE MAATSCHAP?

Op de algemene vergadering van de maatschap wordt jaarlijks een beslissing genomen omtrent de bestemming van de “vruchten”. Zeg maar de inkomsten (interesten, dividenden, …) die het vermogen heeft opgeleverd. Deze vruchten kunnen uitgekeerd worden aan de vruchtgebruiker (schenker), dan wel geïncorporeerd worden in het kapitaal of voorlopig gereserveerd worden in de maatschap.

Vlabel heeft ook hieromtrent een standpunt ingenomen. Indien de “burgerlijke vruchten” door de maatschap worden aangewend voor de aankoop van nieuwe effecten of geldbeleggingen, zullen deze gesplitst worden ingeschreven. Er vindt dan een nieuwe gesplitste inschrijving plaats, waardoor er later alsnog erfbelasting verschuldigd is. Ook wanneer de vruchten geïncorporeerd worden, zal er bij een overlijden alsnog erfbelasting verschuldigd zijn, tenzij er schenkbelasting betaald werd.

Het komt er dus op neer dat Vlabel verwacht dat de maatschap haar inkomsten vanaf 1 juni 2017 systematisch uitkeert aan de vruchtgebruiker.

CONCLUSIE

Maatschappen waarvan de delen vóór 1 juni 2017 werden geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik, vallen buiten het toepassingsgebied van het nieuwe standpunt. Wel dient het inkomstenbeleid afgestemd te worden op dit nieuwe standpunt. Dit veronderstelt nog meer aandacht voor de jaarlijkse opvolging van de maatschap.

Na 1 juni 2017 kan u nog steeds volgende vermogensbestanddelen schenken via een buitenlandse notaris, dit al dan niet via tussenschakeling van een burgerlijke maatschap:

  1. Schenking in volle eigendom van roerende goederen (inclusief effecten en geldbeleggingen), bijvoorbeeld met een optionele financiële last tot betaling van een lijfrente.
  2. Schenking met voorbehoud van vruchtgebruik van andere roerende goederen dan effecten en geldbeleggingen, bijvoorbeeld wagens, kunstvoorwerpen, enz.;

Daarnaast is het uiteraard nog steeds mogelijk om een schenking te verrichten met betaling van roerende schenkbelasting (3% of 7%). Zo komt u niet in het vaarwater van dit nieuw standpunt en zal er later geen erfbelasting meer verschuldigd zijn. De maatschap is dus nog steeds een interessante techniek om erfbelasting te besparen.

ALLES DUIDELIJK?

Vlabel heeft op informele wijze laten weten dat zij in de toekomst nog wel van plan is om nieuwe standpunten over successieplanning in te nemen. Alleen heeft zij nu beloofd dat niet meer met terugwerkende kracht te zullen doen. In beginsel kan iedereen die al een “correcte” planning heeft uitgevoerd in het verleden dus op beide oren slapen.

Over sommige zaken bestaan echter geen expliciete “oude” standpunten van de fiscus. Anderzijds neemt Vlabel ook beslissingen over individuele gevallen (“rulings”), zonder deze om te zetten in een standpunt. Deze beslissingen vormen regelmatig ook een breuk met de gangbare praktijk. Vraag is dus wat door Vlabel beschouwd kan worden als een “correcte” oude planning. Het is daarom naar onze mening aangewezen ook bestaande structuren goed te bekijken en te toetsen aan de visies die Vlabel hieromtrent in het verleden heeft ontwikkeld. Hiervoor kan u steeds terecht bij een van onze Vermogensarchitecten.


Publicatiedatum: 5 mei 2017