Deel dit artikel

De maatschap en het nieuwe vennootschapsrecht

Hebt u al aan successieplanning gedaan? De kans is dan heel reëel dat u gekozen heeft voor een maatschap. Deze laat immers toe om afspraken te maken over de controle van een vermogen. Op die manier kan u bijvoorbeeld vermogen schenken zonder dat u alle zeggenschap hierover verliest.

Sinds 1 mei geldt echter een nieuw vennootschapsrecht (WVV). Deze schaft heel wat vennootschapsvormen af. Maar hoe zit dat met de maatschap?

De maatschap blijft

Het WVV schaft de maatschap niet af. Integendeel krijgt zij een belangrijke rol als vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. De nieuwe wet zorgt voor meer rechtszekerheid.

Statuten aanpassen

Wel is het wenselijk de statuten van bestaande maatschappen aan te passen aan het nieuwe recht. Op die manier kan u mogelijke tegenstrijdigheden vermijden. Inhoudelijk blijven de bestaande regelingen onder het nieuwe recht overigens toepasbaar.

De rol van de zaakvoerder

In het verleden werd soms de discussie gevoerd of een zaakvoerder van een maatschap bevoegd is om op te treden namens de maatschap, zonder tussenkomst van alle vennoten. Deze onzekerheid is van de baan. De wet verduidelijkt dat de zaakvoerder effectief bevoegd is.

Ook een maatschap is een onderneming

Niet alleen het vennootschapsrecht is gewijzigd. Al sinds vorig jaar moeten wij ook rekening houden met een nieuw ondernemingsrecht.

De gevolgen hiervan zijn onder meer:

  • inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO);
  • registratie van de uiteindelijke begunstigden in het UBO- register.

Deze verplichtingen maken de maatschap naar onze mening niet minder aantrekkelijk. Uiteindelijk blijft discretie feitelijk gewaarborgd doordat de maatschap geen cijfers publiek bekend moet maken.

Boekhoudverplichtingen

De maatschap is ook verplicht een boekhouding te voeren. De meeste maatschappen voerden in het verleden een beperkte administratie.

Dit blijft ook mogelijk zolang de omzet van de maatschap onder 500.000 euro op jaarbasis blijft. Ingeval van een hoger bedrag, moet de maatschap een dubbele boekhouding voeren, zoals een “gewone” vennootschap.

Over de interpretatie van die grens van 500.000 euro is heel wat te doen. Gaat het enkel om omzet (resultaat) of worden alle reguliere opbrengsten in rekening gebracht? In een ontwerpadvies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) neemt deze het laatste standpunt in. Wat is het verschil?

Stel uw maatschap is eigenaar van een effectenportefeuille en verkoopt een aandeel voor de prijs van 1.000, waarbij zij een meerwaarde realiseert van 100. Dit betekent in de visie van de CBN een omzet van 100, maar een opbrengst van 1.000 dewelke mee in rekening wordt gebracht voor de bepaling van de grens van 500.000 euro.

Het zal duidelijk zijn dat, als het standpunt van de CBN wordt behouden, dit veel sneller leidt tot de verplichting van een dubbele boekhouding. Er is echter heel wat kritiek. De vraag is of de CBN hier in haar uiteindelijke advies rekening mee zal houden.

De meeste maatschappen staan eerder terughoudend tegenover extra verplichtingen. Weliswaar kan een dubbele boekhouding bijkomend financieel inzicht verschaffen, en wil ons kantoor u daarin graag begeleiden, maar het verhoogt de kostenstructuur onvermijdelijk.

Echter blijft wel gelden dat de jaarrekening niet publiek moet worden gemaakt.

Fiscaal transparant

Omdat de maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, is zij fiscaal transparant. Dit blijft ook zo na de diverse wetswijzigingen. Na de registratie van de maatschap als een “onderneming” in de Kruispuntbank van Ondernemingen, ontvangen sommige zaakvoerders automatisch een aanslagbiljet van de gemeente of de provincie. In dat geval kan u een vrijstelling aanvragen of een bezwaar indienen bij de gemeente of de provincie.

Toch alternatieven?

Een successieplanning met tussenkomst van een maatschap biedt nog steeds veel voordelen. Met de invoering van het nieuwe vennootschapsrecht heeft de maatschap een duidelijk wetgevend kader. Binnen dit kader kan u sluitende afspraken maken over het beheer van het familiale vermogen over een langere termijn. Een goede opvolging van het financiële beheer biedt meer transparantie en gemoedsrust binnen de familie. De traceerbaarheid van het familiale vermogen kan bovendien noodzakelijk zijn om het gewenste effect te bereiken van de successieplanning, bijvoorbeeld bij een schenking tussen echtgenoten of in het geval van kinderloos overlijden van de begiftigde, waarna het restvermogen overgaat naar diens broer of zus (restschenking).

Daartegenover worden er bijkomende administratieve verplichtingen opgelegd. Het is nog even afwachten of het allemaal zo een vaart zal lopen. Maar mogelijks wenst u toch na te gaan of er geen alternatieven zijn voor de maatschap.

Het WVV biedt flexibele oplossingen ingeval de maatschap op haar beurt in vennootschappen (met rechtspersoonlijkheid) deelneemt. Zeggenschap en inkomsten van NV’s, BV’s … kunnen losgekoppeld worden van de omvang van het aandelenpakket. Een maatschap is dus niet altijd nodig.

Voor privé (belegd) vermogen biedt het WVV geen oplossing. Alternatieven voor de maatschap moet u dan op een ander niveau zoeken, bijvoorbeeld via aangepaste clausules in schenkingsaktes, erfovereenkomsten e.d.

Wij denken graag met u mee.

Publicatiedatum: 19 juni 2019