Onderhoudsgeld betaald of ontvangen? Dit verandert er fiscaal

02.09.2026

De onderhoudsverplichtingen uit het Belgisch Burgerlijk Wetboek steunen op een gedachte van solidariteit en verantwoordelijkheid. Voor bepaalde personen in uw omgeving wordt u geacht zorg te dragen en financieel bij te dragen aan hun levensonderhoud en, afhankelijk van de situatie, aan een passende levensstandaard.

De bekendste onderhoudsverplichtingen zijn die tegenover eigen kinderen en een ex-partner. Maar ook meerderjarige kinderen kunnen wettelijk verplicht zijn om bij te dragen aan het levensonderhoud van hun ouders op leeftijd.

Naast die burgerrechtelijke solidariteits- en verantwoordelijkheidsgedachte speelt ook een fiscale redelijkheidsgedachte. Het zou immers onredelijk zijn om een belastingplichtige eerst te belasten op zijn volledige bruto-inkomen, terwijl die vervolgens wettelijk verplicht is om een deel van het overblijvende netto-inkomen af te staan. Zonder fiscale correctie zouden dezelfde middelen bij die belastingplichtige als het ware tweemaal worden getroffen.

Daarom voorziet de fiscale wetgeving in een bijzondere regeling: onder bepaalde voorwaarden zijn betaalde onderhoudsgelden gedeeltelijk aftrekbaar bij de betaler en gedeeltelijk belastbaar bij de ontvanger.

Dat fiscale regime werd recent op enkele belangrijke punten gewijzigd en aangescherpt. Hierna lichten we toe aan welke voorwaarden onderhoudsgelden moeten voldoen en in welke mate ze aftrekbaar dan wel belastbaar zijn.

Welke voorwaarden blijven ongewijzigd?

Volgende voorwaarden blijven onverminderd van toepassing:

  • Er moet een wettelijke onderhoudsverplichting bestaan. Niet elke betaling aan een (ex-)familielid uit zorg of solidariteit valt dus automatisch onder dit fiscale regime.
  • Betaler en ontvanger mogen op het moment van de betaling geen deel uitmaken van hetzelfde gezin. In de praktijk betekent dit dat zij op verschillende feitelijke adressen wonen. Bij voorkeur blijkt dat ook uit hun domicilie. Voor kinderen die onder een regeling van fiscaal co-ouderschap vallen, ligt dit anders. Bij een gelijkmatige huisvesting worden zij geacht deel uit te maken van het gezin van beide ouders. Voor hen kan de regeling voor onderhoudsgelden daarom niet worden toegepast. Daartegenover staan andere fiscale voordelen, zoals de verdeling van de verhoogde belastingvrije som of de belastingvermindering voor kinderopvangkosten.
  • De betalingen moeten regelmatig gebeuren, bijvoorbeeld wekelijks, maandelijks of driemaandelijks. In de praktijk wordt doorgaans aanvaard dat aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de verschuldigde bedragen met niet meer dan drie maanden vertraging worden betaald.

Wijziging van het belastbare en aftrekbare percentage

Jarenlang was 80% van de betaalde onderhoudsgelden fiscaal aftrekbaar bij de betaler en 80% belastbaar bij de ontvanger. Mede in het licht van het begrotingstekort wordt dat percentage stapsgewijs verlaagd:

  • Voor onderhoudsgelden betaald of ontvangen in 2025: 70%
  • Voor onderhoudsgelden betaald of ontvangen in 2026: 60%
  • Voor onderhoudsgelden betaald of ontvangen vanaf 2027: 50%

U hoeft deze beperking niet zelf te berekenen in uw belastingaangifte. U vermeldt het bedrag dat u tijdens het betrokken kalenderjaar – en dus belastbaar tijdperk – werkelijk hebt betaald of ontvangen. De fiscus past vervolgens het juiste percentage toe.

Een uitzondering geldt wanneer een eenmalig onderhoudskapitaal werd uitbetaald. In dat geval moet u niet het volledige kapitaal aangeven, maar een wettelijk bepaald fictief jaarbedrag. Indien nodig kunnen wij die berekening samen met u bekijken.

Wijziging op basis van de woonplaats van de ontvanger

Tot voor kort speelde de woonplaats van de ontvanger nauwelijks een rol bij de fiscale aftrek van onderhoudsgelden. Sinds 1 januari 2026 is dat wel het geval.

Vanaf die datum zijn betaalde onderhoudsgelden alleen nog aftrekbaar wanneer de ontvanger in de Europese Economische Ruimte of Zwitserland woont. Woont de ontvanger in een ander land, dan vervalt de fiscale aftrek.

Bij betalingen aan een ontvanger die buiten België maar binnen de Europese Economische Ruimte of Zwitserland woont, gelden bovendien specifieke fiscale formaliteiten. In principe moet de betaler een fiche 281.30 opmaken en een aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen. Die verplichtingen gelden ongeacht of de onderhoudsgelden uiteindelijk fiscaal in aftrek worden gebracht.

Effectieve inhouding of doorstorting van bedrijfsvoorheffing blijft meestal uit. De meeste dubbelbelastingverdragen kennen de heffingsbevoegdheid over onderhoudsgelden immers toe aan het land waar de ontvanger woont.

Betaalt of ontvangt u onderhoudsgelden en wilt u weten wat deze regels concreet voor uw situatie betekenen? Neem dan gerust contact op met onze specialisten personenbelasting.

 

Geschreven door Hannah Gils, Kristiaan Haagen en Jan Torsin 

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Toestemming*