Kosten delen binnen uw groep? Let op voor uw btw-aftrek
Veel ondernemingen werken met meerdere vennootschappen binnen één groep. Kosten voor bijvoorbeeld intellectuele eigendommen, IT, HR, marketing of management worden dan vaak intern doorgerekend. Daarbij speelt ook transfer pricing: de regels die bepalen welke vergoeding binnen de groep wordt aangerekend en hoe winst correct wordt verdeeld. Dat lijkt logisch en efficiënt. Maar wat betekent dit alles voor uw recht op btw-aftrek? Recente rechtspraak geeft hierover belangrijke duidelijkheid.
Transfer pricing en btw: twee systemen, één spanningsveld
De bredere discussie over de verhouding tussen Transfer Pricing (TP) en btw speelt al een langere tijd. Daar waar TP kijkt naar (een marktconforme) winsttoerekening op groepsniveau, kijkt btw naar individuele transacties. Die verschillende invalshoeken leiden in de praktijk tot frictie.
Toch kunnen verrekeningen tussen groepsvennootschappen btw-gevolgen hebben zodra er een rechtstreeks verband bestaat tussen een vergoeding en daadwerkelijk geleverde goederen of diensten.
Dit spanningsveld heeft zich recent ook vertaald in verschillende prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over deze materie. Zo oordeelde het Hof in de zaak Arcomet Towercranes (C-726/23) reeds over de btw-gevolgen van TP-aanpassingen die een gegarandeerde winstmarge moesten ondersteunen.
In de zaak Högkullen (C-808/23) verduidelijkte het Hof hoe de maatstaf van heffing inzake btw moet worden bepaald wanneer de TP-vergoeding binnen de groep niet overeenstemt met de marktwaarde voor btw-doeleinden. De kernvraag was of aandeelhouderskosten (die niet in de gebruikelijke TP-vergoeding zaten) toch in de maatstaf van heffing inzake btw opgenomen moeten worden. Het Hof bevestigde dat dit het geval kan zijn.
Een nog hangende rechtzaak gaat mogelijk nog een stap verder. In Stellantis Portugal (C-603/24) onderzoekt het Hof momenteel de btw-behandeling van specifieke TP-aanpassingen die bedoeld waren om een minimumwinstmarge te verzekeren.
Voor het eerst duidelijkheid?
Voor veel ondernemingen blijft het een terugkerend spanningsveld: Btw en intragroepstransacties? Zeker wanneer kosten verdeeld worden binnen een internationale groep, zien we in de praktijk dat belastingautoriteiten vaak vraagtekens plaatsen bij de aftrek van btw. In een uitspraak eind 2024 (C-527/23 – Weatherford Atlas Gip) heeft het Hof van Justitie duidelijkheid gebracht: de btw-aftrek mag niet zomaar worden geweigerd, enkel omdat een dienst binnen de groep wordt gedeeld of omdat de belastingdienst twijfelt aan de “noodzaak” van die dienst voor de afnemende vennootschap. In dit artikel zetten we de feiten, de uitspraak en de implicaties voor uw praktijk op een rij.
Feiten
In deze zaak had Foserco SA, een Roemeense vennootschap binnen de Weatherford-groep, administratieve diensten (zoals IT, HR en marketing, de zgn. ‘low value-adding services’ in transfer pricing-terminologie) ingekocht van groepsvennootschappen buiten Roemenië. De diensten werden ook gebruikt door andere groepsentiteiten, waardoor slechts een deel van de kosten aan Foserco werd doorbelast. De btw werd overeenkomstig de algemene principes verlegd naar Foserco en de Roemeense belastingdienst erkende dat de diensten daadwerkelijk geleverd waren aan Foserco.
Desondanks weigerde de Roemeense belastingdienst de btw-aftrek op deze kosten. Volgens de belastingdienst werd onvoldoende aangetoond dat de ingekochte diensten verband hielden met de btw-belaste activiteiten van Foserco. Hoewel het bestaan van de diensten niet ter discussie stond, twijfelde men aan de relevantie ervan voor Foserco, juist omdat de diensten ook andere groepsmaatschappijen ten goede kwamen. De belastingdienst beoordeelde het recht op aftrek daarmee op basis van een eigen inschatting van de noodzaak en het nut van de diensten voor Foserco, een subjectieve benadering die het Hof van Justitie nadrukkelijk afwijst.
Oordeel van het Hof
Het Hof bevestigt dat het recht op btw-aftrek een fundamenteel beginsel is en in beginsel niet beperkt mag worden. Voorwaarde is wel dat het bestemmingsbeginsel wordt nageleefd: de gemaakte kosten moeten rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met btw-belaste handelingen.
Het is aan de belastingplichtige om aannemelijk te maken welk deel van de diensten daadwerkelijk wordt gebruikt voor belaste activiteiten, waarbij de economische en commerciële realiteit doorslaggevend is. De uitspraak bevestigt dat ondernemingen binnen een groep het recht op btw-aftrek behouden, zelfs wanneer ingekochte diensten worden gedeeld. Wel geldt daarbij de voorwaarde dat duidelijk wordt aangetoond welk deel van de kosten betrekking heeft op de btw-belaste activiteiten van de afnemende entiteit. Een degelijke onderbouwing blijft dus essentieel.
Tot slot bevestigt het Hof expliciet dat economische winstgevendheid geen voorwaarde is voor het recht op aftrek. Met andere woorden: ook als een activiteit (nog) geen winst oplevert, blijft aftrek mogelijk, zolang de kosten voldoende zijn gekoppeld aan belaste prestaties. De belastingdienst mag het recht op aftrek dus niet weigeren op basis van een subjectieve inschatting van de noodzaak of geschiktheid van de aangekochte diensten.
Belang van de uitspraak
Het Hof van Justitie bevestigt de fundamentele principes met betrekking tot het recht op aftrek inzake btw en intragroepdiensten. Het Hof oordeelt dat subjectieve argumenten van de belastingdienst, zoals de noodzaak of geschiktheid van de diensten, irrelevant zijn.
Tegelijkertijd benadrukt het Hof van Justitie dat belastingplichtigen moeten voldoen aan alle wettelijke voorwaarden voor de btw-aftrek en dat de bewijslast hiervoor bij hen ligt. Dit benadrukt het belang van goede (TP-)documentatie en correcte facturen bij het claimen van het recht op aftrek inzake btw.
Wat kunt u nu doen?
De uitspraak in de zaak Weatherford Atlas Gip benadrukt het belang van btw-aspecten in uw Transfer Pricing-beleid. De Belgische belastingdienst kijkt steeds kritischer naar intragroepstransacties. Alleen met sluitende documentatie en een goed onderbouwd vergoedingsbeleid kan uw recht op btw-aftrek veiliggesteld worden.
Wilt u nagaan of uw huidige TP-structuur voldoende onderbouwd is? Of wenst u advies over de btw-behandeling van intragroepstransacties in het licht van deze uitspraak? Onze specialisten bij Van Havermaet staan u graag te woord!