Welke fiscale lessen trekken uit het begrotingsakkoord?

26.11.2025

De Arizona-regering is op fiscaal vlak tot nog toe voornamelijk een aankondigingsregering. Veel zaken zitten op die manier in de pijplijn, maar zijn nog steeds niet omgezet in wetgeving. Na het begrotingsakkoord van 24 november 2025 wordt die pijplijn nog wat meer gevuld. Een overzicht voor belegger en kmo.

Bijkomende wijzigingen aan VVPRbis en liquidatiereserve

VVPRbis en liquidatiereserve vormen een uitzondering: tijdens de zomer van 2025 is hun fiscale regime al veranderd. Minder dan een half jaar later kondigt de regering echter bijkomende wijzigingen aan. Wie kan nog volgen?

VVPRbis

Het huidige VVPRbis-stelsel laat kleine vennootschappen toe om dividenden op aandelen uit te keren tegen 15% roerende voorheffing, in plaats van het standaardtarief van 30%. Dit verlaagde tarief is wel pas van toepassing vanaf het derde boekjaar na de inbreng in geld, mits voldaan is aan de voorwaarden zoals o.m. volstorting, ononderbroken bezit en aandelen op naam.

Het begrotingsakkoord voorziet nu een verhoging van dit gunsttarief van 15% naar 18% vanaf 1 januari 2026.

Het ziet er wel naar uit dat bestaande vennootschappen zullen genieten van een overgangsregeling: zij zouden nog gedurende drie jaar het huidige tarief van 15% kunnen toepassen. Voor nieuwe inbrengen zal echter meteen het nieuwe tarief van 18% gelden.

De wachttijd van drie jaar blijft ongewijzigd. Enkel de fiscale druk bij uitkering stijgt.

Liquidatiereserves

Via de techniek van liquidatiereserves kunnen aandeelhouders van kleine vennootschappen eveneens onder voorwaarden genieten van een gunstigere dividendbelasting.

Om hiervan gebruik te maken, moet de vennootschap over de winst van het boekjaar een belasting vooruitbetalen van 10%. Na een wachttijd van drie jaar verlaagt de roerende voorheffing bij uitkering van die winstreserves van 30% naar 6,5% en na vijf jaar naar 5%.

In de wet is al opgenomen dat voor liquidatiereserves aangelegd vanaf 1 januari 2026 bij uitkering enkel het 6,5% tarief na drie jaar nog mogelijk is. Dit leidt (door de wijze van berekening) tot een totale heffing van 15%, zoals voor VVPRbis. Het tarief van 5% na vijf jaar blijft mogelijk voor eerder aangelegde liquidatiereserves.

De regering wil nu een bijkomende wijziging doorvoeren. Voor liquidatiereserves aangelegd vanaf 1 januari 2026 zal, naast de vooruitbetaling die op 10% blijft, een tarief van 9,8% gelden bij uitkering na drie jaar. Dit tarief heeft als gevolg dat de totale fiscale druk over uitgekeerde liquidatiereserves net zoals voor VVPRbis evolueert naar 18%.

Het ziet er dus naar uit dat, voor liquidatiereserves die vóór 2026 zijn aangelegd, de nieuwe verhoging niet zal gelden.

Voorts zou de vrijstelling van roerende voorheffing bij vereffening van de vennootschap onverkort van toepassing blijven.

Actie vereist?

Uit de communicatie van de regering blijkt dat men de verhoging geleidelijk wenst in te voeren. Het lijkt dan ook niet nodig om overhaast alsnog in 2025 dividenden tegen een lager tarief uit te keren.

Wie hierop niet vertrouwt, kan natuurlijk anders beslissen. In de regel is het mogelijk, via de techniek van tussentijdse dividenden of interimdividenden, alsnog in 2025 een dividend uit te keren. Hierbij moet natuurlijk goed nagegaan worden dat voldaan is aan alle voorwaarden voor een fiscaal gunstige uitkering. Bovendien moet u rekening houden met de vereisten van het vennootschapsrecht, waaronder de liquiditeitstest en de netto-actieftest. Wacht niet te lang om uw keuze te maken.

Indirecte belastingen

Er komt voor de btw geen algemene tariefverhoging van 21% naar 22%. De regering houdt vast aan de drie bestaande btw-tarieven, maar past wel aan welke producten en diensten in welk tarief vallen.

Zo stijgt het tarief van 6% naar 12% voor hotel- en campingovernachtingen, sportabonnementen, bepaalde vrijetijdsactiviteiten (cultuur uitgezonderd) en afhaal- en meeneemmaaltijden.

Niet alcoholische dranken in de horeca worden goedkoper: hun btw-tarief daalt van 21% naar 12%.

Voor gas en elektriciteit komt er een zogenaamde ‘vergroening’ in twee stappen. De accijnzen op gas gaan omhoog zodat de totale belastingdruk in 2029 overeenkomt met een tarief van 12%. Tegelijk dalen de accijnzen op elektriciteit, waardoor die energiebron relatief voordeliger wordt.

Effectentaks

Vanaf 2026 verdubbelt het tarief van de effectentaks: 0,15% wordt 0,30%. Deze vermogensbelasting blijft zoals nu van toepassing op effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van meer dan een miljoen euro.

Meerwaardebelasting

Het akkoord over de begroting betekent dat de regering, naast de bijkomende fiscale maatregelen, ook de eerder al afgesproken maar nog niet doorgevoerde wijzigingen wil doorvoeren.

Zo is onder meer bevestigd dat de meerwaardebelasting op financiële activa wel degelijk vanaf 1 januari 2026 wordt ingevoerd, indien nodig met terugwerkende kracht. Meer informatie over de plannen van de regering inzake de meerwaardebelasting vindt u hier.

Auteursrechten

Tot slot, zal de vergoeding inzake auteursrechten opnieuw uitgebreid worden naar de IT-sector. Maar het vergoeden van werknemers via auteursrechten wordt minder voordelig, aangezien de forfaitaire kostenaftrek op de schop gaat. De exacte draagwijdte blijft voorlopig onduidelijk, al zal dit ongetwijfeld een impact hebben op de totale vergoeding van de werknemers en andere begunstigden in kwestie.

Graag houden wij u verder op de hoogte van zodra er een zicht is op de wetteksten en alle uitgewerkte modaliteiten van de fiscale wijzigingen.

Gepubliceerd door
Gert De Greeve

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.