Deel dit artikel

Liquidatiereserve en de bijzondere aanslag hierop: hoe te boeken

Liquidatiereserve

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen bracht een advies uit over de boekhoudkundige verwerking van de liquidatiereserve, ingevoerd door de Programmawet van 19 december 2014 en de afzonderlijke aanslag op deze liquidatiereserve. De Programmawet van 10 augustus 2015 biedt u de mogelijkheid tot het aanleggen van een liquidatiereserve voor de boekhoudkundige winst na belasting, die werd verwezenlijkt in het boekjaar 2012 (aanslagjaar 2013) en het boekjaar 2013 (aanslagjaar 2014). De voorwaarden voor het aanleggen van een bijzondere liquidatiereserve? Die zijn opgenomen in artikel 541 WIB 92. Laten we even dieper in gaan op de boekhoudkundige verwerking.

De voorwaarden

Een bijzondere liquidatiereserve wordt gevormd uit het geheel of een deel van de boekhoudkundige winst na belastingen van het boekjaar dat verbonden is met het aanslagjaar 2013 of het aanslagjaar 2014. Dit is de te bestemmen winst van het boekjaar zoals vermeld bij code 9905 (te bestemmen winst van het boekjaar) in de modellen van de jaarrekening van de Nationale Bank van België. Daarnaast moet er aan volgende voorwaarden worden voldaan:

  • De vennootschap wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 15 W.Venn. voor het boekjaar dat verbonden is met het aanslagjaar 2013 of het aanslagjaar 2014.
  • De vennootschap betaalde ten laatste op 15 december 2015 (voor het boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2013) de bijzondere aanslag van 10% of zal deze ten laatste op 30 november 2016 betalen (voor het boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2014).
  • De liquidatiereserve moet ten laatste op de datum van afsluiten van het boekjaar, waarin de bedoelde bijzondere aanslag is betaald, worden geboekt op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief.
  • De liquidatiereserve mag niet hoger zijn dan de boekhoudkundige winst na belastingen voor het belastbaar tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2013 of 2014.
  • Het bedrag van de liquidatiereserve is beperkt tot het bedrag dat nog steeds in de reserves is geboekt bij het begin van het boekjaar waarin de bijzondere aanslag is betaald.
  • De aanleg van de liquidatiereserve moet gebeuren met inachtneming van de wettelijke en eventuele statutaire verplichtingen.
  • De vennootschap moet ten laatste op de datum van de betaling van de bijzondere aanslag een bijzondere aangifte indienen bij de bevoegde dienst van de administratie. Deze aangifte moet de administratie in kennis stellen van haar benaming, haar fiscaal identificatienummer, de belastbare grondslag, het tarief, het bedrag van de bijzondere aanslag en de bevestiging dat de vennootschap aan alle voorwaarden voldeed van artikel 15 W.Venn. voor het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2013 of 2014.
  • De vennootschap wordt verplicht om bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de bijzondere aanslag werd betaald, een kopie toe te voegen van de hierboven vermelde bijzondere aangifte.
  • De jaarrekeningen met betrekking tot het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2013 en 2014 werden neergelegd bij de Nationale Bank van België voor 31 maart 2015.

Hoe boekhoudkundig verwerken

  1. Boeking van de bijzondere aanslag
    De bijzondere aanslag is een anticipatieve heffing op de boekhoudkundige winst van een voorgaand, reeds afgesloten, boekjaar. Bijgevolg kan deze bijzondere aanslag niet meer ten laste worden gelegd van dit voorgaand boekjaar en wordt ze geboekt als kost van het boekjaar waarin wordt besloten tot de betaling van de bijzondere aanslag. De betaalde bijzondere aanslag is definitief verworven door de Staat en kan niet worden verrekend met de vennootschapsbelasting. Bovendien is het eventuele overschot niet terugbetaalbaar.
  1. Vorming van de bijzondere liquidatiereserve
    De boekingen en de te gebruiken boekhoudkundige rekeningnummers voor de vorming van de bijzondere liquidatiereserve zijn in principe dezelfde als voor de gewone reserve. Er is echter wel een belangrijk verschilpunt: de bijzondere liquidatiereserve kan uiteraard niet meer aangelegd worden via de resultaatverwerking van het boekjaar waarop de bijzondere reserve betrekking heeft (boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2013 of 2014). De jaarrekeningen voor die boekjaren zijn tenslotte al definitief afgesloten. Dat is dus een verschil met de gewone reserve, die altijd aangelegd moet worden via de resultaatverwerking van het boekjaar waarop ze betrekking heeft. Er zijn daarom twee methoden waarop u een bijzondere liquidatiereserve kunt aanleggen volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen:
  • Eerste methode: een rechtstreekse overboeking binnen het eigen vermogen. De Commissie is van oordeel dat interne mutaties binnen het eigen vermogen die het totaal eigen vermogen niet beïnvloeden, over het algemeen rechtstreeks moeten worden overgeboekt van de ene post naar de andere. De tweede methode is de bijzondere liquidatiereserve aan te leggen met het resultaat van het boekjaar.
  • Daarnaast beveelt de Commissie aan om de bijzondere reserve op afzonderlijke subrekeningen te boeken per jaar van aanleg van de liquidatiereserve. Indien een gedeelte van de liquidatiereserve (waaronder de bijzondere liquidatiereserve) wordt aangetast, worden de oudst gevormde reserves immers geacht eerst te zijn aangetast. Het tarief van de te hanteren roerende voorheffing bij een eventuele uitkering is verschillend naargelang de aangetaste liquidatiereserve al dan niet ouder is dan 5 jaar.

Conclusie liquidatiereserve

In tegenstelling tot de gewone reserve, kunt u de bijzondere liquidatiereserve niet aanleggen via de resultaatverwerking van het boekjaar waarop ze betrekking heeft omdat de jaarrekeningen van deze boekjaren al definitief zijn afgesloten. Hierdoor heeft u twee methoden om een bijzondere liquidatiereserve aan te leggen volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Enerzijds kunt u de bijzondere reserve aanleggen door een rechtstreekse overboeking binnen het eigen vermogen. Anderzijds kunt u de bijzondere liquidatiereserve aanleggen met het resultaat van het boekjaar. De bijzondere aanslag op de reserve moet u boeken als kost van het boekjaar waarin de bijzondere aanslag wordt betaald.

Hebt u nog vragen rond de toepassing van de bijzondere liquidatiereserve? Geen zorgen, u kan steeds bij ons terecht!