Deel dit artikel

Meerwaarden op gronden: niet langer belastbaar als beroepsinkomen?

Meerwaarden op goederen die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, zijn belastbare beroepsinkomsten. Dat is zo voor ondernemers (genieters van winsten) en vrije beroepers (genieters van baten). Ook voor meerwaarden op gronden bij de verkoop van een gebouw, is dat het geval. Of beter: was dat het geval. In een arrest van 21 juni 2018 wijst het Hof van Cassatie deze zienswijze af.

Beroepsactiva

De wet bepaalt welke goederen nodig zijn om een beroepswerkzaamheid uit te voeren. Voor onroerende goederen is dat het geval indien:

  • Ze in het kader van die werkzaamheid zijn aangeschaft of vervaardigd, en als actief zijn geboekt.
  • Of fiscaal afschrijvingen of waardeverminderingen zijn aangenomen.

Zodra aan één van deze voorwaarden is voldaan, wordt het goed geacht te zijn gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid. De meerwaarde bij de verkoop ervan is dan belastbaar.

Kinesist met vereenvoudigde boekhouding

Het Hof van Cassatie sprak zich uit over een kinesist die een vereenvoudigde boekhouding voerde. Een vereenvoudigde boekhouding volstaat voor eenmanszaken en sommige vennootschappen waarvan de omzet over het laatste jaar niet hoger is dan 500.000,00 EUR. Zulke belastingplichtigen moeten dus geen dubbele boekhouding voeren.

De kinesist in kwestie gebruikte zijn gebouwd onroerend goed gedeeltelijk voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid. Het beroepsgedeelte van het gebouw schreef hij af. Op de grond kon hij overeenkomstig de geldende wetgeving geen afschrijvingen boeken. En werden dus ook geen waardeverminderingen geboekt.

Op een bepaald moment verkocht hij het onroerend goed. Hij realiseerde hierbij een meerwaarde. Volgens de kinesist kan de fiscus de belastbare meerwaarde niet berekenen op de grond. De redenering: op de grond werden nooit afschrijvingen of waardeverminderingen geboekt, waardoor de grond niet  beschouwd kan worden als een goed dat gebruikt wordt voor de beroepswerkzaamheid.

Maar volgens de administratie bestaat er geen grondslag om bij het berekenen van een meerwaarde een onroerend goed op te splitsen tussen grond en gebouw. Dit is ook zo opgenomen in de administratieve commentaar bij het Wetboek Inkomstenbelasting (Com IB 92, nr. 41/7).

Volgens de administratie moet dan ook de totale meerwaarde als een belastbaar inkomen worden beschouwd. Zowel gebouw als grond, dus. Zowel rechtbanken van eerste aanleg als de Hoven van Beroep bevestigden meerdere keren de zienswijze van de fiscus.

In casus bevestigde het Hof van Beroep te Gent de zienswijze van de administratie opnieuw. De belastingplichtige ging evenwel niet akkoord. Hij stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent.

Zienswijze van het Hof van Cassatie

In een arrest van 21 juni 2018 wees het Hof van Cassatie de redenering van de fiscus af. Omdat uit de wettekst volgt dat alle verwezenlijkte meerwaarden op activa die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt belastbaar zijn als inkomsten en dat activa of gedeelten ervan waarvoor fiscaal afschrijvingen of waardeverminderingen zijn aangenomen geacht worden te zijn gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.

Volgens het Hof van Cassatie betekent dit dat wanneer een belastingplichtige gebruik maakt van een vereenvoudigde boekhouding en daarin enkel afschrijvingen toepast en geen waardeverminderingen er moet worden aangenomen dat de grond GEEN actief bestanddeel is dat gebruikt wordt voor de beroepswerkzaamheid. De belastbare meerwaarde moet dus worden bepaald door de verkoopprijs om te delen  over grond en gebouw.

Conclusie

Uit het cassatiearrest volgt dus duidelijk dat indien een belastingplichtige met een vereenvoudigde boekhouding geen waardeverminderingen boekte op een grond, deze grond niet kan worden beschouwd als een actief dat geacht wordt gebruikt te worden voor beroepswerkzaamheid. Dus is de meerwaarde op deze grond niet belastbaar als een beroepsinkomen. De grond en het gebouw moeten dus afzonderlijk worden beoordeeld.

Dit cassatiearrest lijkt een oude discussie te beslechten in het voordeel van de belastingplichtige. Uiteraard is het afwachten hoe de fiscus en wetgever zullen reageren. Wij volgen het voor u op.

Publicatie datum: 26 oktober 2018