Deel dit artikel

(Video) De rechtspraak twijfelt aan de realiteit van de prestaties van bedrijfsleiders…

Een vennootschap betaalt haar personeel en bedrijfsleiding meestal in geld en/of in natura. Wat dit laatste betreft, werkte de wetgever voor een aantal voordelen forfaits uit. Dat is praktisch. U hoeft dan niet telkens de discussie aan te gaan hoe groot het voordeel voor de werknemer of bedrijfsleider is. Toch is dit voor de rechtspraak vaak voer voor discussie.

RELATIEF  LAAG VOORDEEL 

In een aantal gevallen is het forfait relatief laag ten opzichte van het reële voordeel. Dat maakt de toekenning van voordelen in natura interessant. De medewerker wordt voor een laag bedrag belast, terwijl de vennootschap de reële kosten met betrekking tot het voordeel volledig aftrekt.

Dit is een belangrijke reden waarom enige tijd geleden de villavennootschappen zo populair waren. De vennootschap koopt een onroerend goed, neemt afschrijvingen en kosten ten laste en stelt het onroerend goed ter beschikking aan de bedrijfsleider. Die wordt zo relatief laag belast.

De regering-Di Rupo verhinderde dit door de forfaitaire berekening van het voordeel haast te verdubbelen.

Ook bedrijfswagens vormen een klassiek voorbeeld. Weliswaar zijn de afschrijvingen en kosten meestal maar beperkt aftrekbaar. Het systeem is momenteel vooral interessant voor CO²-vriendelijke wagens.

ZIJN DE KOSTEN WEL AFTREKBAAR?

Uitgangspunt bij de toekenning van voordelen in natura, is dat de kosten in beginsel aftrekbaar zijn. De fiscus, hierin gevolgd door heel wat rechtspraak, ontwikkelde intussen een redenering waardoor dit niet langer zo maar het geval is.

Wat houdt die redenering in? Wel, dat als een vennootschap uitgaven verricht met een privékarakter, deze niet aftrekbaar zijn. Op zich logisch.

Het verweer van de vennootschap is dan: inderdaad, maar het gaat om kosten om de bedrijfsleider te bezoldigen. Maar dat is onvoldoende uitleg voor de rechters. Zij vinden dat u bovendien moet bewijzen dat de bedrijfsleider effectief prestaties levert die de toekenning van het voordeel in natura verantwoorden.

DISCUSSIES OVER WONINGEN…

In de rechtspraak gaan de discussies vooral over woningen die vennootschappen ter beschikking stellen van hun bedrijfsleiders. Voor de aftrek van de kosten, volstaat het niet langer dat de bedrijfsleider belast wordt op een voordeel van alle aard. De vennootschap moet aantonen dat de woning ter beschikking wordt gesteld als tegenprestatie voor de activiteiten die de bedrijfsleider levert aan de vennootschap.

… VAN ARTSENVENNOOTSCHAPPEN

Dikwijls gaat het in de rechtspraak over artsenvennootschappen. Dat zijn typisch vennootschappen waarin één persoon, de arts, zorgt voor de volledige omzet van de vennootschap. Dat is echter geen voldoende bewijs voor onze rechters. Men verwacht dat u aantoont dat tegenover het genoten voordeel werkelijke prestaties staan. Als u dat niet kan, worden de kosten verworpen.

In een bepaald dossier werd de aftrek van de kosten uiteindelijk wel aanvaard, omdat bleek dat het loon in geld was gedaald. Doordat de totale kost voor de vennootschap ongeveer dezelfde bleef, aanvaardde de rechtspraak dat de kosten verbonden aan het voordeel in natura afgetrokken konden worden.

DISCUSSIES OVER BEDRIJFSWAGENS

De rechtspraak boog zich recent ook over een vennootschap die twee personenwagens in leasing nam: een Porsche 911 Carrera Coupé en een BMW 740. Beide wagens stelde zij ter beschikking aan haar bedrijfsleider.

De fiscus wou slechts de kosten in verband met één van deze wagens als aftrekbare beroepskosten aanvaarden. Het hof van beroep te Antwerpen volgt dit. Ook hier vonden onze rechters dat de vennootschap niet kon bewijzen dat tegenover de kosten werkelijke prestaties van de bedrijfsleider staan.

VERMIJD DISCUSSIES DOOR TE DOCUMENTEREN

Wij zijn het niet eens met deze rechtspraak. De fiscus mag naar onze mening niet oordelen over de opportuniteit en de hoogte van aanvaardbare bezoldigingen. Dat behoort tot het beleid van de vennootschap. Maar we kunnen de lawine aan rechtspraak niet ontkennen.

Vooral kleinere vennootschappen hebben hier last van. En dan met name in de relatie vennootschap/bedrijfsleider. Het is van belang een objectieve verantwoording te kunnen geven waarom de bezoldiging van de bedrijfsleider omhoog mag gaan door het ter beschikking stellen van (dure) bedrijfswagens of onroerend goed of andere voordelen. Dit kan bijvoorbeeld ter gelegenheid van de goedkeuring van de bezoldiging van de bedrijfsleider op de algemene vergadering van aandeelhouders.

Publicatiedatum: 30 juni 2017