De publieke toegankelijkheid van het UBO-register ligt onder vuur

24.11.2022

We voelden al langer aan dat de publieke toegankelijkheid van het UBO-register niet helemaal in lijn ligt met het recht op de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van de persoonsgegevens. Het Europese Hof Van Justitie bevestigt nu onze vermoedens in haar arrest van 22 november 2022. Ze oordeelt dat de voorgeschreven toegankelijkheid tot de informatie in het UBO-register ongeldig is.

Wat is het UBO-register?

Het UBO-register werd in het leven geroepen door de vierde Europese Anti-witwasrichtlijn. Sindsdien zijn vennootschappen, maatschappen, (internationale) vzw’s en stichtingen verplicht om toereikende, accurate en actuele informatie over hun ‘uiteindelijke begunstigden’ (Ultimate Beneficial Owner) in te winnen en bij te houden in het UBO-register.

Het UBO-register is enerzijds raadpleegbaar door de overheid en zgn. ‘meldingsplichtige entiteiten’ in het kader van cliëntenonderzoek (bv. bedrijfsrevisoren, accountants, banken etc.), maar anderzijds is het register ook gratis raadpleegbaar door elke burger. Burgers hebben echter enkel toegang tot de UBO-registers van vennootschappen. Om het UBO-register van een (internationale) vzw of stichting te raadplegen, moeten zij een zogenaamd legitiem belang aantonen.

Volgens cijfers van de FOD Financiën werd het UBO-register in 2021 ongeveer 3,8 miljoen keer geraadpleegd.

De volgende informatie over de uiteindelijke begunstigde is publiek raadpleegbaar:

  • naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit en land van verblijf;
  • de categorie van UBO waartoe hij behoort;
  • de datum waarop hij uiteindelijk begunstigde is geworden;
  • of het gaat om een alleenstaande of gegroepeerde UBO;
  • of het gaat om een rechtstreekse of onrechtstreekse uiteindelijke begunstigde;
  • het mogelijke rechtstreekse of onrechtstreekse percentage aandelen en stemrechten dat hij bezit, in het geval van zeggenschap via andere middelen waarop hij de vennootschap controleert;
  • als het om een onrechtstreekse uiteindelijke begunstigde gaat: het aantal tussenpersonen en ook, voor elk van hen, de volledige identificatiegegevens, met minstens de naam, de oprichtingsdatum, de handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de zetel en het ondernemingsnummer en ,waar van toepassing, elk ander vergelijkbaar identificatiemiddel dat wordt afgeleverd door de staat waar de tussenpersoon is geregistreerd.

Vennootschappen kunnen de publieke toegang tot het UBO-register beperken door aan te tonen dat de toegang tot deze informatie de uiteindelijke begunstigde blootstelt aan een onevenredig risico, een risico van fraude, ontvoering, chantage, afpersing, intimidatie of geweld. De overheid beoordeelt dergelijke aanvragen zeer streng en keurt ze zelden goed.

Disproportioneel volgens het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie oordeelt dat de publieke raadpleegbaarheid van het UBO-register ongeldig is. De toegang vormt immers een ernstige inbreuk op het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens.

Deze grondrechten kunnen enkel ingeperkt worden wanneer een maatregel een doel van algemeen belang nastreeft en wanneer de maatregel noodzakelijk en proportioneel is. De Europese Richtlijn die het UBO-register invoerde, heeft als belangrijkste doel het witwassen van geld en terrorismefinanciering tegengaan. De Belgische wetgever trachtte aan deze doelstelling bij te dragen door het UBO-register publiek raadpleegbaar te maken.

Het Europese Hof oordeelt echter dat de publieke toegankelijkheid verder gaat dan noodzakelijk en bovendien niet evenredig is met het daarmee nagestreefde doel. Zo maakt de publieke toegang tot de informatie in het UBO-register het bijvoorbeeld mogelijk om de gegevens uit het UBO-register te gebruiken voor doeleinden die geen verband houden met de doelstelling van de Europese Richtlijn.

Wat nu?

De bal ligt nu in het kamp van de Belgische wetgever om de publieke toegankelijkheid van het UBO-register te herbekijken in het licht van het arrest van het Hof van Justitie. Tot die tijd zijn vennootschappen, vzw’s, maatschappen en stichtingen evenwel niet ontslagen van hun verplichting om hun UBO’s te registreren. Zij blijven verplicht om het UBO-register up-to-date te houden en jaarlijks te bevestigen. Ook meldingsplichtige entiteiten (bv. bedrijfsrevisoren, accountants, banken etc.) blijven in het kader van het cliëntenonderzoek verplicht om de UBO-registraties op te vragen bij hun klanten.

To be continued…

Gepubliceerd door Imke Van Hecke

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2022

Wij maken gebruik van cookies of gelijkaardige technologieën (bv. pixels of sociale media plug-ins) om o.a. uw gebruikservaring op onze website zo optimaal mogelijk te maken. Daarnaast wensen wij analyserende en marketing cookies te gebruiken om uw websitebezoek persoonlijker te maken, gerichte advertenties naar u te verzenden en om ons meer inzicht te geven in uw gebruik van onze website.

Gaat u ermee akkoord dat we cookies gebruiken voor een optimale websitebeleving, opdat wij onze website kunnen verbeteren en om u te kunnen verrassen met advertenties? Bevestig dan met "OK".

Wenst u daarentegen specifieke voorkeuren in te stellen voor verschillende soorten cookies? Dat kan via onze cookie policy. Wenst u meer uitleg over ons gebruik van cookies of hoe u cookies kan verwijderen? Lees dan onze cookie policy.