Beste klant of relatie, we raden zoveel als mogelijk aan om digitaal te werken, maar indien nodig: onze kantoren blijven open voor gebruik. We hebben voldoende beschermingsmaatregelen genomen om uw en onze veiligheid te garanderen. Graag tot snel & onze gezonde wensen voor u & uw naasten.

Coronabeperkingen verlengd tot 1 maart 2021. Enkele belangrijke maatregelen!

 

 

  1. Wijzigingen coronaformaliteiten bij tijdelijke werkzaamheden van werknemers en zelfstandigen die niet in België wonen
  2. Het Vlaams Beschermingsmechanisme 3 en de Globalisatiepremie: de Vlaamse overheid blijft (voorlopig) steun toekennen
  3. Tijdelijke bescherming faillissement 2.0 is een feit
  4. De corona-handelshuurlening: de Vlaamse regering schiet voor als de verhuurder “betaalt”
  5. Overbruggingsrecht

 

 

1. Wijzigingen coronaformaliteiten bij tijdelijke werkzaamheden van werknemers en zelfstandigen die niet in België wonen

Vanaf 12 januari 2021 moet iedere werkgever of gebruiker die tijdelijk een beroep doet op een in het buitenland wonende werknemer of zelfstandige een register bijhouden met de gegevens van deze personen. Dit is een uitbreiding naar alle sectoren en geldt tot 1 maart 2021.  Het register moet bijgehouden worden tot 14 dagen na het einde van de werkzaamheden.

Actuele formaliteiten bij binnenkomst in België:

  • het Passagier Lokalisatie Formulier (PLF) invullen. Als het PLF niet werd ingevuld, waakt de Belgische opdrachtgever/gebruiker erover dat dit uiterlijk gebeurt op het moment dat de werkzaamheden starten in België.
  • na een verblijf in een rode zone moet een negatieve PCR-test voorgelegd worden die minder dan 72 uur voor aankomst op Belgisch grondgebied of voor aanvang van de werkzaamheden werd uitgevoerd .
  • na een verblijf van minstens 48 uur in een rode zone is men ook verplicht in quarantaine te gaan. De quarantaine kan pas worden beëindigd na een negatieve PCR-test op dag 7 van de quarantaine. Voor mensen die kritische functies uitoefenen in essentiële sectoren kan arbeid op de plaats van tewerkstelling worden toegestaan. Hiervoor is wel een attest van de werkgever noodzakelijk.

Deze formaliteiten gelden niet voor grensarbeiders of wanneer het verblijf in België minder dan 48 uur duurt.

Meer informatie vindt u op de website van het Crisiscentrum.

 

2. Het Vlaams Beschermingsmechanisme 3 en de Globalisatiepremie: de Vlaamse overheid blijft (voorlopig) steun toekennen

Vlaams Beschermingsmechanisme

Het Vlaams Beschermingsmechanisme is natuurlijk geen onbekende meer.

Waar wij u in ons vorig artikel op de hoogte brachten van de premies die u kon aanvragen voor de periode augustus – september 2020 (Vlaams Beschermingsmechanisme 1) en voor de periode oktober – 15 november 2020 (Vlaams Beschermingsmechanisme 2), informeren wij u graag verder.

Sinds 4 januari 2021 kan u via de website van VLAIO immers uw aanvraag indienen voor de periode van 16 november tot 31 december 2020.

De categorieën van mogelijke aanvragers en de toekenningsvoorwaarden voor de premie blijven over het algemeen ongewijzigd. Ondernemingen die verplicht gesloten zijn, moeten in beginsel geen omzetverlies aantonen.

De omvang van de premie bedraagt maximum 10% van de omzet uit dezelfde periode in 2019, met dien verstande dat er wel absolute maximumbedragen voorzien zijn (afhankelijk van het aantal werknemers in dienst). Bovendien geldt voor de betreffende periode een minimum steunbedrag van 1.000,00 EUR.

De uiterste datum voor het indienen van deze aanvraag is 15 februari 2021.

Inmiddels besliste de Vlaamse overheid het Vlaams beschermingsmechanisme nogmaals te verlengen. Bijgevolg zal deze premie in een volgende stap dus ook aangevraagd kunnen worden voor de periode januari – februari 2021.

 

Globalisatiepremie

Daarenboven keurde de Vlaamse overheid een nieuwe maatregel goed:  de globalisatiepremie. Dit is een maatregel bedoeld voor ondernemingen die in de laatste drie kwartalen van 2020 minstens 70% of 90% omzetverlies hebben geleden.

Momenteel worden de precieze voorwaarden voor deze premie verder uitgewerkt en verduidelijkt. Wat we al weten is dat de ondernemingen die dergelijk groot omzetverlies geleden hebben, een premie zullen kunnen aanvragen die overeenkomt met 10% van de omzet in de laatste drie kwartalen van 2019. Van dat totale bedrag worden alle reeds uitbetaalde premies (de hinder-, compensatie- en/of ondersteuningspremie en het Vlaams beschermingsmechanisme) afgetrokken.

Ook voor deze premie zullen maxima voorzien worden, met dien verstande dat voor kleine ondernemingen het steunbedrag niet meer dan 90% van de vaste kosten mag bedragen. Voor middelgrote en grote ondernemingen is de grens vastgelegd op 70% van de vaste kosten.

VLAIO zal hierover in de loop van deze maand bijkomende informatie op haar website publiceren. Zodra hierover meer bekend is, zullen wij u uiteraard verder berichten.

 

3. Tijdelijke bescherming faillissement 2.0 is een feit

Op 24 april 2020 werd een gunstmaatregel uitgevaardigd voor ondernemingen in moeilijkheden. Deze maatregel voorzag in een tijdelijke opschorting van bewarend beslag, uitvoerend beslag, vorderingen tot faillissement en gerechtelijke ontbinding.

Helaas is er vandaag sprake van een tweede lockdown met een verstrenging van de maatregelen. Nefast voor heel wat ondernemingen! Het werd al geruime tijd geleden aangekondigd en is nu een feit: de voormelde gunstmaatregel verschijnt weer ten tonele.

De regering besliste om tot 31 januari 2021 ondernemingen wederom te beschermen tegen beslagen (uitvoerend beslag en beslag onder derden) en faillissementen. Dit nieuwe moratorium is van kracht sedert 24 december 2020.

De principes van destijds blijven van kracht. Hiervoor verwijzen we graag naar ons eerder artikel, maar lijsten graag de belangrijkste krijtlijnen nog even voor u op:

  • Er kan geen bewarend en uitvoerend beslag gelegd worden op roerende goederen van de onderneming. Invorderingen en gedwongen uitvoeringen op roerende goederen zijn tijdelijk opgeschort. Er is geen vrijwaring voor onroerende goederen, zeeschepen en binnenschepen.
  • U kan geen ondernemingen dagvaarden in faillissement of gerechtelijke ontbinding tenzij op vordering van het Openbaar Ministerie of een voorlopig bewindvoerder. Evenmin is een onderneming-schuldenaar verplicht de boeken neer te leggen indien de faillissementsvoorwaarden slechts vervuld zijn ingevolge de Covid-19 pandemie.
  • Ingeval van goedkeuring van een reorganisatieplan, worden de betalingstermijnen vermeld in het reorganisatieplan verlengd met de duur dat deze maatregel van de opschorting geldt.
  • De onderneming mag niet in staking van betaling zijn op datum van 18 maart 2020.
Enkele bijkomende aandachtspunten

Er is één belangrijk verschil met de vorige maatregel: het toepassingsgebied van de gunstmaatregel is beperkt tot de ondernemingen die verplicht hun deuren moesten sluiten ingevolge het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 ( gewijzigd werd bij ministerieel besluit van 1 november 2020).

In geen geval zal de gunstmaatregel geïnterpreteerd kunnen worden als een recht om niet te betalen. De verplichting om opeisbare schulden te betalen blijft bestaan. Dit is een juridische tegenprestatie waarvoor overmacht geen soelaas biedt. Overmacht kan niet aanvaard worden bij financieel onvermogen om te betalen.

Daar tegenover staat wel dat de schuldeiser een overeenkomst – afgesloten vóór de inwerkingtreding van deze maatregel – niet eenzijdig kan beëindigen of gerechtelijk kan laten ontbinden wegens wanbetaling van een opeisbare geldschuld.. Opnieuw is deze bepaling niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten.

De tijdelijke opschorting is automatisch van toepassing, maar…

Om te kunnen genieten van de tijdelijke opschorting moet de onderneming-schuldenaar geen actieve handeling stellen. Men valt automatisch onder dit gunstregime, doch het is geen absoluut regime.

De voorzitter van de ondernemingsrechtbank zetelend zoals in kort geding kan – op vordering van de onderneming-schuldeiser – de opschorting geheel of gedeeltelijk opheffen.  Hij zal onder meer rekening houden met de vraag of (i) ten gevolge van de Covid-19 pandemie de omzet of activiteit van de schuldenaar sterk is gedaald, (ii) er volledig of deels een beroep is gedaan op economische werkloosheid en (iii) de overheid bevel heeft gegeven tot sluiting van de onderneming van de schuldenaar. Ook neemt hij de belangen van de verzoeker in acht.

Indien u wenst te verifiëren of uw onderneming al dan niet toepassing kan maken van de tijdelijke opschorting, adviseren wij u graag verder.

 

4. De corona-handelshuurlening: de Vlaamse regering schiet voor als de verhuurder “betaalt”

Door de maatregelen van de Nationale veiligheidsraad werd een groot deel van de Belgische ondernemingen verplicht om de deuren te sluiten. Velen zagen hun inkomsten aanzienlijk dalen. Voor de ondernemingen die daardoor moeilijkheden hebben om de handelshuur te betalen, voorziet de Vlaamse regering in de mogelijkheid om een lening aan te vragen. Huurders krijgen zo meer ademruimte om deze moeilijke periode te overbruggen.

Het nakomen van de verplichtingen inzake handelshuur weegt zwaar op de liquiditeit van de betrokken ondernemingen. Om deze druk te verminderen treedt de Vlaamse Regering ondersteunend op door middel van een voordelige lening. Of u aanspraak maakt op deze lening is echter afhankelijk van een aantal voorwaarden.

Wie kan aanspraak maken op de handelshuurlening?

De corona-handelshuurlening is enkel beschikbaar voor ondernemers die verplicht waren om hun fysieke locatie volledig of gedeeltelijk te sluiten.

Het toepassingsgebied van de maatregel is grotendeels gelijk aan dat van de corona hinderpremie. Hoewel deze premie niet meer aangevraagd kan worden, verwijst de wet met betrekking tot de handelshuurlening voorlopig nog steeds naar de toepassingsvoorwaarden van de corona hinderpremie. Ons artikel, “De bijzondere corona hinderpremie: enkele basics”, kan u helpen bij de beoordeling of u op deze premie aanspraak kon maken of niet. Indien u geen aanspraak kon maken op de corona hinderpremie maakt u in principe ook geen aanspraak op de handelshuurlening. Echter, indien uw hoofdactiviteit als huurder op datum van de aanvraag van de lening één van de hierna vermelde activiteiten betreft, zal u toch nog aanspraak kunnen maken op de handelshuurlening:

Bijkomend moet u, als huurder, beschikken over een geregistreerde handelshuurovereenkomst die betrekking heeft op een pand gelegen in het Vlaams Gewest. Naast handelshuur worden ook andere juridische structuren aanvaard, zoals erfpacht, opstal, vruchtgebruik of brouwerijcontracten inclusief terbeschikkingstelling van één of meerdere panden.

Enkel indien de verhuurder ook zijn ‘bijdrage’ levert: de vrijwillige overeenkomst

De huurder zal enkel aanspraak kunnen maken op de handelshuurlening indien hij een vrijwillige overeenkomst sluit met de verhuurder waarbij de verhuurder op vrijwillige basis water bij de wijn doet. De verhuurder moet immers minstens één maand huur kwijtschelden. De Vlaamse Regering gaat er van uit dat verhuurders hiermee zullen instemmen om faillissementen en het risico op leegstand van hun panden te vermijden. Het is afwachten of dit ook effectief het geval gaat zijn.

De Vlaamse overheid zal hiervoor een modelovereenkomst beschikbaar stellen. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • De opschorting van de verplichting van de huurder tot betaling van de huur, inclusief lasten, voor een periode van ten minste 3 tot 6 maanden. Deze opschorting heeft betrekking op de huurtermijnen die ten vroegste in april 2020 zijn vervallen. Het is hierbij niet vereist dat het huurcontract voorziet dat de huur in maandelijkse schijven betaald moet worden.
  • De kwijtschelding door de verhuurder van minstens 1 maand huur, inclusief lasten.

Indien de verhuurder wenst dat zijn huurder aanspraak maakt op de handelshuurlening zal hij dus minstens 1 maand huur cadeau moeten doen en ermee instemmen dat hij de huurgelden van de volgende 2 tot 4 maanden pas later zal kunnen innen. Nadat de huurder het nodige heeft gedaan voor de aanvraag van de lening, en deze werd goedgekeurd, zal de verhuurder de huurgelden en lasten voor de 2 tot 4 maanden waarvoor de lening is aangegaan rechtstreeks ontvangen van het Vlaams Gewest. De verhuurder krijgt in ruil voor het kwijtschelden van minstens 1 maand huur dus de zekerheid dat hij de huur van de volgende 2 tot 4 maanden zal ontvangen.

Bijkomende voorwaarden

Enkel huurders die geen huurachterstallen hadden op 15 maart 2020 komen in aanmerking voor de maatregel. Dit zal worden nagegaan op basis van een verklaring op eer opgenomen in de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder.

Het bedrag van de handelshuurlening is voor iedere onderneming, per pand, beperkt tot maximaal 4 maanden huur, inclusief lasten, en tot maximaal 60.000 euro per pand. Het totaal bedrag voor alle panden van de huurder samen zal nooit meer dan 150.000 euro kunnen bedragen.

Indien u als huurder reeds in 2020 een handelshuurlening verkreeg voor 1 of 2 maanden huur, dan heeft u de mogelijkheid om een uitbreiding aan te vragen, tot in totaliteit maximaal 4 maanden huur en een maximumbedrag van 60.000 euro per pand, zonder dat er hiervoor een bijkomende kwijtschelding van huur door de verhuurder vereist is.

Gratis?

Neen. Een rente van 2 procent per jaar is verschuldigd.

U heeft 24 maanden te rekenen vanaf de toekenning van de lening om deze volledig terug te betalen. De eerste terugbetaling moet pas 6 maanden na de toekenning gebeuren. Vervolgens zal de huurder de terugbetalingen gelijkmatig spreiden in de 18 daaropvolgende maanden.

Hoe gaat u te werk?

De aanvraag verloopt digitaal via de website van VLAIO. Ook de modelovereenkomst die u sluit met uw verhuurder kan u daar terugvinden.

De indieningstermijn werd verlengd. De huurder heeft nu tot 1 maart 2021 nog de tijd om haar aanvraag in te dienen via de website van VLAIO.

 

5. Overbruggingsrecht

Wat de overbruggingsrechten betreft, dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen het jaar 2020 en het jaar 2021.

Overbruggingsrecht voor het jaar 2020

Enkel crisis-overbruggingsrecht

Het crisis-overbruggingsrecht voor het jaar 2020 werd in de zomer verlengd tot 31 december 2020 voor de zelfstandigen die (nog steeds) onder de sluitingsmaatregelen met betrekking tot Covid-19 vielen en de zelfstandigen die hoofdzakelijk afhankelijk waren van deze sectoren, waardoor ook zij (nog steeds) gedwongen hun activiteit moesten onderbreken. Daarnaast beschikten sectoren die tijdelijk moesten sluiten ingevolge federale, regionale of provinciale maatregelen tevens over de mogelijkheid om het crisis-overbruggingsrecht aan te vragen.

In onderstaande tabel bieden wij u een overzicht van de voorwaarden en modaliteiten die van toepassing zijn om aanspraak te kunnen maken op het crisis-overbruggingsrecht voor de periode van juli 2020 tot en met december 2020.

Het crisis-overbruggingsrecht kan voor de maanden juli tot en met september nog aangevraagd worden tot 31 maart 2021, en voor de maanden oktober tot en met december nog tot 30 juni 2021.

Voor het crisis-overbruggingsrecht van de maanden maart tot en met juni is de aanvraagtermijn ondertussen verstreken.

Dubbel crisis-overbruggingsrecht

Voor de maanden oktober, november en december wordt het overbruggingsrecht bovendien verdubbeld voor de volgende zelfstandigen:

  • de zelfstandigen die rechtstreeks beoogd worden door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid (ministeriële besluiten van 18 en 28 oktober 2020 en elk ander daaropvolgend ministerieel besluit) en daardoor gedwongen worden hun zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken. De gedeeltelijke onderbreking betreft enkel de toegestane take-away in de horeca, de toegestane click and collect voor de niet-essentiële handelszaken en het vervroegd sluitingsuur voor de nachtwinkels;
  • de zelfstandigen die hoofdzakelijk afhankelijk zijn van die zelfstandigen, maar enkel op voorwaarde dat zij alle zelfstandige activiteit volledig onderbreken tijdens de periode van gedwongen onderbreking door de sluitingsmaatregelen van de overheid.

In het geval van een volledige onderbreking, bedraagt het dubbel overbruggingsrecht € 2.583,38 euro per maand zonder gezinslast, of € 3.228,20 per maand met gezinslast. In het geval van een gedeeltelijke onderbreking, bedraagt het dubbel overbruggingsrecht € 1.291,69 per maand zonder gezinslast, of € 1.614,10 per maand met gezinslast.

Deze aanvraag dient tevens via de website van uw sociaal verzekeringsfonds ingediend te worden. Voor de maanden juli, augustus en september 2020 moet u dit ten laatste op 31 maart 2021 doen. Voor de maanden oktober, november en december 2020 is de uiterste aanvraagdatum 30 juni 2021.

Heropstart overbruggingsrecht

Ook het heropstart-overbruggingsrecht werd verlengd tot en met december 2020. Dit is een extra steunmaatregel om zelfstandigen die werden verplicht hun zelfstandige activiteit te onderbreken te ondersteunen bij hun heropstart.

Zelfstandigen en helpers in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten, alsook zelfstandigen in bijberoep of met gelijkstelling bijberoep en 65-plussers zonder pensioen of met onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd zijn die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep, kunnen aanspraak maken op dit overbruggingsrecht, indien zij hun zaak weer wensen herop te starten.

Men dient echter te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Uw zaak was minstens één volledige kalendermaand verplicht gesloten en dat tot 3 mei 2020 of langer.
  • U mag uw activiteiten hervatten. Indien u door de overheid opnieuw verplicht wordt de deuren te sluiten, dan kan u terugvallen op het crisis-overbruggingsrecht wegens verplichte sluiting.
  • U ondervindt een omzetverlies of vermindering van het aantal bestellingen van minstens 10%, waarbij uw omzet vergeleken zal worden met dat van hetzelfde kwartaal van 2019.
  • U geniet voor dezelfde maand geen crisis-overbruggingsrecht, ouderschapsverlof voor zelfstandigen of ziekenfondsuitkeringen.

Het uitbetaalde bedrag bedraagt evenveel als het crisis-overbruggingsrecht, zijnde €1.291,69 zonder gezinslast en €1.614,10 met gezinslast. Ook deze aanvraag dient u in te dienen via de website van uw sociaal verzekeringsfonds. Voor de maanden juli, augustus en september 2020 moet u dit ten laatste op 31 maart 2021 doen. Voor de maanden oktober, november en december 2020 is de uiterste aanvraagdatum 30 juni 2021.

Overbruggingsrecht bij quarantaine of gesloten klas, school of opvang

Tot slot kan u als zelfstandige, helper en meewerkende echtgenoot in hoofdberoep sinds september 2020 ook aanspraak maken op een overbruggingsrecht in geval van een gedwongen onderbreking met economische impact, zijnde:

  • Een verplichte quarantaine waardoor u uw zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen daadwerkelijk en volledig hebt moeten onderbreken. Dit dient u aan te tonen d.m.v. een quarantaine-attest, op eigen naam, of een attest op naam van een persoon die op hetzelfde adres staat ingeschreven als de zelfstandige. U kan echter geen aanspraak maken op dit overbruggingsrecht indien u uw activiteit van thuis uit kan organiseren, of indien u omwille van niet-essentiële redenen, wetens en willens bent afgereisd naar een land of een gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van uw vertrek.
  • Een gesloten klas, school of opvang waardoor u uw zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen daadwerkelijk en volledig hebt moeten onderbreken om in te staan voor de zorg van uw kind(eren), die hoogstens 12 jaar zijn of omwille van specifieke en gemotiveerde redenen deze zorg nodig hebben. Ook dit dient u aan te tonen d.m.v. een bewijsstuk, zoals bijvoorbeeld de beslissing van de schooldirectie of de kinderopvang.

Bovendien dient u als zelfstandige ook te voldoen aan de voorwaarden voor het klassieke overbruggingsrecht in geval van gedwongen onderbreking (hoofdverblijfplaats in België, verzekeringsplichtig geweest in het kader van het sociaal statuut van zelfstandigen, gedurende minstens 4 kwartalen effectief bijdragen betaald etc.).

Het bedrag van de uitkering is afhankelijk van de duur van de onderbreking en het al dan niet hebben van gezinslast, geplafonneerd op €1.291,69 zonder gezinslast en €1.614,10 met gezinslast. Dit overbruggingsrecht dient tevens aangevraagd te worden via de website van uw sociaal verzekeringsfonds, ook hier uiterlijk op 31 maart 2021 (voor de maanden juli, augustus en september 2020), respectievelijk 30 juni 2021 (voor de maanden oktober, november en december 2020). Let wel, dit overbruggingsrecht kan voor de maand september niet gecumuleerd worden met de tijdelijke ouderschapsuitkering.

 

Overbrugginsrecht voor het jaar 2021

Dubbel crisis-overbruggingsrecht

Indien u tijdens de maand januari 2021 uw zelfstandige activiteit moet onderbreken door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid, dan kan u voor deze maand aanspraak maken op het dubbel crisis-overbruggingsrecht. Zowel zelfstandigen die door de sluitingsmaatregelen werden gedwongen om volledig of gedeeltelijk (nog take-away, collect and go etc. mogelijk) hun activiteiten stop te zetten, als zelfstandigen die afhankelijk zijn van voornoemde zelfstandigen waardoor ze hun activiteiten volledig (niet gedeeltelijk!) hebben moeten onderbreken, kunnen zich op het dubbel crisis-overbruggingsrecht beroepen.

In het geval van een volledige onderbreking, bedraagt het dubbel overbruggingsrecht € 2.583,38 euro per maand zonder gezinslast, of € 3.228,20 per maand met gezinslast. In het geval van een gedeeltelijke onderbreking, bedraagt het dubbel overbruggingsrecht € 1.291,69 per maand zonder gezinslast, of € 1.614,10 per maand met gezinslast.

Deze aanvraag dient tevens via de website van uw sociaal verzekeringsfonds ingediend te worden. De aanvraag moet uiterlijk ingediend zijn op 30 september 2021.

Het kernkabinet heeft beslist de toekenning van dat dubbel overbruggingsrecht zal worden verlengd in februari 2021. Het wetsontwerp daarover wordt op de Ministerraad van 15 januari 2021 gebracht. Wij houden u hieromtrent verder op de hoogte.

Enkel crisis-overbruggingsrecht

Indien u tijdens de maanden februari en maart 2021 uw zelfstandige activiteit moet onderbreken door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid, dan kan u voor deze maand aanspraak maken op het enkel crisis-overbruggingsrecht. Enkel zelfstandigen die rechtstreeks door de sluitingsmaatregelen werden gedwongen om volledig hun activiteiten stop te zetten kunnen zich beroepen op het crisis-overbruggingsrecht. Zelfstandigen die afhankelijk zijn van voornoemde zelfstandigen, of zelfstandigen die hun activiteiten nog gedeeltelijk kunnen uitoefenen via take-away, collect and go, verkoop via webshop etc. kunnen hier bijgevolg geen aanspraak op maken.

Zowel zelfstandigen in hoofdberoep en bijberoep, als student-zelfstandigen en actief gepensioneerde zelfstandigen kunnen zich op dit overbruggingsrecht beroepen. Afhankelijk van uw situatie zal u recht hebben op een volledige uitkering, dan wel een halve uitkering. Het bedrag van de uitkering is bovendien afhankelijk van de duur van de onderbreking. In het geval de onderbreking minder dan 15 opeenvolgende dagen duurt, bedraagt de volledige uitkering voor een zelfstandige met gezinslast € 807,05 en voor een zelfstandige zonder gezinslast € 645,85. In het geval de onderbreking minstens 15 opeenvolgende dagen duurt, bedraagt de volledige uitkering voor een zelfstandige met gezinslast € 1.614,10 en voor een zelfstandige zonder gezinslast € 1.291,69.

Deze aanvraag dient tevens via de website van uw sociaal verzekeringsfonds ingediend te worden. De aanvraag moet uiterlijk ingediend zijn op 30 september 2021.

Overbruggingsrecht-omzetdaling

Tijdens de maanden januari, februari en maart 2021 kan u zich beroepen op het overbruggingsrecht bij omzetdaling, indien u in de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor u de uitkering vraagt, een omzetdaling van minstens 40% gelinkt aan de Covid-19-crisis kan aantonen, ten opzichte van dezelfde kalendermaand tijdens het refertejaar 2019.

De voorwaarden die hierbij nageleefd moeten worden, zijn de volgende:

  • U bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België tijdens de kalendermaand waarvoor u een aanvraag doet;
  • U moet uw wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen effectief betaald hebben gedurende ten minste vier van de zestien kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor starters volstaat het dat u voor twee kwartalen effectief je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen hebt betaald.

Zowel zelfstandigen in hoofdberoep en bijberoep, als student-zelfstandigen en actief gepensioneerde zelfstandigen kunnen zich op dit overbruggingsrecht beroepen. Afhankelijk van uw situatie zal u recht hebben op een volledige uitkering, dan wel een halve uitkering. Deze maatregel is echter niet combineerbaar met het dubbel of enkel crisis-overbruggingsrecht voor het jaar 2021.

De volledige uitkering voor een zelfstandige met gezinslast bedraagt € 1.291,69 per maand en voor een zelfstandige zonder gezinslast bedraagt dit € 1.614,10 per maand.

Deze aanvraag dient tevens via de website van uw sociaal verzekeringsfonds ingediend te worden. De aanvraag moet uiterlijk ingediend zijn op 30 september 2021.

Overbruggingsrecht bij quarantaine/zorg kind

Tot slot kan u tijdens de maanden januari, februari en maart 2021 in de volgende situaties in aanmerking komen voor het overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind:

a) U onderbreekt uw zelfstandige activiteit volledig gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen omdat u, weliswaar geschikt om te werken, in quarantaine of isolatie bent geplaatst. U moet een quarantaine-attest voorleggen op uw naam of op naam van een persoon die op hetzelfde adres is ingeschreven. Indien u echter wetens en willens bent afgereisd naar een land of gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van vertrek, kan u zich hier niet op beroepen!

b) U onderbreekt uw zelfstandige activiteit volledig gedurende minstens 7 kalenderdagen tijdens een kalendermaand, omdat je moet instaan voor de zorg voor uw kinderen in welbepaalde omstandigheden:

b.1.: zorg voor een kind van minder dan 18 jaar dat met u samenwoont (situatie van co-ouderschap inbegrepen) dat niet naar het kinderdagverblijf of school kan gaan, omdat

  • het kind zich in quarantaine of isolatie bevindt; of
  • het kinderdagverblijf, de klas of de school waarvan het deel uitmaakt volledig of gedeeltelijk wordt gesloten als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken (dit impliceert dat normale schoolvakantieperiodes niet in rekening worden gebracht); of
  • het kind verplicht lessen onder de vorm van onderwijs op afstand volgt als gevolg van een beslissing van de bevoegde overheid om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken;

b.2: zorg voor een gehandicapt kind dat u ten laste hebt, ongeacht de leeftijd van dat kind, omdat het kind niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan, omdat dit centrum wordt gesloten of bij de tijdelijke stopzetting van de intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de gemeenschappen als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken.

U moet in deze gevallen aan uw sociaal verzekeringskantoor een attest van quarantaine of een attest van het kinderdagverblijf, van de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen overhandigen, dat de sluiting of het verplicht volgen van onderwijs op afstand bevestigt als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus beperken.

U komt voor dit overbruggingsrecht echter niet in aanmerking indien u uw zelfstandige activiteit van thuis uit kan organiseren. U zal de onderbreking moeten motiveren in uw aanvraag.

Zowel zelfstandigen in hoofdberoep en bijberoep, als student-zelfstandigen en actief gepensioneerde zelfstandigen kunnen zich op dit overbruggingsrecht beroepen. Afhankelijk van uw situatie zal u recht hebben op een volledige uitkering, dan wel een halve uitkering. Het bedrag van de volledige uitkering is afhankelijk van de duur van de onderbreking en het al dan niet hebben van gezinslast, geplafonneerd op €1.291,69 zonder gezinslast en €1.614,10 met gezinslast. Dit overbruggingsrecht dient tevens aangevraagd te worden via de website van uw sociaal verzekeringsfonds, uiterlijk tegen 30 september 2021.

 

 

 

Wij trachten u zo goed en zo snel mogelijk te informeren. De inhoud van dit artikel is gebaseerd op de beschikbare informatie op het ogenblik van de publicatie ervan. De standpunten in onze publicaties kunnen wijzigen naar aanleiding van updates. Deze nieuwsbrief is bijgevolg louter informatief en creëert geen bindend of exhaustief advies. Uiteraard trachten wij onze teksten zo snel mogelijk aan te passen aan de wijzigende richtlijnen en regelgeving. Voor vragen of advisering kan u contact opnemen met ons kantoor.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
© Van Havermaet 2021