Uw loonadministratie – Q1.2026

06.01.2026

We bundelden voor u de belangrijkste updates en aandachtspunten voor Q1 2026 zodat u goed voorbereid aan de start verschijnt.

Update mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget werd ingevoerd in 2019. Het is een budget voor werknemers met (een recht op) een bedrijfswagen om deze in te ruilen voor ‘groenere’ alternatieven. Werkgevers zijn vrij om dit mobiliteitsbudget al dan niet aan te bieden aan hun werknemers.

Hierin zou in 2026 verandering komen. In het Regeerakkoord van januari 2025 werd immers aangekondigd dat elke werknemer die recht heeft op een bedrijfswagen, in de toekomst de mogelijkheid moet krijgen om te kiezen voor een mobiliteitsbudget. Voor werkgevers zou het aanbieden van het mobiliteitsbudget dus een wettelijke verplichting worden.

Belangrijk om te weten: hoewel de regering steeds heeft vooropgesteld dat deze verplichting in werking zou treden op 1 januari 2026, zijn er vandaag nog geen wetteksten voorhanden die deze verplichting vastleggen.

We volgen de ontwikkelingen nauwgezet voor u op en brengen u uiteraard op de hoogte zodra de officiële wetteksten en praktische richtlijnen beschikbaar zijn. Weet dat deze intussen pas in de loop van 2026 verwacht worden.

Verhoging maaltijdcheques

Verhoging van de maximale waarde van maaltijdcheques vanaf 1 januari 2026

De maximale waarde van maaltijdcheques wordt verhoogd van 8 euro naar 10 euro per effectief gewerkte dag, met ingang van 1 januari 2026. Hiermee zet de regering een nieuwe stap om werken meer te laten lonen.

Wat wijzigt er concreet?

Een recent koninklijk besluit, gepubliceerd op 17 november in het Belgisch Staatsblad, bevestigt dat de maximale werkgeversbijdrage stijgt van 6,91 euro naar 8,91 euro.

De minimale werknemersbijdrage blijft echter ongewijzigd op 1,09 euro, waardoor de totale waarde van de maaltijdcheque voortaan 10 euro zal bedragen.

Gevolgen voor werknemers?

Bij naleving van de wettelijke voorwaarden blijven maaltijdcheques volledig vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en belastingen. Werknemers en ook bedrijfsleiders kunnen hierdoor rekenen op een nettoverhoging van hun loon tot ongeveer 40 euro per maand, een interessante manier om de verloning op een (para)fiscaal gunstige manier te verhogen.

Actie vereist of automatische invoering?

Belangrijk: deze verhoging wordt niet automatisch toegepast. Werkgevers zijn niet verplicht hun bijdrage op te trekken tot 8,91 euro (behoudens eventuele sectorale uitzonderingen).

Om de verhoging door te voeren, is een formele aanpassing vereist:

  • via een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsniveau, of
  • via een bijlage bij de arbeidsovereenkomst met elke betrokken werknemer.

De invoering en het bedrag hangen af van het bevoegde paritaire comité en/of de aanwezigheid van een vakbondsafvaardiging.

De verhoging is daarnaast ook niet in strijd met de huidige loonnorm van 0%. Een recente wet sluit deze maatregel expliciet uit van het toepassingsgebied van de loonnorm.

Ook fiscale wijziging?

De fiscale aftrekbaarheid van de maaltijdcheques wordt ook opgetrokken, zo verhoogt deze  van 2 euro naar 4 euro per maaltijdcheque.

We adviseren om eerst de resultaten van de sectorale onderhandelingen af te wachten voordat je op ondernemingsniveau beslissingen neemt over de maaltijdcheques.

Jaarverslag preventie en bescherming

Ieder jaar opnieuw is elke werkgever verplicht om vóór 1 april het jaarverslag van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (afgekort, IDPB) ingevuld te hebben en ter beschikking te houden van de Regionale Directie voor Toezicht op het Welzijn op het Werk. Het is een verslag over de werking en de activiteiten van de IDPB tijdens het voorafgaande jaar dat wordt opgesteld door de interne preventieadviseur. In bedrijven met minder dan 20 werknemers neemt doorgaans de bedrijfsleider zelf de rol van preventieadviseur op zich en is deze bijgevolg ook verantwoordelijk voor het opstellen van het jaarverslag. Bedrijven met een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) zijn verplicht om het jaarverslag toe te lichten op de vergadering van februari. Het jaarverslag moet vóór 1 april 2026 worden goedgekeurd en beschikbaar blijven voor de Regionale Directie voor Toezicht op het Welzijn op het Werk.

Heeft u vragen of hulp nodig bij deze verplichtingen? Neem gerust contact met ons op!

 Opleidingsplan

Sinds 2022 zijn werkgevers die onder de wet van 5 december 1968 betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten en paritaire comités vallen, en minstens 20 werknemers tewerkstellen, verplicht om jaarlijks – binnen het kalenderjaar – vóór 31 maart een opleidingsplan op te stellen voor hun personeel.

Het opleidingsplan bevat een overzicht van de geplande opleidingen en vermeldt per opleiding de doelgroep van werknemers voor wie deze bestemd is.

De procedure voor het opstellen verschilt naargelang de onderneming beschikt over een ondernemingsraad (OR) of een vakbondsafvaardiging (VA). Ondernemingen met een OR of VA: de werkgever stelt een ontwerp van het opleidingsplan op en legt dit minstens 15 dagen voor de geplande bespreking voor aan de OR, of – bij afwezigheid van een OR – aan de VA. Uiterlijk op 15 maart geeft de OR of VA advies. Het definitieve plan moet vervolgens uiterlijk op 31 maart worden vastgelegd. Ondernemingen zonder OR of VA: de werkgever legt het ontwerpplan uiterlijk vóór 15 maart voor aan alle werknemers. De definitieve inhoud wordt ook hier vastgesteld tegen 31 maart.

Na goedkeuring moet de werkgever binnen één maand een kopie van het opleidingsplan elektronisch bezorgen aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Toezicht van de sociale wetten.

Werkgelegenheidsplan

Bedrijven met meer dan 20 voltijds equivalente werknemers zijn verplicht om een werkgelegenheidsplan op te stellen met als doel de werkgelegenheid van het aantal werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of te verhogen. De telling van het aantal werknemers werd voor het laatst gemaakt op 2 januari 2025 en is van kracht voor een periode van vier jaar, waarna deze opnieuw moet plaatsvinden. Een onderneming met minder dan 20 werknemers op deze datum is vrijgesteld van de verplichting voor de periode van 2025 tot 2028. Ondernemingen die wel degelijk de drempel van 20 werknemers overschreden op 2 januari 2025, dienen nog zeker tot eind 2028 jaarlijks een werkgelegenheidsplan op te stellen, tenzij zij het afgelopen jaar reeds een plan met meerjarenmaatregelen invoerden.

Het ontwerp van het werkgelegenheidsplan wordt voorgelegd aan de ondernemingsraad van de onderneming, dit uiterlijk drie maanden na afsluiting van het boekjaar. Bij gebrek aan een ondernemingsraad, is de vakbondsafvaardiging bevoegd als werknemersvertegenwoordigers. Bij ontstentenis hiervan, het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) of de werknemers van de onderneming.

Na ontvangst hebben de bevoegde werknemersvertegenwoordigers twee maanden tijd om een advies te formuleren. Een werkgever is niet verplicht om het advies te volgen, maar moet zijn beslissing wel kunnen motiveren.

Bij een onderneming met 21 tot 49 werknemers zonder vakbondsafvaardiging of CPBW volstaat de informatieplicht aan de werknemers.

Zodra het werkgelegenheidsplan afgelopen is, informeert de werkgever de werknemersvertegenwoordigers over de resultaten van de maatregelen. Bij een meerjarenplan moet er jaarlijks een voortgangsverslag worden voorgelegd.

Afschaffing van de Federal Learning Account

Amper anderhalf jaar na de invoering van de Federal Learning Account (FLA) – de elektronische toepassing van de federale overheid waarin werkgevers verplicht waren de opleidingsrechten en gevolgde opleidingen van hun werknemers te registreren – heeft de wetgever beslist deze verplichting opnieuw af te schaffen.

Vanaf 1 januari 2026 kunnen werkgevers geen opleidingen meer registreren en moeten ze geen opleidingsrechten meer beheren in de FLA. Tot en met 31 december 2026 blijft het voor werkgevers wel mogelijk om te raadplegen op hoeveel opleidingsdagen hun werknemers recht hadden op 31 december 2025, evenals welke opleidingen tot die datum werden geregistreerd. Na 31 december 2026 worden alle gegevens definitief verwijderd.

Let op: ondanks de afschaffing van de FLA blijven de verplichtingen inzake het individueel opleidingsrecht – inclusief de registratie in een individuele ‘opleidingsrekening’ – en het opleidingsplan onverminderd van kracht.

Deadline fiscale fiches

De fiscale fiches voor inkomstenjaar 2025 moeten uiterlijk op 28 februari 2026 ingediend worden bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Van Havermaet International verzorgt de praktische indiening via Belcotax on Web en bezorgt daarna de fiches aan uw organisatie.

Zo beschikken uw werknemers tijdig over hun fiche 281.10 voor hun persoonlijke belastingaangifte. Een laattijdige aangifte kan immers leiden tot boetes.

De opmaak van de fiscale fiches gebeurt op basis van de gegevens in de prestatiebladen. Het is daarom belangrijk dat u ons tijdig informeert over eventuele bijkomende betalingen, zoals terugbetaling van onkosten, die nog niet in de prestatiebladen werden opgenomen.

CAO 90-bonusplannen

Wilt u in 2026 uw werknemers motiveren en belonen met een fiscaal voordelige bonus? Dan kan een cao 90-bonusplan een bijzonder interessante oplossing zijn. Met dit systeem kunt u collectieve, objectieve doelstellingen koppelen aan een niet-recurrente, resultaatsgebonden bonus die fiscaal gunstig wordt behandeld.

Voor bonusplannen met een referteperiode van één jaar (1 januari – 31 december 2026) moet het plan uiterlijk op 30 april 2026 worden neergelegd bij de bevoegde instanties. Voor plannen met een kortere referteperiode geldt de deadline van één derde van die periode.

Bij de opmaak van een cao 90-bonusplan moet rekening worden gehouden met een aantal belangrijke voorwaarden:

  • De bonus is collectief en geldt voor alle werknemers of een duidelijk omschreven groep.
  • De doelstellingen moeten objectief, verifieerbaar en onzeker zijn op het moment van invoering.
  • Het maximale bonusbedrag voor 2026 bedraagt 4.255 euro bruto (3.701 euro netto).

Ons team ondersteunt u graag bij het uitwerken van uw cao 90-bonusplan voor 2026. Aarzel niet om ons te contacteren voor verdere toelichting of begeleiding.

Sectorakkoorden

Om de twee jaar sluiten de sociale partners op nationaal niveau een interprofessioneel akkoord (IPA) af. Vervolgens starten de onderhandelingen binnen de verschillende paritaire comités over de sectorale akkoorden, die de richtlijnen op sociaal en arbeidsrechtelijk vlak vastleggen voor de komende twee jaar (2025-2026).

Traditioneel beginnen deze onderhandelingen zodra de vakbonden hun eisenbundels indienen. Op basis daarvan wordt verder onderhandeld totdat de sociale partners tot een akkoord komen. Dit akkoord wordt daarna formeel vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s).

Momenteel zijn de onderhandelingen binnen de paritaire comités volop aan de gang. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwgezet en houden u op de hoogte zodra er belangrijke wijzigingen of aandachtspunten bekend zijn.

Indexaties

In het kader van de automatische loonindexering stijgen op 1 januari 2026 in diverse sectoren de lonen. Deze wettelijke regeling beoogt het behoud van de koopkracht. De wijze van toepassing verschilt per sector. In bepaalde gevallen betreft de indexering een aanpassing van de reële lonen, terwijl in andere sectoren enkel de baremalonen worden geïndexeerd.

Voor verdere toelichting of sectorgerichte informatie mag u altijd contact met ons opnemen. We geven alvast mee dat in het Aanvullend Paritair Comité voor de Bedienden (PC nr. 200) een indexering van 2,21% doorgevoerd wordt op de reële en de baremalonen.

Verhoging tarieven NMBS

Op 1 februari 2026 verhoogt de NMBS haar treintarieven met 2,14%. Deze prijsstijging kan gevolgen hebben voor de werkgeversbijdrage in de vervoerskosten van uw werknemers. Of dit een aanpassing vereist, hangt af van de afspraken binnen uw onderneming of sector.

De tariefsverhoging geldt niet voor Train+ tickets. Train+ geeft een korting van 40 procent wanneer men reist tijdens daluren en in het weekend.

Kilometervergoeding dienstverplaatsingen

Voor dienstverplaatsingen met eigen vervoer is de kilometervergoeding voor het eerste kwartaal van 2026 vastgesteld op 0,4326 euro per kilometer.

Indien in uw sector de driemaandelijks geïndexeerde kilometervergoeding van toepassing is, betekent dit een lichte stijging ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025, toen deze 0,4312 euro per kilometer bedroeg.

Werkt uw sector met een jaarlijks geïndexeerde kilometervergoeding? Dan verandert er in het eerste kwartaal van 2026 niets voor u. Deze jaarlijkse vergoeding blijft ongewijzigd op 0,4449 euro per kilometer tot en met 30 juni 2026.

Heeft u vragen over welke regeling voor uw onderneming geldt? Neem gerust contact met ons op.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.