Meerwaardebelasting: de 20% grens is vaak cruciaal

30.07.2025

Vanaf 1 januari 2026 zal België in de personenbelasting en rechtspersonenbelasting een algemene meerwaardebelasting kennen voor financiële activa (lees hier). De wet is nog niet formeel goedgekeurd, maar nu al blijkt het een kluwen met soms verrassende fiscale gevolgen.

Eén van de opvallende bepalingen is het uitzonderingsregime voor zogenaamde aanmerkelijk belang aandelen. Wanneer iemand minstens 20 procent bezit van de rechten in de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen, geldt in beginsel een fiscaal gunstigere regeling bij verkoop. In plaats van het algemene tarief van 10% met een vrijstelling van 10.000 euro per jaar geldt:

  • Een progressief opklimmend tarief tot een meerwaarde van 10 miljoen euro:
    • 1,25% tot 2,5 miljoen euro
    • 2,5% van 2,5 tot 5 miljoen euro
    • 5% van 5 tot 10 miljoen euro
  • Een vrijstelling van 1 miljoen euro, te benutten over een periode van 5 jaar.

De grens voor het gunstigere tarief ligt op 20% per hoofd. Iemand die 19,99% of minder van deze rechten bezit, valt onder het algemene tarief. Uit een voorbeeld blijkt het frappante fiscale verschil. Stel dat aandelen in een vennootschap worden verkocht door een aandeelhouder die 20% bezit met een meerwaarde van 4 miljoen euro. Hij betaalt dan in beginsel een meerwaardebelasting van 56.250 euro. Als dezelfde meerwaarde wordt gerealiseerd door een aandeelhouder die 19% van de aandelen bezit, betaalt deze 399.000 euro aan meerwaardebelasting. Dat is ruim zeven maal meer!

Er is al veel gezegd over de vraag of dergelijk onderscheid wel fair is en al dan niet in strijd is met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel. Vooralsnog is het echter raadzaam om er in de mate van het mogelijke rekening mee te houden.

Hoe omgaan met instap in aandeelhoudersstructuur?

In een aantal gevallen kan u de kans krijgen in te stappen in een vennootschap. Het is dan, naast meerdere andere fiscale elementen, relevant te weten of u de grens van 20% aandelenbezit kan bereiken. De fiscale afweging tussen een instap in privé dan wel via een vennootschap wordt alleszins een stukje ingewikkelder.

Opletten met gefaseerde verkopen van aandelen

Het ijkmoment voor de beoordeling van de grens van 20% is het moment van de transactie. Wanneer een aandeelhouder beslist om periodiek een gedeelte van de aandelen van zijn bedrijf over te dragen, bestaat natuurlijk de kans dat hij voor de laatste verkopen onder het minder gunstige algemene regime valt.

Opletten met verervingen en successieplanningen

Het aandeelhouderschap wordt per hoofd beoordeeld. Misschien hebt u aan een successieplanning gedaan (of was u van plan deze te doen) waardoor de aandelen van de vennootschap verdeeld zijn over meerdere (klein)kinderen? Het is mogelijk dat hierdoor de grens van 20% per hoofd niet wordt behaald. Bij latere verkoop (of eventueel emigratie) moet dan rekening worden gehouden met een minder gunstige fiscaliteit. Ingeval u het vermogen hebt gestructureerd via een maatschap of een administratiekantoor, dient u overigens “door de structuur” heen te kijken.

Stel bijvoorbeeld dat u 50% bezit van de aandelen van een familiebedrijf. Bij een schenking of vererving aan twee kinderen, kunnen zij elk minstens 20% van deze aandelen verkrijgen. Als u gezegend bent met drie of meer kinderen, is dat niet meer voor elk kind mogelijk. De fiscale gevolgen bij latere verkoop van de aandelen (of emigratie) zijn in het laatste geval ongunstiger.

Overigens wordt het aandelenbezit beoordeeld op het niveau van de blote eigenaar. Een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik biedt dus geen fiscaal soelaas voor de meerwaardebelasting. Het lijkt voor meerdere situaties derhalve raadzaam om na te gaan of een aanpassing van de planning vóór 31 december 2025 een oplossing kan bieden voor de mogelijke negatieve fiscale gevolgen.

Gepubliceerd door
Gert De Greeve

Een andere vraag omtrent dit thema?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.